De samenstelling van een materiaal en de gebruikte grondstoffen zijn belangrijke gegevens om de milieuimpact van een materiaal te beoordelen. Om materialen onderling te vergelijken en de mate waarin ze het milieu belasten na te gaan, moeten de kenmerken echter meetbaar zijn. Omschrijvingen zoals milieuvriendelijk, duurzaam of (bio-)ecologisch laten een dergelijke kwalitatieve meting niet toe. Daarenboven kan iedereen zijn materiaal, bouwelement, gebouw of bouwmethode onder een dergelijke noemer scharen, wat maakt dat malafide fabrikanten weleens misbruik maken van de goedgelovigheid van consumenten. Dat fabrikanten die milieuboodschappen op hun bouwmaterialen aanbrengen verplicht zijn een milieuproductverklaring (EPD) op te maken en te laten registreren, is al een stap in de goede richting.
De betekenis van de term biobased is wel strikt vastgelegd in de norm EN 16575 Biobased products (2014). Deze norm is niet beschikbaar in het Nederlands, wel in het Engels en in het Frans (âproduits biosourcĂ©sâ). Vrij vertaald stelt de norm dat biobased betekent âgewonnen uit biomassaâ, en dat een biobased (of âbiogebaseerdâ) product een product (1) is dat volledig of gedeeltelijk (2) is gewonnen uit biomassa (3). Dit wordt verder verduidelijkt:
(1) Een product kan een materiaal, een tussenproduct, een halffabricaat of een eindproduct zijn.
(2) Wanneer het gaat over een product dat gedeeltelijk is gewonnen uit biomassa, dan moet het aandeel biomassa (biobased content) vermeld worden. Dit aandeel wordt uitgedrukt in het percentage ten opzichte van de volledige massa van het product (bron illustratie USDA):

(3) Biomassa is materiaal van biologische oorsprong, zoals planten, bomen, algen, micro- en zeeorganismen, dierenâŠ, uitgezonderd materiaal uit geologische afzettingen en/of fossiel materiaal. Biomassa kan fysisch, chemisch of biologisch behandeld zijn.
Zo valt aardolie, op zich een ânatuurlijke grondstofâ, niet onder de noemer biobased, omdat het een fossiele grondstof is en dus niet als biomassa wordt aanzien.

Bron illustratie: USDA
De norm vermeldt ook de definitie van een hernieuwbaar of nagroeibaar materiaal (ârenewable materialâ): een materiaal dat samengesteld is uit biomassa die onbeperkt opnieuw aangevuld kan worden.
Labels die het aandeel biogebaseerde grondstoffen aangeven in geval van producten die gedeeltelijk uit biomassa bestaan, zouden ons dus de nodige informatie moeten verschaffen. Fluitje van een cent? Helaas. Bouwmaterialen met een dergelijk label kom je niet zomaar tegen.
Een norm is geen wet, maar kan wel (al dan niet in afwachting van een mogelijke verplichte naleving ervan) vrijwillig worden toegepast door bijvoorbeeld fabrikanten om hun producten te certificeren bij een derde (onafhankelijke) instantie. Er bestaan verschillende certificeringen om het aandeel aan biobased grondstoffen in een product aan te duiden, elk met hun eigen label. Zo duidt bij het label OK biobased het aantal sterren aan wat het percentage biogebaseerde grondstoffen is, gaande van 20 tot 40% (één ster) tot meer dan 80% (4 sterren). In de praktijk zijn deze labels voornamelijk terug te vinden op afvalzakjes, boodschappentassen, verpakkingen, bestekâŠ
Het DIN-GeprĂŒft Biobased label, eveneens beschikbaar in verschillende varianten naargelang het aandeel biomassa (met een minimum van 20%), blijkt iets breder te worden toegepast en vinden we bijvoorbeeld terug bij een aantal bouwmaterialen.

Enige nuance is wel nodig. De kans is groot dat als je op zoek gaat naar biobased bouwmaterialen, je eigenlijk wil kiezen voor producten en bouwmethodes die het milieu zo weinig mogelijk belasten. Het soort grondstoffen speelt hierin een belangrijke rol, maar garandeert op zich niets. Zo zal bij gebruik van biogebaseerde grondstoffen onder meer de eventuele fysische, chemische of biologische behandeling ervan doorslaggevend zijn om een product later terug te kunnen herleiden tot basisgrondstoffen (âraw materialsâ). Biogebaseerde plastics bijvoorbeeld kunnen biodegradeerbaar of composteerbaar zijn, maar zijn het niet per definitie. Idealiter draagt een biobased product tegelijk het label biodegradeerbaar of biocomposteerbaar. De plaats waar grondstoffen worden gewonnen, het gebruik van bestrijdingsmiddelen, levensduur van een materiaal⊠zijn verder maar enkele van de vele andere kenmerken om mee rekening te houden.
De circulaire economie kan dit kader scheppen, het gebruik van biobased grondstoffen is immers één van haar uitgangspunten, als dusdanig duidelijk omschreven door Vlaanderen Circulair: âIn een circulaire economie worden tal van strategieĂ«n toegepast om materialen en producten zo hoogwaardig mogelijk te blijven inzetten in de economie. Ze worden hersteld, hebben een hoge tweedehandswaarde, zijn upgradebaar, kunnen gemakkelijk uit elkaar gehaald worden en omgevormd worden tot nieuwe producten. De gekozen materialen zijn bij de geboorte gerecycleerd of biogebaseerd, en bij het levenseinde recycleerbaar of afbreekbaar. De circulaire economie wil alles wat van waarde is, waardevol houden. Er mag niets verloren gaan.â
De circulaire bouweconomie, of kortweg circulair bouwen, omarmt op zijn beurt biobased bouwen, maar is breder, en hanteert 3 basisprincipes: veranderingsgericht ontwerpen en bouwen als bouwstrategie, toepassen van de principes van de circulaire economie en het invoeren van materialenpaspoorten die afval moeten voorkomen door materialen te documenteren en een identiteit te geven. Meer info hierover vind je op de Bouwwiki.
Kiezen voor materialen met zoveel mogelijk biogebaseerde grondstoffen is zeker een stap vooruit, maar staar je niet blind op dit ene aspect en verlies het grotere plaatje niet uit het oog.
Volg onze infosessie âCirculair bouwenâ.
Artikel geschreven door ir. arch. Bert Vanderwegen, expert duurzaam bouwen