Je bent hier » Tijdschrift » Archief » Archief wonen » Cohousing in een arbeiderspaleis le familistere

Cohousing in een arbeiderspaleis - Le Familistère

Terug

Verlichte werkgevers boden hun arbeiders op het einde van de 19e eeuw huisvesting, cultuur en ontspanning vlak bij de fabriek waar ze dikwijls hun hele leven sleten. Een vorm van cohousing en kernverdichting toen er van overbevolking, files en verregaande versnippering ten koste van het landschap en de natuur nog geen sprake was. Jean-Baptiste Godin, bij de oudere generaties bekend van zijn gietijzeren kachels, deed daar in het Noord-Franse departement Picardië nog een schepje bovenop: hij baseerde zich voor het ontwerp van zijn sociaal paleis op het kasteel van de Franse koning in Versailles en doopte het Le Familistère.

 

Le Familistère

© Collection Familistère de Guise

 

Jean Baptiste André Godin (1817 – 1888) begon als elfjarige in het bedrijf van zijn vader te werken. Op zijn 17de trekt hij naar Parijs. Als Compagnon Du Devoir maakt Godin zijn Tour de France: hij is leerling van verscheidene bevoegde meesters, een opleidingssysteem (stage / uitwisselingsprogramma) dat heden nog altijd efficiënt blijkt te zijn. Tijdens zijn leerjaren door Frankrijk ondervindt hij de armoede en rechteloosheid van de arbeider aan den lijve. Een normale jonge knaap trekt de schouders op, drinkt zich lazarus en denkt: “Daar kan ik toch niets aan doen. Het is allemaal de schuld van de regering, de politiek, de heersende klasse …” Hij zweert echter een dure eed: “Als ik erin slaag om mezelf op te werken, dan ga ik een systeem creëren waarbij werkmensen welzijn en appreciatie ondervinden en zélf hun werk- en leefomstandigheden in handen kunnen nemen”. Voilà, zo simpel is dat. Hij werkt zich effectief uit de naad en begint een fabriek voor de productie van de onverwoestbare Godin kachels en kookfornuizen en hij stampt in het Noord-Franse stadje Guise een project uit de grond waaraan de huidige cohousing projecten nog een puntje kunnen zuigen. Hij geeft zijn hoogstpersoonlijke invulling aan begrippen als community town, verdichting, stadstuinen en lokale economie waar de hedendaagse stadsontwikkelaars en beleidsmakers nog veel van kunnen opsteken.

 

Heldenverhaal

In plaats van werklui, zoals gebruikelijk in die tijd, uit te persen als citroenen en ze te laten samenhokken als beesten, verminderde hij de werktijden tot acht uur per dag en laste hij rustdagen in. Hij betaalde hen een fatsoenlijk loon en trok zo de best gekwalificeerde krachten aan. De kritiek van de heersende klasse was niet min, ze voelden nattigheid. Eerst deden ze het af als ‘‘zuipschuiterij van een jonge blaag” en vervolgens nestelde iedereen zich weer vredig in zijn vastgeroeste gewoonten. Het doorzettingsvermogen van Jean-Baptiste was echter al even onverwoestbaar als zijn kachels. Wie de macht wilde behouden en de massa liefst dom en onwetend hield, begon stokken in de wielen te steken en Godin persoonlijk schade te berokkenen. Dit is geweldig inspirerend aan deze man: hij doet onverdroten verder om zijn droom te realiseren. Jean Baptiste André Godin was niet meer of minder dan een visionair, een doorzetter, een dromer, een denker, een doener, alles in één pakketje mens vervat. Als van dit soort ‘gerealiseerde heldenverhalen’ je oren niet gaan tuiten, dan weet ik het niet meer.

 

Het tijdskader: Priester Daens

108 jaar na zijn overlijden, op 6 juni 2015, kreeg Priester Daens eerherstel van kerkelijke zijde. André-Joseph Léonard, aartsbisschop van Mechelen - Brussel legde bloemen neer op het graf van Daens met de woorden: “Vandaag ben ik hier als aartsbisschop om Daens in ere te herstellen. Spijtig genoeg werd priester Daens (1839 – 1907) tegengewerkt door de bisschop en de aartsbisschop uit zijn tijd. Ze hebben hem niet geholpen maar veroordeeld en zelfs uit zijn priesterambt ontzet.”

 

Daens leefde in de 19e eeuw, tijdens de industriële revolutie, waarin hij het opnam tegen de schrijnende armoede en de kinderarbeid van de arbeidersklasse. Het 19e-eeuwse Aalst was een van de meest geïndustrialiseerde steden van België en één van de grootste textielproducenten. Maar de welvaart had een gitzwarte keerzijde. Arbeiders, zowel mannen, vrouwen als kinderen, werkten zes dagen per week, soms meer dan twaalf uur per dag, voor een hongerloon. Van veiligheid was geen sprake. Vele arbeiders verloren ledematen of zelfs hun leven door de gevaarlijke werkomstandigheden in de textielfabrieken. De toenmalige grootgrondbezitters – voornamelijk Franstalige Belgen – verdienden fortuinen aan de fabrieken. Tegen deze achtergrond van extreem harde werkomstandigheden, het grauwe leven van loonslaven in sloppenwijken, werd op nauwelijks 150 km daarvandaan in Noord-Frankrijk een utopie gerealiseerd.

 

Meer lezen?

Neem een abonnement

of vraag een gratis proefnummer aan

 

Achtergrondafbeelding

016 23 26 49

info@dialoog.be

facebook.com/dialoogvzw