Je bent hier » Tijdschrift » Archief » Archief groene gedachten » Teveel aan co2 leidt naar kyoto 2

Teveel aan CO2 leidt naar Kyoto 2

Terug

De stabilisering van de broeikasgasconcentraties op een niveau dat gevaarlijke interferentie met het klimaatsysteem verhindert is het einddoel van het VN-Raamverdrag inzake Klimaatverandering (UNFCC). Om dat bereiken zullen de CO2-emissiereducties niet alleen draconisch (groter dan 80%) moeten zijn. Ook het reconversieproces, weg van de fossiele brandstoffen en kernenergie, moet onverwijld en onversaagd op gang komen, stelt Peter Tom Jones. De auteur is burgerlijk ingenieur milieukunde en doctor in de materiaalkunde. Hij werkt als post-doctoraal onderzoeker aan de KULeuven, is lid van de wetenschappelijke raad van ATTAC-Vlaanderen en stond mee aan de wieg van het ¡Ya Basta!-collectief.

 

Er vloeide al heel wat inkt over de hoge olieprijzen en de potentiële escalatie van het broeikaseffect. Hoewel de ergste gevolgen zich door de inherente traagheidseffecten in het klimaatsysteem wellicht nog moeten voordoen, voltrekken de klimaatswijzigingen zich hier en nu. Met de regelmaat van de klok verschijnen er publicaties in vaktijdschriften die op dit dubbele gevaar wijzen. Eén van de kenmerken van het industriële tijdperk is dat de mensheid zich via fossiele brandstoffen kon bevrijden van de beperkingen die haar werd opgelegd door de relatief kleine hoeveelheid zonne-energie die via fotosynthese in biomassa omgezet kon worden. Ten tijde van de jagers-verzamelaars- en landbouwsamenlevingen bleef men immers nog verstoken van de genoegens van fossiele brandstoffen.

 

Een nieuw Kyotoakkoord

In het industriële tijdperk veranderde de bevrijding van die energierestrictie al snel in een systematische verslaving. Hoewel de gemiddelde energie-efficiëntie gestaag verbeterde via nieuwe technologie, nam tussen 1980 en 2001 de wereldwijde consumptie van petroleum, steenkool en aardgas met respectievelijk 22, 27 en 71% toe. Vandaag lenigen klassieke fossiele brandstoffen niet minder dan 95% van onze energiehonger. Er bestaan niet alleen ontwrichtende onevenwichten inzake de mondiale energieconsumptieniveaus. Ook de geografische beschikbaarheid van fossiele brandstoffen is ongelijk verdeeld. Zo bezit het Midden-Oosten ongeveer twee derde van 's werelds oliereserves. Die tweevoudig ongelijke verdeling zorgt voor politieke problemen. De situatie van de VS is exemplarisch. Dit land importeert ongeveer 45% van zijn oliebehoefte, terwijl zowel de vraag als het aandeel van zijn import toenemen. Daarbij komt dat de olievraag van vooral China en India ongemeen snel omhoog gaat. Een eerste daarmee verbonden probleem is de eindigheid van de beschikbare voorraden.

 

Ook al betwisten sommigen dat de uitputting imminent is, toch wordt algemeen aangenomen dat de piek in de olieproductie ergens rond 2010 zal liggen. Als die gepasseerd is, zullen de olieprijzen pas echt de pan uitrijzen. Nochtans schuilt vandaag het voornaamste gevaar niet zozeer in de uitputting van de nog resterende fossiele bronnen, maar veeleer in de effecten van de uitgestoten CO2 en in de biofysische begrenzingen aan de CO2-opnamecapaciteit van de koolstofputten. Momenteel wordt nog ongeveer de helft van de menselijke CO2-uitstoot geabsorbeerd door de oceanen (30%) en de aardse biosfeer (20%), waardoor de stijging van de atmosferische CO2-concentratie enigszins binnen de perken blijft. Het Britse Hadley Centre schat echter dat in een business as usual-emissiescenario de aardse biosfeer vanaf 2050 een netto koolstofbron zal worden, met een versnelde globale opwarming tot gevolg. Hoewel het opslagpotentieel van de oceanen groter is, lijkt hun CO2-absorptiesnelheid gestaag af te nemen, om nog niet te spreken van de verzuring van de oceanen met alle gevolgen vandien voor de mariene ecosystemen. De combinatie van de sterke afhankelijkheid van olie, de eindige reserves, de klimaatdestabiliserende gevolgen van de verbrande fossiele bronnen en de beperkte CO2-opnamecapaciteit zorgt onmiskenbaar voor een explosieve mix. De oorlogen in Irak waren slechts één van de eerste voortekenen. Er is daarom dringend nood aan een nieuw Kyotoakkoord waarin men een 'veilig' CO2-stabiliseringsniveau vooropstelt. Dat moet gepaard gaan met zeer strenge emissienormen. De houding van de Britse regering, die een plan heeft opgesteld voor een reductie van de broeikasgasuitstoot van 60% tegen het jaar 2050, kan als voorbeeld dienen.

 

Kernenergie

Hoewel kernenergie vandaag door sommigen naar voren wordt geschoven als broeikasgasvriendelijk alternatief, is dat evenmin een duurzame oplossing. Integendeel, kernenergie creëert meer problemen dan ze kan oplossen: grote hoeveelheden radioactief afval waarmee men geen blijf weet, de extreme foutonvriendelijkheid – zie Tsjernobyl – het gevaar voor nucleaire proliferatie en de kwetsbaarheid voor terroristische aanslagen. Om het aandeel van kernenergie in de totale energiemix op te trekken van de huidige 2,4% naar bijvoorbeeld 80%, moeten een fenomenaal groot aantal nieuwe reactoren gebouwd worden, in de ordegrootte van 3.500 in een tijdspanne van 25 jaar. In plaats van het kernenergiepad als zaligmakend alternatief voor te stellen – kernfusie is nog niet voor morgen en bovendien evenmin foutvriendelijk – kunnen we beter radicaal investeren in de ontwikkeling en implementatie van hernieuwbare energiebronnen en groene technologie.

 

Milieuvriendelijke spitstechnologie volstaat niet

Met alleen maar milieuvriendelijke spitstechnologie zullen we er echter niet komen. Omdat kleine efficiëntiewinsten onmiddellijk opgeslorpt worden door het schaaleffect van economische groei, schiet een ontoereikende eco-efficiëntie haar doel voorbij. Daarom moeten we tegelijkertijd een lans breken voor rationeel energieverbruik en verregaande energiematiging. Dat vereist ook een culturele omslag. Het klimaatprobleem mag niet losgekoppeld worden van het meer algemene overconsumptieprobleem waarmee we te kampen hebben. Ondanks de hype over een partiële ontkoppeling tussen economische groei en milieudruk, overschrijdt volgens conservatieve schattingen het mondiale milieubeslag nu het draagvlak van de aarde met 20%. Bovendien neemt de rijkste 20% ongeveer 80% van de totale milieu-impact voor zijn rekening.

 

Aan de volumegroei van de doorstroom van materialen en energie doorheen de (over)ontwikkelde economieën van het Westen, moet een einde komen. In een wereld waarin economische groei het alfa en omega van het maatschappelijke denken vormt en het consumentenvertrouwen de klok rond via snode methodes aangewakkerd moet worden, lijkt een pleidooi voor minder groei een daad van ketterij. Een pijnlijk dilemma dringt zich op. Om duurzaamheid na te streven zijn politiek aanvaardbare maatregelen vanuit milieustandpunt slechts druppels op een hete plaat, maar ecologisch noodzakelijke transformaties lijken politiek dan weer onhaalbaar. Wanneer we geconfronteerd worden met de keuze tussen een biofysische en een politieke onmogelijkheid, dan kiezen we beter voor de realisatie van het politiek onhaalbare, ook al bestaan er geen toverformules. De sociale kosten van een vrijwillig gekozen economische reconversie verzinken immers in het niets tegenover de ecologische en economische schade die de mensheid boven het hoofd hangt naarmate een heel scala aan kritische sociale en ecologische drempelwaarden overschreden worden.

 

Peter Tom Jones

Meer informatie

vl.attac.be

 

Meer lezen?

Neem een abonnement

of vraag een gratis proefnummer aan

 

Achtergrondafbeelding

016 23 26 49

info@dialoog.be

facebook.com/dialoogvzw