Morgenbouwers Logo
Zonwering verozo
 

Hoe kies je de juiste zonwering voor jouw woning?

“Zonwering” is een verzamelnaam voor een heel uitgebreid scala aan mogelijkheden, systemen en technieken. In dit artikel maken we het onderscheid tussen binnen-, tussen- en buitenzonwering. We bekijken de mogelijkheden en aandachtspunten zodat je na het lezen van dit artikel de juiste keuze kan maken.

Binnenzonwering of buitenzonwering?

Het effect van binnenzonwering is eerder beperkt omdat de zonnewarmte immers al binnen is voor je ze tegenhoudt: afhankelijk van type en kleur wordt er 10 tot maximum 40 % van de zonnewarmte tegengehouden. Kies een binnenzonwering met lichte kleur zodat ze zo weinig mogelijk warmte absorbeert. Is binnenzonwering overbodig als je buitenzonwering hebt? Neen, soms gaan binnen- en buitenzonwering hand in hand. Als we verblinding willen vermijden (op een beeldscherm bijvoorbeeld), maar toch zonnewinsten willen in de winter, dan is binnenzonwering ideaal.

Met buitenzonwering kunnen we 80 tot 90 % of zelfs meer van de zonnewarmte tegenhouden. Hoeveel hangt af van het type zonwering en de kleur.

Vaste of bewegende (dynamische) zonwering?

Laten we eerst een onderscheid maken tussen vaste en bewegende zonwering. Vaste zonweringen zijn bijvoorbeeld oversteken boven een raam. Het effect ervan hangt af van de lengte van de oversteek ten opzichte van de hoogte van het raam eronder.

Op de figuur zie je dat een verhouding tussen oversteek en raamhoogte van L/H = 1/1,8 enkel op 21 juni bij de hoogste zonnestand ‘s middags 100 % schaduw geeft. Bij een raamhoogte van 1,80 meter betekent dat een dakoversteek van 1 meter lengte. Als L/H gelijk is aan 1/1,5 dan hebben we van 12 mei tot 1 augustus 's middags 100 % schaduw. Bij een raamhoogte van 1,80 meter betekent dit een dakoversteek van 1,20 meter. Dit geldt enkel voor zuidgeoriënteerde gevels. Op het oosten en westen staat de zon veel lager en hebben oversteken weinig effect: de zon schijnt eronder door. Maar ook op het zuiden hebben oversteken hun beperkingen: in de tussenseizoenen staat de zon lager en kan er toch nog veel zon op het raam vallen.

Andere vormen van vaste zonweringen zijn schaduwdoeken of zeilen die (deels) schaduw werpen op het raam (zie foto links, © Bert Vanderwegen), zonthermische of photovoltaïsche panelen tegen de gevel boven een raam of bomen, struiken en beplanting. Deze laatste zijn best bladverliezende soorten zodat er zonwering is in de zomer en warmtewinst in de winter. Een losstaande constructie voor de gevel met een klimplant is een variant hierop. Hop en druivelaar zijn twee plantensoorten die uitermate geschikt zijn voor deze toepassing omdat ze in de winter vrijwel volledig verdwijnen, maar in de zomer snel terug aangroeien. Bomen en klimplanten hebben echter een nadeel: in het tussenseizoen, en dan vooral de lente, kan het voorvallen dat er nog onvoldoende bladgroei is om bij zacht en zonnig lenteweer genoeg zon tegen te houden. Soms heb je dus meer nood aan beweegbare zonwering, ook op het zuiden.

Dynamische buitenzonwering bestaat er in vele vormen: screens, buitenjaloezieën, uitvalschermen, knikarmschermen (ook gekend als zonnescherm), markisolette (combinatie van een screen en een uitvalscherm), schuifschermen, vouwschermen en luifels (met beweegbare doeken of lamellen). Luifels, knikarmschermen en uitvalschermen hebben, in tegenstelling tot de andere beweegbare buitenzonwering, hetzelfde nadeel als vaste zonwering: ze houden enkel de directe zoninstraling tegen.

Wat is de efficiëntie van buitenzonwering?

Op de vraag welke buitenzonwering het meest efficiënt is, is het moeilijk om een rechtlijnig antwoord te geven. Net zoals bij beglazing wordt de zonnetoetreding aangegeven met de g-waarde, uitgedrukt in procent, die aangeeft hoeveel procent van de zonnewarmte die op de zonwering invalt, wordt doorgelaten. In de praktijk zien we steeds een combinatie van beglazing en zonwering, nooit een zonwering alleen. De gtot-waarde geeft aan wat de zonnetoetredingsfactor is van zonwering/rolluik plus beglazing. De performantie van de combinatie glas plus zonwering wordt aangeduid in klassen, gaande van 0 (zeer weinig effect) tot 4 (zeer goed effect) zoals je ziet in de tabel hieronder (bron: Buildwise).

Waar moet je nog op letten bij de keuze van een buitenzonwering?

Maar we mogen ons ook niet blind staren op de gtot-waarde. Eigenlijk is het ook de sturing die mee bepaalt hoe effectief de zonwering in werkelijkheid zal zijn. Een zonwering die in theorie een zeer lage zonnetoetredingsfactor heeft maar handmatig bediend wordt, zal in de praktijk mogelijk ondermaats presteren omdat de bewoners vergeten de zonwering naar beneden te doen. Een in theorie matig effectieve zonwering, maar geautomatiseerd, kan dan toch beter presteren in de praktijk omdat ze optimaal de zon tegenhoudt. Naast de zoninstraling op de gevel (door een sensor gemeten in lux of in W/m²) moet de zonwering ook aangestuurd worden door een wind- en regensensor zodat de zonwering bij slechte weersomstandigheden dicht/omhoog gaat om schade te voorkomen. Een buitenzonwering moet ook voldoende windvast zijn, zo niet gaat ze dicht/omhoog bij het minste zuchtje wind.

Twee andere belangrijke parameters die bepalend zijn bij de keuze van de zonwering zijn daglichttoetreding en doorzicht of visueel comfort. Hoewel daglichttoetreding bij woningen een minder bepalende factor is dan bij tertiaire gebouwen zoals scholen en kantoren, is het toch goed om hier ook even bij stil te staan. Ramen met rolluiken bijvoorbeeld hebben een zeer lage zonnetoetredingsfactor maar dompelen meestal de achterliggende ruimtes in het duister. Jaloezieën daarentegen kunnen naargelang de nood aangepast worden in helling zodat er meer of minder daglicht binnenkomt. Een nadeel is wel dat meer daglichttoetreding meer zonnewinsten tot gevolg heeft. Afhankelijk van de functie moet er dus steeds een compromis gevonden worden tussen de zonnetoetredingsfactor en de nood aan daglicht.

Doorzicht is vooral een aandachtspunt bij screens en wordt bepaald door de openingsfactor en de kleur van het doek. Voor een gegeven kleur zal een doek met een hoge openingsfactor een beter doorzicht opleveren dan een doek met een lage openingsfactor. Een hogere openingsfactor betekent echter een hogere zonnetoetredingsfactor. Voor een gegeven openingsfactor zal een donker textieldoek een beter doorzicht opleveren dan een lichtkleurig textieldoek. Hieronder vind je een samenvattende tabel (Bron: Buildwise).

Wat is tussenzonwering?

Een andere mogelijke oplossing is tussenzonwering die in het raam of in de beglazing ingewerkt is. Hierdoor is windvastheid geen issue meer. Omdat de zonwering echter niet voor het raam zit maar in het raam of de beglazing, is de zonnetoetredingsfactor eerder gemiddeld. Plaatsen we eenzelfde screen als binnen-, tussen- of buitenzonwering dan zal de tussenzonwering beter de zon tegenhouden dan de binnenzonwering, maar slechter dan de buitenzonwering. Bij tussenzonwering in het raam bevindt de zonwering zich tussen de beglazing en een extra glasblad, dat aan de buitenzijde wordt toegevoegd en dat afzonderlijk kan opengemaakt worden. Hierdoor blijft de zonwering toegankelijk, maar ze kan enkel toegepast worden bij opengaande ramen. Indien de tussenzonwering in de beglazing wordt voorzien, is deze niet meer toegankelijk. Daarom raden we dergelijke tussenzonwering in de beglazing af. Bijkomend nadeel van tussenzonwering in het glas: de glasspouw wordt breder, wat resulteert in een slechtere isolatiewaarde (hogere Ug-waarde).

Meer info

Raadpleeg onze Bouwwiki voor meer artikels over het vermijden van oververhitting (kies links onder “Thema’s” voor “Oververhitting”). Een relevante vraag die bij dit artikel aansluit is bv. volgend artikel: Is zonwerende beglazing een goede oplossing om oververhitting te vermijden?.

Volg onze infosessie Hou je huis koel.

Artikel geschreven door ir. arch. Bert Vanderwegen, technisch adviseur duurzaam bouwen