Onlangs werd het onderzoeksproject co-WARM afgerond. Dit Klimaatsubsidieproject gesubsidieerd door de provincie Vlaams-Brabant bestond uit twee onderzoeksvragen:
Morgenbouwers voerde het onderzoek uit in samenwerking met Ecolife, Efika en ECoOB.
Het co‑WARM‑project ging van start in maart 2024, met de steun van een klimaatsubsidie van Vlaams‑Brabant, en begeleidde drie appartementsgebouwen (Leuven, Landen en Asse) in een concreet renovatietraject. Voor elk gebouw werd een renovatiemasterplan opgemaakt. Een aantal renovatiestappen werden verder uitgewerkt door enerzijds de organisatie van een groepsaankoop voor buitenschrijnwerk in Leuven en Landen, en anderzijds technische studies rond verwarming, PV, laadpalen en waterrecupartie in Leuven en Asse.
Dit resulteerde in 22 uitgevoerde of geplande raamrenovaties, duidelijke visie voor toekomstige verwarmingssystemen en een reeks onderbouwde beslissingen (of bewuste uitstelbeslissingen) rond bijkomende energie‑investeringen. Tegelijk bracht het traject scherp in beeld welke factoren bepalend zijn voor participatie en succesvolle uitvoering in appartementsgebouwen.
De eerste onderzoeksvraag van het project was de organisatie van groepsaankopen voor buitenschrijnwerk. In totaal werden tientallen eigenaars bereikt via plaatsbezoeken en individuele contactmomenten.
In Leuven (55 appartementen) werden 35 plaatsbezoeken uitgevoerd, wat resulteerde in 29 individuele offertes. Uiteindelijk beslisten 14 eigenaars om effectief deel te nemen aan de groepsrenovatie. De nieuwe ramen zijn momenteel in productie. Daarnaast werd ook een collectieve renovatie van het gemeenschappelijk schrijnwerk in één blok goedgekeurd.
In Landen (104 appartementen) werden 10 plaatsbezoeken uitgevoerd, goed voor 8 offertes. Dit leidde tot 8 effectieve deelnames, waarbij de werken intussen succesvol zijn uitgevoerd.
Deze resultaten tonen dat een groepsaankoop een sterk instrument is om renovaties te versnellen, maar dat de participatie sterk afhangt van de beginsituatie van het gebouw. In gebouwen waar al renovaties werden uitgevoerd, ligt de bereidheid tot deelname merkbaar lager.
Parallel met de groepsaankopen werden verschillende technische scenario’s onderzocht rond verwarming, zonnepanelen, laadinfrastructuur en waterrecuperatie.
Voor verwarming werd in Leuven gekozen voor individuele lucht‑luchtwarmtepompen, waarbij een werkgroep de verdere uitwerking op zich neemt. In Asse werd nog geen eenduidige keuze gemaakt: daar wordt schouw per schouw bekeken of men kiest voor individuele warmtepompen of renovatie van bestaande systemen, mede door bijkomende technische problemen zoals gemeenschappelijke schouwen met gemengde aansluitingen van (niet-)condenserende ketels.

De studie bevestigt dat collectieve verwarmingssystemen technisch interessant zijn, maar in bestaande gebouwen vaak complex en financieel zwaar, zeker wanneer er nog geen centrale verwarming is, zoals in Leuven. Individuele oplossingen blijken in sommige gevallen haalbaarder, al blijft een collectieve aanpak nodig om kwaliteit, uitzicht en comfort te bewaken.
Voor laadinfrastructuur en zonnepanelen werd het potentieel onderzocht, maar werden voorlopig geen collectieve installaties gerealiseerd. Een belangrijke conclusie is dat deze investeringen vooral rendabel worden wanneer ze gekoppeld worden aan andere collectieve energie‑toepassingen, zoals een collectieve warmtepomp of laadinfrastructuur.
Voor waterrecuperatie bleek het potentieel beperkt door technische randvoorwaarden zoals dakoppervlak of afvoersystemen. In Asse blijft grijswaterrecuperatie wel een mogelijke piste voor de toekomst, maar heeft op dit moment de verwarming nog prioriteit.
Het project maakte duidelijk dat participatie sterk verschilt per gebouw. In totaal werden tientallen eigenaars rechtstreeks bereikt via bevragingen, online infomomenten, flyers, brochures, opgenomen filmpjes en individuele gesprekken.
Gebouwen met een geëngageerde syndicus en actieve trekker(s) binnen de mede‑eigenaars kenden een duidelijk hogere betrokkenheid en participatiegraad. Persoonlijke contactmomenten bleken essentieel om eigenaars te informeren, twijfels weg te nemen en deelname te stimuleren.
Tegelijk werd zichtbaar dat beslissingen niet enkel technisch of rationeel zijn, maar sterk afhangen van timing, eerdere investeringen en financiële draagkracht van eigenaars.
De resultaten van co‑WARM tonen dat een collectieve aanpak werkt, maar zorgvuldig moet worden opgebouwd:
co‑WARM toont aan dat renovaties in appartementsgebouwen concreet gerealiseerd kunnen worden via een collectieve aanpak, met goede resultaten. Tegelijk vraagt elk gebouw een aanpak op maat, waarbij technische haalbaarheid, financiële draagkracht en betrokkenheid van eigenaars moet worden bekeken.