Je bent hier » Tijdschrift » Archief » Archief reizen » De low impact man gaat op reis

De Low Impact Man gaat op reis

Terug

Ergens op de Noordzee, aan boord van de Tor Magnolia. Door het raam zie ik steeds hetzelfde, en tegelijk voortdurend wisselende beeld van het eindeloze water. Wat verder in de hoek van onze leefruimte kijken de kinderen Adam en Marieke naar Pirates of the Caribbean waar kapitein Jack Sparrow zich in iets woeliger wateren bevindt. We zijn op weg naar Zweden met een vrachtschip, de start van een poging tot Low Impact Reis.

 

Het doel van mijn Low Impact project is om goed te leven met een ecologische voetafdruk van 1,6 hectare. Dat is het duurzame niveau en staat voor een levensstijl die haalbaar is voor alle mensen op deze planeet zonder verdere schade toe te brengen aan het ecosysteem. Aangezien de gemiddelde Belg 5,6 hectaren opsoupeert moet ik het met ruim 70 % minder proberen te doen. Een dagelijkse strijd om het aantal kWh, grammen afval of watergebruik zo klein mogelijk te houden.

 

Wat vakantie betreft was de beste oplossing voor de voetafdruk ongetwijfeld een fietstrip in eigen land. Toch heb ik ervoor gekozen om echt op reis te gaan met de kinderen. Met als grote uitdaging: is het mogelijk om zo’n vakantie te combineren met een lage ecologische voetafdruk?

 

Bootreis

Alleen al het inschepen op een vrachtschip is niet te vergelijken met elke andere vorm van op vakantie gaan. Geen wachthallen vol nerveuze kinderen en rondbuikige heren met bloemetjeshemden. Geen souvenirwinkeltjes, geen slechte koffie in plastic bekertjes, nee zelfs geen automaten. Alleen een industrieel havengebied met een immens schip langs de kade, onze Tor Magnolia. Tweehonderd meter lang, dertig meter breed, twaalf verdiepingen hoog. Terwijl we even wachten voor we in de buik van het schip kunnen binnenwandelen worden trailers binnengereden samen met een stoet gloednieuwe Volvo’s. Tja, dit is wel deelnemen aan de geglobaliseerde wereld van het vrachtverkeer natuurlijk.

 

Na het bekijken van de papieren worden we meegenomen naar de passagiersruimte. Een lange gang met een tiental kamertjes. Per twee nemen we onze intrek. Alles ziet er prima uit: mooie kamertjes met twee bedden, een bank, een tafeltje en een mini-badkamer. De handdoeken liggen klaar net als een papiertje met de tijden van de maaltijden. Er kunnen maximaal twaalf passagiers mee met het schip. Voor onze overtocht zijn we met acht.

 

De uittocht uit de haven van Gent is een belevenis op zich. Stipt om 22 uur maakt de gigant zich los van de kade en vaart langzaam het kanaal Gent-Terneuzen op. Ik voel me terug een jongen van negen als ik samen met Adam (die effectief negen is) boven op de brug sta, op dezelfde hoogte als de meeuwen die het schip vergezellen. Links en rechts piepkleine huisjes en auto’s in het schemerdonker, afgewisseld met uitgestrekte industriële complexen waaronder de grootste staalfabriek van Europa. Heel veel lichtjes voor, achter en naast ons, een zachte bries en een adembenemend zicht maken de ervaring compleet.

 

Aan de koeltoren van Langerbrugge komt een fietser aangereden. Het is de opa van Adam en Marieke die nog even komt zwaaien, een heel klein stipje in een machtig filmdecor. Iets later varen we langs de brug van Zelzate en omstreeks half één liggen we in de sluis van Terneuzen. De Canvas cameraploeg die de inscheping mee heeft gevolgd moet hier van boord. Daarvoor wordt een hoogtewerker ingezet die de mensen één voor één van het schip haalt en op begane grond zet. Van bovenaf gezien lijkt het wel een aflevering van Bob de Bouwer.

 

Het schip weegt 12.000 ton en kan maximum 7.000 ton vracht vervoeren. Dat komt neer op 400 auto’s en 200 trailers. Vandaag is de boot met 2.400 ton slechts voor een deel geladen. Mijn eigen gewicht en dat van mijn bagage bedraagt dus 0,0075 % van het totaal. Belangrijk om later de voetafdruk van de bootreis te berekenen. Voor deze reis van een kleine 900 kilometer zal er 60 ton zware diesel worden gebruikt. Het is een recent schip (jaargang 2003) met een eigen waterproductie (via een evaporator die waterdamp uit de lucht omzet tot drinkbaar water). De elektriciteit is een bijproduct van de zware motoren die het schip aandrijven. Afval wordt netjes gesorteerd en aan land gebracht. Michael, de Zweedse chief operator, vertelt me dat in de scheepvaart de wedloop naar steeds grotere energie-efficiëntie volop bezig is. Het belangrijkste motief is de kostprijs van de olie, maar ook milieuoverwegingen beginnen mee te spelen.

 

Het hele schip draait met 16 personeelsleden. Geen Filipino’s, zoals ik bijna clichématig verwacht had, maar echte Zweden. Behalve die ene met zijn opvallend Gents accent. Op het bovendek bevindt zich een indrukwekkende controlekamer die zo uit een Star Wars ruimteschip zou kunnen komen. Schermen, knopjes, wijzertjes en vreemde toestellen. Enkele heren met kraakwitte hemden met geel-zwarte, gedraaide epauletten houden de boel in de gaten. Ze loodsen ons veilig op de Schelde en zo verder richting Noordzee.

 

Zoals in het klooster

Enkele dagen reizen op zo’n schip kun je bijna vergelijken met een verblijf in een abdij. Het ritme is heel duidelijk: het ontbijt is om 8 uur, de lunch om 12 en het avondmaal om 17.30 uur. Verder gebeurt er niks, zelfs geen vespers. Je ziet weinig mensen en het is er stil. Het zachte en continue gebrom van de zware dieselmotoren hoor je na enkele uren niet meer. Tussendoor heb je koffie, thee, frisdrank en fruit ter beschikking. Er is een ontspanningszaaltje met wat tijdschriften en er staat ook een televisietoestel. Maar de hoofdattractie bevindt zich op de verschillende dekken: de zee en de golven. Het meditatiemiddel bij uitstek. Zalig dat je bij deze manier van reizen geen massatoerismegevoel krijgt.

 

Naast de andere passagiers kom je slechts af en toe nog iemand van de crew tegen. Nog een opvallende gelijkenis met het klooster: de boot is een volledig reclamevrije omgeving. Nergens posters of affiches, geen oproepen om te kopen of te consumeren, geen muzak, geen verkopers die met karretjes rondhuppelen om hun waar aan te prijzen. Hier kun je zijn zonder iets te moeten consumeren. (Even de 400 nieuwe auto’s in het ruim negeren die op weg zijn naar een gelukkige koper.) Dit is dus ook de ideale trip om te onthaasten en om weg te zijn van de wereld. Tijd en zee zijn hier in overvloed aanwezig. Je wordt ook een beetje nederig. Enerzijds ten opzichte van de gigantische afmetingen van het schip, anderzijds omwille van de weidsheid van de zee en de lucht. Wie eens een paar dagen echte rust nodig heeft om te lezen, te schrijven of te mediteren, zou ik een retourtje Göteborg per boot ten zeerste aanbevelen.

 

De roep van de eland

Een van de hoogtepunten van onze reis was ongetwijfeld het bezoek aan Kolarbyn, ook wel het meest primitieve hotel van Zweden genoemd. Midden in het bos naast een prachtig meer staan twaalf hutjes die gebouwd zijn van hout en bedekt met groen. Reeds 400 jaar geleden bouwden de kolenbranders op dezelfde manier hun verblijfplaats op deze plek. Ze kwamen er jaarlijks enkele weken om houtskool te produceren.

 

Nu is Kolarbyn door een drietal enthousiaste jonge mensen omgevormd tot een originele en magische verblijfplaats. Nochtans is er bijna niks. Geen elektriciteit, geen internet, geen stromend water noch douche. De bedoeling is dat je als gast zelf hout hakt voor het koken en voor het verwarmen van je hut (indien nodig). Om je te wassen kun je naar een beekje iets verderop of naar het prachtige meer vlakbij. Er is een centrale kookplek en olielichtjes zorgen voor stemmige verlichting tussen de bomen. Voor drinkwater is er een bron wat verderop in het bos. Het toilet is een houten constructie, type composttoilet, met een koninklijk gat in een plank en foto´s van de Deense monarchie.

 

Anna, Thomas en Marcus verwelkomen de gasten en zorgen voor de regelmatige aanvoer van biologische voeding. Allemaal heel eenvoudig en hartelijk. Adam en Marieke amuseren zich met bootje varen op het meer, vuurtjes stoken, water halen en andere doodsimpele dingen. Maandagavond kunnen we mee op elfentocht. Een wandeling door het bos waarbij we een waterfee, een vuurman, de bewaker van de brug en een aantal trollen tegen het lijf lopen.

 

We leren ook de schreeuw van de eland waarbij opvalt dat die van de vrouwtjes een stuk ingewikkelder is dan die van de mannetjes. En al verstaan we nauwelijks iets van wat de sprookjesfiguren vertellen, de sfeer is magisch. Een ervaring waar geen Disneyland tegen op kan. De laatste nacht in Kolarbyn word ik wakker rond halfvier. De kinderen liggen nog vredig te slapen in de slaapzak op de schapenvellen in onze hut. Er is al veel licht en ik besluit een wandelingetje te maken in het bos. Met het prachtige ochtendlicht en de ongelofelijke stilte voel ik me heel verbonden met de natuur. De rust van het bos zorgt ervoor dat je ook zelf tot rust komt. Na het tochtje slaap ik nog enkele uren in volkomen zaligheid.

 

Low Impact Hotel

Dat je in Kolarbyn kunt verblijven met een lage voetafdruk is natuurlijk niet zo bijzonder. Wel hoopgevend is dat je ook in een luxehotel kunt verblijven zonder zware impact. In het kader van het Canvasprogramma zijn we enkele dagen te gast in de Scandic Anglais in het hartje van Stockholm. Wat maakt dit hotel dan zo bijzonder? Bij het ontbijt is er een enorme overvloed aan warme en koude hapjes, groenten en fruit, te veel brood en beleg om te kunnen kiezen, koekjes, drankjes, enzovoort. Daarbij hier en daar wat biologische producten zoals kaas, melk en thee. Nog positief: nergens individuele verpakkingen. Je smeert de boter of confituur uit grote potten op het buffet. Ook geen bekers of wegwerpbestek en de servetjes dragen het Nordic Swan eco-logo. Een goede LIM-score voor het ontbijt dus, al merk ik dat de overvloed mensen ertoe aanzet veel te veel op te scheppen. Met als gevolg dat heel wat van het lekkers op de borden blijft liggen. Wat er met de resten gebeurt krijg ik tijdens de rondleiding te zien. Alle GFT- en voedselafval gaat in een soort blender en wordt afgevoerd naar een installatie die biogas produceert.

 

De verwarming van het gebouw en het warm water gebeurt zoals de meeste gebouwen in Stockholm op stadsverwarming. Een systeem dat bij ons nauwelijks bekend is. Het komt erop neer dat op een centrale plek heet water wordt geproduceerd en dit via leidingen in de hele stad wordt verdeeld. Het verwarmen gebeurt gedeeltelijk met hernieuwbare bronnen. In het Scandic hotel worden alle cijfers al twaalf jaar keurig bijgehouden. Zo weet vice-president Peter Jan Bergkwist me te vertellen dat de gemiddelde uitstoot per gast en per nacht op 2,7 kilogram komt. Ik kan het niet vergelijken met andere cijfers maar het lijkt me een goede score. Ook positief is de keuze van Scandic om alle water in flessen te bannen. Als bezoeker krijg je overal kraantjeswater aangeboden. Mede hierdoor en door het bannen van individuele verpakkingen is de afvalberg in het hotel de laatste tien jaar met 70 % gezakt.

 

Verder stelt het hotel fietsen ter beschikking van de gasten en zijn er in de kamers ook geen zeepjes of wegwerpbekertjes te vinden. Het personeel krijgt een aangepaste training rond duurzaamheid. Met wat goede wil en de nodige investeringen is het dus ook mogelijk te genieten van comfort op een Low Impact manier. En dat is misschien wel de meest hoopvolle vaststelling van deze reis.

 

Steven Vromman

 

Meer weten?

De boot naar Zweden kun je boeken via www.dfdstorline.com/DfdsTorLine/EN/
www.kolarbyn.se
www.lowimpactman.be

Achtergrondafbeelding

016 23 26 49

info@dialoog.be

facebook.com/dialoogvzw