Je bent hier » Bouwadvies » Particulieren » Vaak gestelde vragen

Vaak gestelde vragen

Nuttige links bij (ver)bouwen

Duurzaam bouwadvies

Vragen over duurzaam bouwen en wonen

Vragen over energieprestaties

Vragen over isoleren

Vragen over materialen

Vragen over ventileren

Vragen over verwarming en sanitair warm water

Vragen over duurzaam en spaarzaam waterbeheer

Vragen over hernieuwbare energie

Vragen over oververhitting


Nuttige links bij (ver)bouwen

Algemeen

  • Woningpas: digitaal paspoort met een overzicht van alle beschikbare informatie over je woning met betrekking tot isolatie, energie, installaties, attesten en keuringen, historiek en omgeving
  • Renovatiestarter: tool die een overzicht geeft van de mogelijkheden en aandachtspunten bij gefaseerd renoveren van je woning: wat kan, waar op letten, hoe is alles met elkaar verbonden
  • Checklist voor aankoop van een grond of gebouw: wat je best navraagt bij de gemeente voor de aankoop van een woning of bouwgrond, hoe je kan weten of het gebouw vergund is en/of de werken die je wil uitvoeren vergunbaar zijn.

Naar boven

 

Energie

  • VREG verhuiswizard: verhuisplanner elektriciteit & aardgas
  • V-test: vergelijk je contract voor elektriciteit en aardgas met het aanbod van andere leveranciers en kom te weten wat voor jou de meest voordelige leverancier is en wat het aandeel groene stroom is
  • Groencheck: controleer hoe groen je stroom is
  • Herkomstvergelijker: ga na wat het land van herkomst van je stroom is en welke energiebronnen aangewend worden (hernieuwbaar, WKK, fossiel, kernenergie)
  • Stroomvoorspeller: groenestroomproductie in Vlaanderen
  • Energiesparen: website van de Vlaamse overheid die alle info rond energie in Vlaanderen bundelt (subsidies, energieprestatieregelgeving …)
  • Brochure houtverbranding: een praktische gids voor stoker en buur

Naar boven

 

Wetgeving

  • Omgevingsloket: info over vergunnings- en meldingsplichtige werken, of je al dan niet een architect nodig hebt en voor welke werken je zelf een omgevingsvergunning kunt aanvragen
  • EPB-pedia: alles over de EPB-regelgeving (energieprestaties en binnenklimaat)
  • Nieuw EPC: het nieuw energieprestatiecertificaat vanaf 2019 bij verkoop en verhuur van woongebouwen

Naar boven

 

Advies

  • Duurzaam bouwadvies: onafhankelijk advies over duurzaam (ver)bouwen
  • Inter Vlaanderen: voor advies en begeleiding rond de toegankelijkheid van je bouwproject kun je terecht bij het toegankelijkheidsbureau van Vlaams-Brabant.  Deze dienstverlening is gratis
  • Diefstal- en brandpreventieadvies: voor gratis advies tegen inbraak en brand kun je terecht bij een onafhankelijk expert van de inbraak- of brandpreventiedienst in je gemeente

Naar boven

 

Gezondheid

  • Gezond bouwen: informatie over het kiezen van de juiste bouwmaterialen
  • Gezond water: herkennen en vervangen van loden leidingen, veilig gebruik van regenwater en putwater
  • Huishoudelijke waterbehandeling: informatie over huishoudelijke toestellen voor het behandelen van leidingwater, zoals waterontharders
  • Asbest: informatie over het asbestbeleid van Vlaanderen, de gezondheidsrisico’s en herkennen en omgaan met asbest

Naar boven

 

Duurzaam materiaalgebruik

  • Circulair bouwen: hoe producten en materialen zoveel mogelijk hergebruiken en restafval minimaliseren
  • Veranderingsgericht bouwen: hoe een gebouw ontwerpen en bouwen dat rekening houdt met wijzigende noden en wensen van gebruikers en de maatschappij
  • Totem: milieu-impact van gebouwen berekenen
  • FSC: om gericht op zoek te gaan naar houtproducten met het FSC-keurmerk of gecertificeerde bedrijven of aannemers in je buurt
  • PEFC: om gericht op zoek te gaan naar houtproducten met het PEFC-keurmerk of gecertificeerde bedrijven of aannemers in je buurt

Naar boven


Duurzaam bouwadvies

Waar kan ik terecht voor duurzaam bouwadvies?

Inwoners van de provincie Vlaams-Brabant kunnen met al hun korte technische vragen over isoleren, ventileren, verwarmen, vermijden van koudebruggen … gratis terecht bij het Infoloket Duurzaam Bouwen Vlaams-Brabant.

 

Het Steunpunt Duurzaam Bouwen Vlaams-Brabant biedt ook meer uitgebreid individueel advies aan.

 

In de andere provincies staan eveneens adviseurs klaar om vragen van hun inwoners te beantwoorden.

 

Neem ook eens een kijkje op de Renovatiestarter.

 

Naar boven

 

Wat als ik na een advies nog vragen heb?

Inwoners van de provincie Vlaams-Brabant kunnen na een duurzaam bouwadvies onbeperkt en gratis al hun korte vragen over isoleren, ventileren, verwarmen, vermijden van koudebruggen … blijven stellen aan het Infoloket Duurzaam Bouwen Vlaams-Brabant.

 

Voor verdere begeleiding van energiebesparende werken kun je beroep doen op een BENOvatiecoach. In een aantal gemeenten kan je hiervoor ook terecht bij een BENOvatiecoach van het Klimaatnetwerk Vlaams-Brabant.

 

 

Is Dialoog een benovatiecoach?

Alle inhoudelijke medewerkers van Dialoog zijn benovatiecoaches maar Dialoog werkt alleen als benovatiecoach in het kader van projecten in opdracht van steden of gemeenten. Als particulier kun je terecht bij Fluvius of bij het klimaatnetwerk Vlaams-Brabant.

 

 

Naar boven


Vragen over duurzaam bouwen en wonen

Met welke vragen kan ik bij jullie terecht?

Je kunt bij ons terecht met vragen over ventileren, wind- en luchtdicht bouwen, isoleren, vermijden van koudebruggen, duurzaam materiaalgebruik, verwarmen en sanitair warm water, onuitputtelijke en hernieuwbare energiebronnen voor woningverwarming, sanitair warm water en individuele elektriciteitsopwekking, duurzaam watergebruik …

 

Naar boven

 

Kan ik bij jullie terecht voor namen van architecten, aannemers of verslaggevers?

Wij verstrekken onafhankelijke en productneutrale informatie. We geven dus geen namen van bouwprofessionelen. We kunnen je wel doorverwijzen.

 

Gecertificeerde aannemers en installateurs (verplicht voor energiepremies)

Erkende verslaggevers

Architecten

Aannemers

Bouwprofessionelen duurzaam bouwen algemeen

 

Lees ook onze infofiche ‘Hoe zoek ik een aannemer’.

 

 

Naar boven

 

Kan ik bij jullie terecht met vragen over premies?

Wij beantwoorden graag alle technische vragen rond duurzaam bouwen maar voor premies kun je best terecht bij je gemeente, een woonwinkel of wooninfopunt, jouw Energiehuis of op de websites premiezoeker.be en energiesparen.be.

 

 

Naar boven

 

Kan ik bij jullie terecht voor werfopvolging?

Neen, wij informeren je over duurzaam bouwen maar gaan nooit controleren of de werken correct werden uitgevoerd. Werfopvolging is in eerste instantie de taak van de architect. Hij controleert of de werken conform de voorschriften van de goede bouwpraktijk of de technische voorlichtingsnota’s van het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf) gebeuren of zoals door hem voorgeschreven.

 

Voor niet-vergunnings- of meldingsplichtige werken heb je in principe geen architect nodig. In dat geval is er dus niemand aangesteld die werfopvolging doet. Dan doe je dit best zelf of je besteedt het uit aan een architect of andere bouwprofessioneel.

 

Naar boven

 

Kan ik bij jullie terecht als ik een discussie heb met mijn aannemer of architect?

Neen, wij komen niet tussen in geschillen. Bij technische geschillen kunnen particuliere opdrachtgevers terecht bij de Verzoeningscommissie bouw. Deze kan tussenbeide komen in technische geschillen tussen de consument en de architect en/of de aannemer(s) die betrokken zijn bij particuliere bouw- of renovatiewerken. De Commissie garandeert een snelle afhandeling (maximum 6 maanden) en een objectieve beoordeling dankzij de drie partijen die er deel van uitmaken.

 

De Verzoeningscommissie Bouw is een buitengerechtelijke instantie. Ze kan zich dan ook nooit zelf bevoegd verklaren en zich de natuurlijke bevoegdheid van de rechtbanken toe-eigenen. De partijen die bij het geschil betrokken zijn, moeten dus eerst akkoord gaan om het geschil aan de bevoegdheid van de rechtbank te onttrekken en het aan de Commissie toe te vertrouwen.

 

Om vervelende situaties te vermijden kun je aan de aannemers en de architect vragen om het bevoegdheidsbeding in hun contract in te lassen. Bij een technisch geschil krijg je dan bijstand van een expert zonder de aannemer of de architect te moeten overtuigen van het nut ervan.

 

Naar boven

 

Kan ik bij jullie terecht met vragen over kleinschalige waterzuivering?

Neen, wij geven geen advies meer rond kleinschalige waterzuivering.

Voor technische informatie hierover kun je terecht bij de Vlaamse Milieumaatschappij op het nummer 053 72 62 10.

 

We geven je wel enkele tips mee:

  • Vraag aan je gemeente of je verplicht bent een individuele waterzuivering te plaatsen. Dat wil zeggen dat je nooit zult kunnen aansluiten op een gescheiden rioleringsstelsel. Als je in de toekomst wel kunt aansluiten op een gescheiden stelsel, zul je na de plaatsing van dat gescheiden stelsel je installatie buiten gebruik moeten stellen.
  • Ben je verplicht een individuele waterzuivering te plaatsen, vraag dan of je gemeente die taak op zich neemt of je het zelf moet doen. Heel wat gemeentes plaatsen immers individuele waterzuiveringsinstallaties.
  • Moet je zelf de individuele waterzuiveringsinstallatie plaatsen, neem dan contact op met je gemeente over de mogelijke systemen. Sommige gemeenten organiseren hierover infosessies. In de Waterwegwijzer bouwen en verbouwen vind je technische informatie over de verschillende systemen.

Naar boven

 

Kan ik bij jullie terecht met vragen over gezond bouwen?

Gezond (ver)bouwen is onlosmakelijk verbonden met duurzaam bouwen. Onderwerpen zoals binnenluchtkwaliteit, correct ventileren,  de aanwezigheid van schadelijke stoffen in (bestaande) gebouwen en materialen komen dus waar relevant aan bod in onze cursussen en adviezen.

 

Je kunt ook een kijkje nemen op de webpagina’s Bouw Gezond van het Team Omgeving en Gezondheid van de Vlaamse overheid, als je meer wil weten over onder meer materiaalkeuze, vluchtige organische stoffen, fijn stof en de impact ervan op de binnenlucht. Voor architecten zijn er de Bouw gezond-infofiches.

 

De website Gezondheid & Milieu informeert je uitgebreid over pakweg chemische stoffen afkomstig van bouw- en afwerkingsmaterialen, brandstoffen, loden leidingen …

Naar boven


Vragen over energieprestaties

Ik wil toekomstgericht (ver)bouwen. Hoe hoog moet ik de lat leggen op vlak van energieprestaties?

De wettelijke eisen op vlak van energieprestaties beschouwen we als absolute minima.

We raden dus aan om het beter te doen, zowel bij nieuwbouw als bij een (grondige) renovatie.

 

Streef naar een jaarlijkse netto-energiebehoefte voor woningverwarming van minder dan 30 kWh/m² door

  • beter te isoleren dan de wettelijke maximale U-waarden,
  • te zorgen voor een zeer goede luchtdichtheid,
  • te kiezen voor een volwaardig ventilatiesysteem, met een vraaggestuurde regeling

waardoor

  • de energiekost om je woning te verwarmen beperkt blijft,
  • het in veel gevallen mogelijk wordt om alle energie die je nodig hebt zelf hernieuwbaar op te wekken met behulp van warmtepompen en zonnepanelen.

Weet dat

  • de installaties voor verwarming en sanitair warm water sneller aan vervanging toe zullen zijn dan de gebouwschil, die een langere levensduur heeft,
  • er in de toekomst geen fossiele brandstoffen meer beschikbaar zullen zijn voor ruimteverwarming en de aanmaak van sanitair warm water,
  • warmtepompen en warmtenetten in veel gevallen de enige alternatieven zullen zijn,
  • deze systemen de hoogste rendementen halen (en dus ook financieel het interessantst zijn) als ze op (zeer) lage temperatuur kunnen werken.

 

Vermijd dus dat je later opnieuw werken aan de gebouwschil moet uitvoeren door nu al te kiezen voor een afgiftesysteem dat op zeer lage temperatuur werkt (vloerverwarming, wandverwarming of ventilo-convectoren) in plaats van radiatoren.

 

Meer cijfers en achtergrondinformatie vind je in ons ambitieniveau energieprestaties voor nieuwe en bestaande woningen en in ons Koevoet-artikel ‘Verwarmen in 2050’.

Naast een lage energiebehoefte is duurzaam materiaalgebruik en een gezond binnenklimaat essentieel in een toekomstgericht gebouw.

 

Naar boven

 

Mijn huis heeft een laag E-peil ben ik dan goed bezig?

Het E-peil is op zich niet zaligmakend, het geeft een indicatie van de energieprestaties, maar zegt niets over het werkelijk verbruik. Bovendien zijn er verschillende manieren om een laag E-peil te bereiken:

  • hetzij door een lage energiebehoefte in combinatie met een bijgevolg beperkte productie van hernieuwbare energie,
  • hetzij een minder lage energiebehoefte (niet beter dan de wettelijke eisen) in combinatie met meer hernieuwbare energieproductie.

Bijvoorbeeld een woning met een op basis van de EPB-berekening geraamd energiegebruik voor ruimteverwarming, aanmaak sanitair warm water en hulpenergie van 10.000 kWh en een pv-installatie die 10.000 kWh oplevert, kan E0 behalen. Dezelfde woning die slechts de helft verbruikt, 5000 kWh, met een PV installatie die eveneens slechts de helft opwekt, kan evengoed E0 behalen en is een beter voorbeeld van energiebewust bouwen.

 

Om de omschakeling naar 100 % hernieuwbaar mogelijk te maken, zullen we onze energiebehoefte immers sterk moeten reduceren. Voor het opwekken van hernieuwbare energie heb je ook grondstoffen en ruimte nodig, die niet onbeperkt beschikbaar zijn.

 

Toets daarom elke keuze die je maakt af aan onderstaande stappenstrategie:

  1. Beperk de vraag naar energie (bijvoorbeeld doorgedreven isoleren).
  2. Hergebruik reststromen en beperk afvalstromen (bijvoorbeeld warmteterugwinning uit ventilatielucht en douchewater).
  3. Vul de resterende behoefte duurzaam in (bijvoorbeeld geen fossiele brandstoffen meer).

 

Streefcijfers vind je in ons ambitieniveau energieprestaties voor nieuwe en bestaande woningen.

 

Naar boven


Vragen over isoleren

Kan ik mijn woning te veel isoleren?

Neen, je kunt niet te veel isoleren. Je kunt wél vergeten dat isoleren, luchtdicht bouwen en ventileren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn:

  • Om problemen van inwendige condensatie in de gebouwschil te vermijden, moet je de binnenzijde van een (geïsoleerde) constructie goed luchtdicht afwerken.
  • Voor een gezond binnenklimaat heb je verse lucht nodig en moet je vocht zo snel mogelijk naar buiten afvoeren. Je kan hiervoor niet rekenen op kieren en spleten, want dan riskeer je inwendige condensatie als gevolg van een slechte luchtdichtheid.
  • Niet of maar een beetje isoleren is uiteraard ook geen optie, want dan verlies je te veel warmte en zal je energiefactuur de pan uit swingen. Streefcijfers voor isolatie vind je in ons ambitieniveau energieprestaties voor nieuwe en bestaande woningen.

Te veel isolatie is dus niet de oorzaak van problemen met condensatie en schimmelvorming, maar wel een gebrek aan een gecontroleerde ventilatie in combinatie met koudebruggen (plaatsen waar de isolatie ontbreekt) en/of een slechte luchtdichtheid. Een opbouw die dampdichter is aan de binnenkant dan aan de buitenkant is hierbij ook essentieel. De volledige uitleg kan je nalezen in onze infofiche over wind- en luchtdicht bouwen.

 

Een correct geplaatst ventilatiesysteem

  • zorgt voor een goede luchtdoorstroming in de volledige woning,
  • voert vocht snel en efficiënt af naar buiten, waardoor het niet de kans krijgt te condenseren op koude (minder goed of nog niet geïsoleerde) oppervlakken,
  • verbruikt niet meer energie dan nodig, toch als je kiest voor een vraaggestuurd systeem en/of een systeem met warmterecuperatie.

 

Lees meer over het belang van ventileren in onze infofiche over waarom en hoe ventileren.

 

Naar boven

 

Moet ik het dak van mijn woning isoleren?

Voor alle zelfstandige woningen gelegen in het Vlaams gewest en vóór 1 januari 2006 aangesloten zijn op het elektriciteitsnet is de dakisolatienorm van toepassing. Concreet betekent dit dat alle daken van eengezinswoningen, studio’s en appartementen geïsoleerd moeten zijn. De regeling geldt niet voor kamers. Ook daken kleiner dan 2 m² worden vrijgesteld.

 

Nieuwbouwwoningen (aangesloten op het elektriciteitsnet vanaf 1 januari 2006) die in orde zijn met de energieprestatieregelgeving, voldoen al aan de dakisolatienorm.

 

De dakisolatienorm is in theorie, net als alle andere minimale kwaliteitsnormen voor woningen, niet beperkt tot huurwoningen. Maar de mogelijke sancties bij een ongeschiktverklaring (jaarlijkse heffing, strafrechtelijke handhaving) gelden niet voor eigenaar-bewoners.

 

Sinds 1 januari 2020 is het ook mogelijk om te voldoen als de energiescore van de woning, die is vermeld op het EPC, beantwoordt aan een door de Vlaamse regering vastgelegde maximale energiescore. Concreet betekent dit dat het energieprestatiecertificaat van de woning, een energiescore vermeldt gelijk aan of lager dan 600 kWh/m² voor open bebouwing, 550 kWh/m² voor half open bebouwing, 450 kWh/m² voor gesloten bebouwing en 400 kWh/m² voor een appartement.

 

Op de website van Wonen Vlaanderen vind je meer informatie over de dakisolatienorm.

 

De dakisolatienorm is minimaal. Wij raden aan om bij vervanging van je ramen of beglazing ambitieus te zijn. 

 

 

Naar boven

 

Onder de pannen van mijn hellend dak zit geen onderdak. Kan ik mijn hellend dak isoleren?

Ja, op voorwaarde dat je eerst een onderdak plaatst. Een hellend dak zonder onderdak is niet regendicht. Zonder onderdak isoleren is geen goed idee. Mogelijke oplossingen zijn:

  1. Verwijder de dakpannen en latten en plaats een dampopen en winddicht afgewerkte onderdakplaat of –folie op de (houten) draagstructuur. Daarna kun je via de binnenzijde het dak isoleren, met isolatieplaten of met vlokken, en luchtdicht afwerken.
  2. Verwijder de dakpannen en latten, plaats een luchtdicht afgewerkt dampscherm op de (houten) draagstructuur en vervolgens hierop (via de buitenzijde) vormvaste isolatieplaten, een onderdak, nieuwe latten en dakbedekking. Een hellend dak dat via de buitenzijde geïsoleerd wordt bovenop de draagstructuur wordt een sarkingdak genoemd.
  3. Isoleer de zoldervloer: plaats een luchtscherm op de zoldervloer, vervolgens isolatie en een voldoende dampopen afwerking aan de bovenzijde die tevens als loopvloer kan dienen. De ruimte onder het dak kan je dan niet gebruiken als verwarmde ruimte, maar je kan de werken aan het dak nog even uitstellen. Een dak zonder onderdak is niet regendicht. Inspecteer dus regelmatig het dak, zodat je lekken tijdig kunt opsporen.

 

Naar boven

 

Moet ik dubbel glas hebben in mijn woning?

De dubbelglasnorm bepaalt dat de ramen van alle kamers en zelfstandige woningen in Vlaanderen minstens dubbel glas moeten hebben.  Dit geldt voor kamers en zelfstandige woningen (studio, eengezinswoning of appartement), maar is enkel van toepassing op de ramen van leefruimtes, keukens, slaapkamers en badkamers en geldt dus niet voor traphallen, inkomhallen en gangen.

 

Vanaf 1 januari 2021 zal het ook mogelijk zijn om te voldoen als de energiescore van de woning, die is vermeld op het EPC, beantwoordt aan een door de Vlaamse regering vastgelegde maximale energiescore. Vanaf 2023 kan het ontbreken van dubbele beglazing aanleiding geven tot de ongeschiktverklaring van de woning.

 

Op de website van de Vlaamse overheid vind je meer informatie over de dubbelglasnorm.

 

De dubbelglasnorm is minimaal. Wij raden aan om bij vervanging van je ramen of beglazing ambitieus te zijn. 

 

 

Naar boven

 

Heeft het zin om te kiezen voor driedubbel glas als mijn muren niet geïsoleerd zijn?

Het voordeel van thermische isolatie is dat elke vierkante meter die je isoleert zorgt voor minder warmteverliezen.

De redenering ‘het heeft geen zin om driedubbele beglazing te plaatsen in mijn woning, want de rest is niet goed geïsoleerd’ houdt dan ook geen steek. Het glas zal niet minder goed isoleren omdat de naastliggende muren nog veel warmte verliezen. Daarenboven maak je dan wellicht de volgende keer opnieuw een gelijkaardige redenering: ‘het heeft geen zin mijn muren goed te isoleren, want ik heb niet gekozen voor heel goed isolerend glas’ … En zo geraken we natuurlijk nergens.

 

Ook het argument dat driedubbele beglazing het risico op condensatie en schimmelvorming verhoogt op andere koude plaatsen klopt maar deels. Condensatie wordt veroorzaakt door te veel vocht in de woning. Dit vocht condenseert op de koudste oppervlakken, in veel woningen is dit de (enkele of gewone dubbele) beglazing. Als je dat glas vervangt door beter isolerend glas, dan zal het vocht inderdaad gaan condenseren op een andere plaats als het glas niet langer het koudste oppervlak is. Maar dat is niet enkel het geval bij driedubbel glas, maar ook bij hoogrendementsglas (dubbele beglazing met een gasvulling en isolerende coating). Problemen met condensatie en schimmelvorming vermijd je door correct te ventileren.

 

Weet dat

  • je bestaande woningen even goed of zelfs beter kunt isoleren dan nieuwbouwwoningen, ook al gebeurt het gefaseerd,
  • je maar één keer isoleert, dus als je iets doet (of het nu je schrijnwerk vervangen is, of isolatie plaatsen), doe het dan meteen goed,
  • zelfs driedubbele beglazing nog altijd een pak slechter isoleert dan een goed geïsoleerde muur,
  • de isolatiewaarde van je glas een grote invloed heeft op zowel je winter- als zomercomfort.

 

Het heeft dus altijd zin om te kiezen voor driedubbele beglazing (glas met een Ug-waarde van minder dan 0,8 W/m²K), zowel in een nieuwbouw als in een renovatie, zelfs als de muren nog niet geïsoleerd zijn.

 

Naar boven

 

Wie kan de spouw van mijn buitenmuren met isolatie vullen?

Wil je de spouw isoleren en in aanmerking komen voor de energiepremie voor na-isolatie van een spouwmuur, dan moet je beroep doen op een erkend aannemer.

 

Naar boven

 

Kan het kwaad als ik alleen mijn achtergevel isoleer en de andere buitenmuren niet?

Het voordeel van thermische isolatie is dat elke vierkante meter die je isoleert zorgt voor minder warmteverliezen.

De redenering ‘het heeft geen zin om enkel de achtergevel te isoleren zolang de andere muren niet geïsoleerd zijn’ houdt dan ook geen steek. De achtergevel zal niet minder goed isoleren omdat de naastliggende muren nog veel warmte verliezen.

 

Het is zelfs zo dat, bij een gefaseerde renovatie, het vaak logischer is om gevel per gevel aan te pakken. Bijvoorbeeld bij de renovatie van een rijwoning, in de eerste fase: nieuw schijnwerk en isolatie van de achtergevel, in de tweede fase pak je de voorgevel aan. Een gelijkaardige aanpak is uiteraard ook geschikt voor vrijstaande woningen en halfopen bebouwingen.

Het voordeel van een aanpak per gevel is dat je de plaatsing van het schrijnwerk kunt afstemmen op de gekozen isolatieoplossing (spouwvulling, binnenisolatie, buitenisolatie of combinaties) en zo alle koudebruggen kunt wegwerken.

 

Meer weten? Volg een cursus Gevelrenovatie of BouwTeam Verbouwing.

 

Naar boven

 

Heb ik een vergunning nodig om mijn buitenmuren en/of dak aan de buitenzijde te isoleren?

De Vlaamse regelgeving ruimtelijke ordening bepaalt dat ingrepen aan de voorgevel van een gebouw altijd vergunningsplichtig zijn, zowel werken waarbij het volume toeneemt (vb. plaatsen van buitenisolatie en afwerking) als werken die het uitzicht veranderen. Wil je je voorgevel schilderen of de ramen vervangen, dan heb je dus een omgevingsvergunning nodig.

 

Voor de andere gevels en daken worden werken die enkel het uitzicht van de gevel wijzigingen vrijgesteld van vergunning, het plaatsen van buitenisolatie blijft vergunningsplichtig omdat deze werken een wijziging van het fysiek bouwvolume inhouden. Tot een dikte van 26 cm wordt gevelisolatie en het isoleren van daken via de buitenzijde (sarkingdak bij hellende daken, warm plat dak bij platte daken) echter niet beschouwd als een uitbreiding maar als een verbouwing. Wil je je dak met meer dan 26 cm ophogen of een dikker isolatiepakket (inclusief afwerking) tegen de gevels plaatsen, dan is er wel nog altijd sprake van een uitbreiding.

 

Naast de vergunningsregels die voor gans Vlaanderen gelden kunnen er echter ook gemeentelijke verordeningen, BPA’s (bijzondere plannen van aanleg) of RUP’s (ruimtelijke uitvoeringsplannen) van toepassing zijn, die strenger kunnen zijn dan de Vlaamse regelgeving. Wil je werken uitvoeren die het uitzicht en/of het volume van je woning wijzigen, informeer dan altijd eerst bij de dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente. Zij hebben immers zicht op alle stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op jouw perceel. Zo kom je niet alleen te weten wat wel en niet toegelaten is, maar ook of de werken vergunnings- dan wel meldingsplichtig zijn en of de medewerking van een architect al dan niet vereist is.

 

Zo moet je bij werken die een impact hebben op de draagstructuur van het gebouw (vb. nieuwe gordingen bij de renovatie van een hellend dak, het maken of aanpassen van raam- of deuropeningen in dragend metselwerk) een architect inschakelen, waarbij deze het dossier voor de omgevingsvergunning of melding digitaal indient via het Omgevingsloket.

 

Voor vergunningsplichtige werken aan gevel of dak zonder ingrepen op de draagstructuur, heb je in principe geen architect nodig. Als deze werken vergunnings- of meldingsplichtig blijken te zijn, dan kan je zelf een dossier indienen via het snelinvoerloket, digitaal of op papier.

 

Naar boven


Vragen over materialen

Ben ik verplicht om materialen die asbest bevatten te verwijderen?

Bij (renovatie)werken ben je als eigenaar verplicht om asbesttoepassingen die eenvoudig bereikbaar zijn te verwijderen.

 

Als er asbesthoudende materialen aanwezig zijn heb je ook de zorgplicht te vermijden dat er risico’s ontstaan voor mens en milieu. Het is dan ook expliciet verboden om asbesthoudende dakbedekkingen en gevelbekledingen te ontmossen of er constructies zoals zonnepanelen, overzetdaken en reclamepanelen op te plaatsen.

 

Deze bepalingen kaderen in het actieplan Asbestafbouw van de Vlaamse regering. Meer info over hoe hiermee omgaan vind je op www.asbestinfo.be.

 

In alle gebouwen opgetrokken en/of gerenoveerd tussen 1945 en 2001 kan asbest aanwezig zijn, bij (ver)bouwwerken uit de periode 1955 tot 1985 is de kans het grootst.

 

Asbest kan in veel verschillende toepassingen gebruikt zijn en is niet altijd eenvoudig herkenbaar. Wil je meer weten, bekijk dan dit filmpje over asbestherkenning.

 

 

Naar boven

 

Ik wil toekomstgericht bouwen. Welke materialen gebruik ik dan best?

Grondstoffen zijn beperkt beschikbaar. Toekomstgericht bouwen betekent dan ook dat we bewust moeten omgaan met grondstoffen.

Toets daarom elke keuze die je maakt af aan onderstaande stappenstrategie:

  1. Beperk de vraag naar grondstoffen (bijvoorbeeld door niet groter te bouwen dan nodig).
  2. Hergebruik reststromen en beperk afvalstromen (bijvoorbeeld isolatie uit recyclagematerialen).
  3. Vul de resterende behoefte duurzaam in / zorg dat afval een grondstof wordt (bijvoorbeeld materialen met hernieuwbare grondstoffen die aan het einde van hun levensduur biodegradeerbaar of composteerbaar zijn, dus zonder toevoeging van synthetische of schadelijke grondstoffen.

 

Je zou dus ook kunnen zeggen dat een toekomstgericht gebouw een circulair gebouw is.

 

Circulair bouwen gaat uit van 3 basisprincipes:

  • veranderingsgericht ontwerpen en bouwen als bouwstrategie: ‘Veranderingsgericht ontwerpen en bouwen is een ontwerp- en bouwstrategie die er van uitgaat dat de noden en wensen van gebruikers en de maatschappij zullen blijven veranderen. Het doel is dan ook gebouwen te creëren die die verandering efficiënt ondersteunen.’ (OVAM)
  • het toepassen van de principes van de circulaire economie: ‘In een circulaire economie worden tal van strategieën toegepast om materialen en producten zo hoogwaardig mogelijk te blijven inzetten in de economie. Ze worden hersteld, hebben een hoge tweedehandswaarde, zijn upgradebaar, kunnen gemakkelijk uit elkaar gehaald worden en omgevormd worden tot nieuwe producten. De gekozen materialen zijn bij de geboorte gerecycleerd of biogebaseerd, en bij het levenseinde recycleerbaar of afbreekbaar. De circulaire economie wil alles wat van waarde is, waardevol houden. Er mag niets verloren gaan.’ (Vlaanderen Circulair)
  • het invoeren van materialenpaspoorten die afval moeten voorkomen door materialen te documenteren en een identiteit te geven.

 

Toekomstgericht bouwen gaat dus niet enkel over welke materialen of grondstoffen je gebruikt, maar ook hoe je ze toepast in je gebouw. Bijvoorbeeld of ze demonteerbaar of verplaatsbaar zijn, zodat bij wijzigende behoeften je ingrepen beperkt blijven en je de materialen maximaal kunt hergebruiken.

Naar boven


Vragen over ventileren

Kan ventilatie de overdracht van virussen beperken?

Ja. Door te ventileren verdun je de binnenlucht met verse buitenlucht en zo kun je de vervuiling uit een ruimte verwijderen. Ventilatie maakt het mogelijk om het aantal virusdeeltjes in de lucht te verminderen in ruimtes waar potentieel besmette personen aanwezig zijn of waren. Het is dus aan te raden om meer luchtverversing te voorzien in de gebruikte ruimtes in woningen, kantoorgebouwen ... door het debiet van de mechanische ventilatie (indien aanwezig) te verhogen en/of door de ramen meer te openen. Door de ramen (bijv. in kiepstand) te openen, kan de luchtverversing aanzienlijk verhoogd worden in vergelijking met een basisventilatiesysteem (A, B, C of D). Dit wordt ook wel intensieve ventilatie genoemd. Hiermee kunnen er meer binnenluchtpolluenten verdund worden. Het is trouwens de enige oplossing in gebouwen die niet uitgerust zijn met een basisventilatiesysteem.

 

Extra tips:

  • Om luchtstromen in ongewenste richtingen te vermijden, sluit je best de deuren tussen de verschillende ruimtes/appartementen. Ook laat je best ramen in toiletten dicht zodat er enkel afvoer is via de afvoerventilatie in het toilet zelf.
  • Sluit het toiletdeksel steeds vooraleer door te trekken om verspreiding van druppeltjes te beperken.
  • Ventilatie- of verwarmingstoestellen die (een deel van) de lucht recirculeren, worden best afgezet of, indien mogelijk, volledig op buitenlucht overgeschakeld.
  • Laat ventilatiesystemen met vochtrecuperatie (warmtewiel) controleren op de goede werking. Het is mogelijk dat er via lekken overdracht kan zijn tussen afgevoerde en aangevoerde lucht.
  • Virussen overleven niet lang buiten het menselijke lichaam. Het is dus niet nodig om filters of kanalen extra te reinigen.

Bronnen: WTCB ‘COVID-19-pandemie:wat met de technische installaties?’, REHVA COVID-19 guidance document, April 3, 2020

 

Naar boven

 

Ik ga mijn ramen vervangen en mijn installateur raadt mij af om ventilatieroosters te plaatsen. Wat is jullie advies?

Als je je ramen vervangt door beter isolerende ramen, zal je minder warmteverliezen hebben. Zo weinig mogelijk energie gebruiken is echter niet het enige wat telt. Gezonde binnenlucht is minstens even belangrijk.

 

Eén van de manieren om verse lucht binnen te brengen in een woning is via ventilatieroosters bovenaan de ramen van de zogenaamde ‘droge ruimtes’ van een woning (leef- en eetkamer, slaapkamers, bureau, speelkamer …).

 

Is je woning uitgerust met een mechanisch ventilatiesysteem D, of ben je van plan om dit te doen, dan hoef je inderdaad geen raamroosters te plaatsen. Is dit niet het geval, dan is het plaatsen van ventilatieroosters vaak de enige én een gemakkelijke manier om verse lucht binnen te brengen in je woning. Je ramen vervang je immers maar één keer voor een lange periode.

 

Idealiter zorg je dan ook voor een mechanische afvoer van lucht uit de vochtige ruimtes (badkamer, keuken, WC, wasplaats …), om vervuilde en vochtige lucht uit de woning te verwijderen. We spreken dan van een ventilatiesysteem C (combinatie van natuurlijke luchttoevoer via raamroosters en mechanische afvoer).

 

Ons advies is altijd om een woning zo goed mogelijk te ventileren en dus ook uit te rusten met een volwaardig ventilatiesysteem. Of dit nu een ventilatiesysteem C is, met raamroosters, of een volledig mechanisch ventilatiesysteem D, zonder raamroosters, is je eigen keuze.

 

Naar boven

 

Ik ga verbouwen, ben ik dan verplicht een ventilatiesysteem te plaatsen?

Wanneer de werken vergunnings- of meldingsplichtig zijn, dan kan je via de EPB-wegwijzer nagaan of je project moet voldoen aan de energieprestatieregelgeving. Als dit het geval is, dan moet je project, of een deel ervan, voldoen aan de EPB-eisen. Naast eisen op vlak van isolatie en installaties, zal je dan ook moeten voldoen aan minimale ventilatie-eisen of, in geval van een ingrijpende energetische renovatie, een volledig ventilatiesysteem plaatsen.

 

Een goed binnenklimaat heb je echter nodig in elke woning: door voldoende verse lucht binnen te brengen en vochtige en vervuilde lucht zo snel mogelijk naar buiten af te voeren voorkom je condensatie en schimmels, vermijd je schade aan het gebouw en een slechte luchtkwaliteit. Voor je eigen gezondheid is het dus aan te raden om je woning te ventileren.

 

Meer lees je in de infofiche over waarom en hoe ventileren.

 

Lees hier onze aanbevelingen voor een goed werkend ventilatiesysteem met minimaal energieverbruik.

 

Naar boven


Vragen over verwarming en sanitair warm water

Welke regels gelden voor het onderhoud van ketels?

De regelgeving is in functie van de gebruikte brandstof en van het geïnstalleerde vermogen van de ketels. Het onderhoud is verplicht voor alle ketels op vaste brandstoffen en voor ketels op gas of op vloeibare brandstof vanaf 20 kW. Hier vind je de volledige regelgeving.

 

Naast het onderhoud van de ketel is er ook nog de verplichte verwarmingsaudit voor cv-installaties die ouder zijn dan 5 jaar. Hier vind je de regelgeving.

 

Naar boven

 

Kan ik een warmtepomp aan mijn bestaande radiatoren koppelen?

In theorie kan dit en in de meeste gevallen krijg je hiermee je huis ook warm. Hiertegenover staat een hoog elektriciteitsverbruik en bijgevolg een zeer hoge energiekost. Voor een efficiënte werking van een warmtepomp heb je een afgiftesysteem op zeer lage temperatuur nodig. Dit is vloerverwarming, wandverwarming of ventiloconvectoren (of ventiloradiatoren) in een woning met beperkte warmteverliezen. De minimumeisen hiervoor zijn: de woning is vrij luchtdicht en is goed geïsoleerd (± conform eisen nieuwbouwwoning) voor minstens twee van de volgende gebouwdelen en matig geïsoleerd voor minstens één van deze gebouwdelen: dak, muren, ramen en vloeren.

 

Naar boven

 

Welke tools kun je gebruiken om het warmteverlies van je woning te berekenen of in te schatten?

Een gedetailleerde berekening is essentieel voor het bepalen van het warmteverlies en de warmtebehoefte van je woning. Installateurs zullen de berekening zelden uitvoeren. Doe je EPB-plichtige werken (bij nieuwbouw of grondige renovatie), dan kun je de EPB-verslaggever vragen de berekening te maken. Je kunt ook bij een studiebureau terecht. De berekening vraagt wel wat werk, maar je verdient de kostprijs terug op de installatiekost en de efficiëntie van de cv-installatie.

 

Wie er zich zelf aan wilt wagen, vindt een volledige cursus en rekenbladen op de site van Constructiv, die opleidingen in de bouw verzorgt. Het WTCB ontwikkelde een gebruiksvriendelijke tool voor de berekening.

 

Een vereenvoudigde berekening, waarvan het resultaat in de praktijk zeer weinig zal afwijken van de gedetailleerde berekening vind je op de commerciële site bouw-energie. Hier vind je trouwens ook nog andere gratis software.

 

Vuistregels kan je gebruiken als voorafberekening voor het inschatten van het nodige vermogen of ter controle van het aangeboden vermogen in offertes. Rekenmodellen vind je op de commerciële sites bouw-energie en (Franstalig) energieplus-lesite.

 

Wat is de invloed van verschillende verwarmingssystemen op de kwaliteit van de buitenlucht?

Een studie, uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij, bepaalt de milieuschadekosten van verschillende technologieën voor woningverwarming op vlak van vervuiling van de buitenlucht. Houtverbranding heeft veruit de grootste impact, vooral op het vlak van de uitstoot van fijn stof.

 

Let op, deze studie dekt niet de volledige milieuschadekosten, bijv. vervuiling van binnenlucht of water, uitputting van grondstoffen, grondvervuiling bij ontginning en lange termijnproblematiek met afval zijn niet ingerekend.

 

Naar boven


Vragen over duurzaam en spaarzaam waterbeheer

Hoe groot moet je regenwaterput zijn?

Ben je verplicht een regenwaterput te plaatsen voor een individuele woning, dan is de minimum inhoud van de put 5000 liter. Het kan zinvol zijn een grotere put te plaatsen.

 

Gebruik hiervoor volgende vuistregel:

  1. Bepaal je jaarlijkse vraag aan regenwater
    Met regenwater kan je ongeveer de helft van je verbruik dekken. Gemiddeld gebruikt een Vlaming 110 l water per dag. De helft hiervan is 55 l. 365 dagen x 55 l is 20.075 l per jaar. Vermenigvuldig dit met het aantal bewoners en je hebt de jaarlijkse vraag. Je kan natuurlijk ook vertrekken van je huidig verbruik en dit delen door twee.
  2. Bepaal de hoeveelheid water die je per jaar kan opvangen in je regenwaterput
    Per maand kan je ongeveer 50 l water per m² dakoppervlakte opvangen in je regenwaterput, dit is 600 l per m² per jaar. Vermenigvuldig dit met het aantal m² horizontaal geprojecteerde dakoppervlakte. Dan het je het jaarlijks aanbod.
  3. Bepaal het volume
    Neem het laagst volume uit de twee vorige berekeningen: het jaarlijkse aanbod en de jaarlijkse vraag. Vermenigvuldig dit met 0,06. Dit is het bruikbare volume. Kies een op de markt beschikbare regenwaterput met een volume ≥ het bruikbare volume.

 

Voorbeeld

  • De jaarlijkse vraag van een gezin van 3 personen is ongeveer 60.225 l regenwater per jaar (3 x 20.075 l).
  • Met een dak van 80 m² kan je van de woning van dit gezin 48.000 l per jaar opvangen (80 x 600 l). Dit is het aanbod.
  • Het laagste volume is 48.000 l.
  • Het bruikbare volume is 2880 l (48.000 l x 0,06).

In principe volstaat dus een put van 3000 l. Ben je verplicht een regenwaterput te plaatsen, dan zal die toch een inhoud van 5000 l moeten hebben. Een grotere put heeft echt geen zin.

 

Naar boven


Vragen over hernieuwbare energie

Wat met de nieuwe nettarieven voor elektriciteit vanaf 2022?

De distributienettarieven, het deel van je elektriciteitsfactuur dat je leverancier doorstort aan je netbeheerder, is momenteel gebaseerd op je verbruik in kWh. Een deel van die distributienettarieven, de netkosten, krijg je vanaf 2022 grotendeels aangerekend op basis van je capaciteit in plaats van je verbruik. Voor een gemiddeld gezin maken de netkosten nu 21% uit van de elektriciteitsfactuur.

 

Wat is het capaciteitstarief?

Je betaalt netkosten op basis van een ‘gemiddelde maandpiek’. Per maand registreert de digitale meter het hoogste gemiddelde vermogen (in kW) per kwartier dat je afneemt. De gemiddelde maandpiek is het gemiddelde van die twaalf maandelijkse pieken. Ligt je gemiddelde maandpiek lager dan 2,5 kW, dan betaal  je toch capaciteitstarief voor 2,5 kW.

 

Uitzonderingen?

Omdat alleen de digitale meter de maandpieken kan registreren betaal je geen capaciteitstarief tot je een digitale meter krijgt. In afwachting betaal je een vast bedrag.

 

Voor eigenaars van zonnepanelen, in dienst genomen voor begin 2021 en minder dan 15 jaar geleden, geldt dat zij recht hebben op het prosumententarief en een tarief op hun eventuele netto-afname (het verschil tussen de elektriciteit die je per jaar van het net haalt en op het net plaatst). Deze regeling wordt aangevochten, de uitspraak is verwacht in de loop van 2021. Daarna komt pas zekerheid voor deze ‘prosumenten’.

 

Andere ‘prosumenten’  (andere eigenaars van zonnepanelen) betalen het capaciteitstarief en een tarief toegepast op hun werkelijke afname (hoeveel elektriciteit je per jaar van het net  haalt, onafhankelijk van wat je er op plaatst). Het capaciteitstarief is een afnametarief op basis van je piek in afname, niet op basis van wat je op het net injecteert. Door zo veel mogelijk gelijktijdig te produceren en gebruiken daalt je werkelijke afname en kan je de pieken in verbruik afvlakken waardoor je ook minder capaciteitstarief betaalt.

 

Wat geldt voor iedereen?

Hoewel je elektriciteitsleverancier je na 2022 nog altijd piek/dal tarief kan aanbieden, zullen de netkosten binnen beide tarieven voor iedereen gelijk zijn. Ook de geleidelijke afbouw van het uitsluitend nachttarief tussen 2021 en 2024 geldt zowel voor netgebruikers met een digitale als een klassieke meter.

 

Hoeveel gaat mij dit kosten?

Precies kan je dit nog niet berekenen. Algemeen kan je wel stelen dat het voordeliger zal zijn voor grotere continue verbruikers, met weinig pieken in het verbruik. Zeer kleine verbruikers, bijv. eigenaars van een weinig bezette vakantiewoning zullen meer betalen. Voor een gemiddelde verbruiker verandert er weinig.

 

Voorbeelden vind je in deze presentatie, vanaf slide 71.

 

Hoe kan je de kosten beperken?

Beperk het gelijktijdig aanzetten van grote verbruikers die langer dan een kwartier continu werken,  zoals verwarmen en sanitair warm water. Dit geldt voor de warmtepomp met afzonderlijke warmtepompboiler. Met een elektrische boiler wordt dit moeilijk omdat hij lange periodes moet draaien om je water warm te krijgen.

 

Modulerende warmtepompen die hun vermogen kunnen aanpassen aan de behoeftes zullen vooral in het tussenseizoen beter scoren dat toestellen met een vast (hoog) vermogen.

 

Extra aandacht gaat naar het laden van een elektrische auto. Beter traag laden aan een laag vermogen dan snel aan een hoog vermogen. Heb je zonnepanelen, laad dan wanneer de zon schijnt. Vermijd ook gelijktijdigheid met warmtepomp en boiler.

 

Wanneer we de instrumenten hebben om dit door te rekenen willen we ook bijv. het verschil tussen bodem-water en lucht-waterwarmtepompen bekijken.

 

Verder zijn huishoudelijke toestellen die gedurende een kwartier op hoog vermogen werken ook belangrijke aandachtspunten. Het gaat dan meestal om toestellen die iets opwarmen, zoals elektrische ovens en kookplaten, strijkijzers, droogkasten en wasmachines. Hier vind je enkele voorbeelden.

 

Waarom een capaciteitstarief?

Het waarom van het capaciteitstarief en het antwoord op de meeste vragen vind je op de website van de VREG, de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt.

 

Naar boven

 

Is het financieel interessant om het plaatsen van je zonnepanelen uit te stellen naar volgend jaar zodat je van de Vlaamse premie kan genieten?

Vanaf 1 januari 2021 tot 31 december 2021 heb je recht op een premie van 300 euro per kWp geïnstalleerd vermogen aan zonnepanelen voor de eerste 4 kWp en op 150 euro per kWp voor het extra geïnstalleerd vermogen van de geplaatste zonnepanelen bovenop de eerste 4 kWp, tot een maximum van totaal 6 kWp of  1500 euro. Vanaf 2022 daalt stelselmatig de premie. Zie detail in het persbericht van de Vlaamse overheid.

 

Deze premie is, in tegenstelling tot wat de perstekst vermeld, niet voor nieuwbouw met bouwaanvraag vanaf 2014.

 

Vanaf 2021 kan je echter niet meer van het (voor de meeste gebruikers) voordelige prosumententarief genieten. Weegt dit tarief op tegen de premie, wacht je beter tot volgend jaar of toch nog snel dit jaar zonnepanelen instaleren?

 

We maakten de berekening van het verschil in jaarlijkse elektriciteitsrekening tussen het prosumententarief en het tarief met netkosten op de werkelijke afname (algemeen geldend vanaf 2021) door gebruik te maken van de simulator van de VREG. We voegden gegevens in voor een vrij standaard gezin, met een gemiddeld verbruik en een productie die in de buurt ligt van het verbruik. Daarnaast deden we de berekening voor dit gezin in een woning met warmtepomp. Op basis van het verschil in energierekening berekenden we de ‘terugverdientijd’ van het opteren voor het huidige prosumententarief t.o.v. de toekomstige premie.

     
Gegevens Standaard gezin Standaard gezin in woning met warmtepomp
Woonplaats 3000 Leuven 3000 Leuven
Vermogen omvormer 3 kW 5 kW
Vermogen zonnepanelen 4 kWp 8 kWp
Oriëntatie zuid zuid
Hellingshoek 30° 30°
Meter enkelvoudig enkelvoudig
Elektriciteitsverbruik per jaar 4000 kWh 8000 kWh
Op weekdagen thuis zelden zelden
Aantal personen 2 2
Warmtepomp nee ja (1)
     
Resultaat    
Zelfconsumptie 29% 27%
Jaarlijkse winst op de energierekening met prosumententarief (2) 151 euro 375 euro
Premie van de Vlaamse overheid 1200 euro 1500 euro
Enkelvoudige terugverdientijd prosumententarief t.o.v. premie (3) 7 jaar en 11 maand 4 jaar

 

  • (1) Bestaande lucht-waterwarmtepomp van 8 kW met 200 l boiler in een huis van 120m³ dat 20 jaar oud is, de aansturing is temperatuurgedreven
  • (2) Het verschil tussen wat u bespaart met de enkelvoudige teller bij prosumententarief en bij nettarief volgens werkelijke afname
  • (3) Premie gedeeld door de jaarlijkse winst op de energierekening

 

Voor het ‘standaard gezin’ duurt het bijna 8 jaar voor je dankzij het goedkopere prosumententarief het premiebedrag hebt terugverdiend. Daarna kan je in theorie nog 7 jaar genieten van het goedkopere prosumententarief. Het prosumententarief staat echter nog altijd ter discussie. De kans is reëel dat hier geen 15 jaar meer van kan genieten. Kies je voor de premie, dan kies je eieren voor je geld.

 

Bij de woning met warmtepomp heb je al na 4 jaar het premiebedrag terugverdiend. Hier zullen de meesten opteren voor het prosumententarief.

 

Let op, dit zijn maar twee voorbeelden, je maakt dus best de berekening voor je eigen installatie. Voor woningen met een hogere graad van zelfconsumptie, dit zijn vooral woningen met een kleine installatie in verhouding tot hun verbruik, zal de premie meestal de financieel meest gunstige oplossing zijn.

 

Naar boven

 

Mag ik zonnepanelen plaatsen op een dak met een asbesthoudende dakbedekking of onderdak?

Het is expliciet verboden om zonnepanelen te plaatsen op asbesthoudende daken. Om dat te doen, zou je de platen of leien moeten doorboren. Bovendien zouden de onderliggende materialen gecontamineerd worden.

 

Wil je zonnepanelen plaatsen, vervang dan eerst de asbesthoudende dakbedekking en/of het onderdak. Maak van de gelegenheid gebruik om je dak beter te isoleren als dat nog niet het geval is. Nadien is dit meestal niet meer mogelijk zonder de zonnepanelen te demonteren. Wees ambitieus en streef naar een warmteweerstand (R-waarde) van 5 à 10 m²K/W.

 

Naar boven

 

Mag ik zonnepanelen plaatsen op een niet-geïsoleerd dak?

Ja, je mag zonnepanelen plaatsen op een niet-geïsoleerd dak, maar dat is niet altijd een goed idee, als je weet dat zonnepanelen een verwachte levensduur van 30 jaar hebben. In sommige gevallen riskeer je vroegtijdig de panelen te moeten demonteren om (bijkomend) te kunnen isoleren.

 

We raden aan om in volgende gevallen eerst het dak (bijkomend) te isoleren en/of de dakbedekking te vernieuwen:

  • Bij een plat dak dat niet of onvoldoende geïsoleerd is. De enige goede manier om een plat dak te isoleren is immers via de buitenzijde. Ook wanneer de dakafdichting in slechte staat is, er water op het dak blijft staan … raden we aan om dit eerst aan te pakken en bijkomend te isoleren.
  • Bij een hellend dak zonder onderdak en waarvan de ruimtes onder de dakvlakken volledig of gedeeltelijk deel uitmaken (of waarbij je die optie wilt openlaten) van het verwarmd volume (slaapkamers…). Een hellend dak zonder onderdak isoleren is immers geen goed idee.
  • Bij een hellend dak met of zonder onderdak, dat onvoldoende geïsoleerd is, maar waarvan de zolder aan de binnenzijde is afgewerkt, en het verwijderen van de binnenafwerking niet aan de orde is.
  • Bij een hellend dak zonder onderdak waarvan de dakbedekking in slechte staat is (verwachte levensduur < 30 jaar).
  • Bij een dak met een asbesthoudende dakbedekking en/of een asbesthoudend onderdak. De Vlaamse milieuwetgeving verbiedt overigens het plaatsen van zonnepanelen op asbestdaken.

 

Bij een niet-asbesthoudend

  • plat dak dat voldoende geïsoleerd is en in goede staat,
  • hellend dak met een onderdak en dakbedekking in goede staat, dat voldoende geïsoleerd is of waarbij het mogelijk is dit via de binnenzijde te doen (geen binnenafwerking of bestaande binnenafwerking mag verwijderd worden),
  • hellend dak zonder onderdak maar in zeer goede staat maar waarvan je zeker bent dat de zolderruimte binnen de eerste 30 jaar niet gebruikt zal worden als verwarmde ruimte

kan je gerust zonnepanelen plaatsen.

 

Naar boven

 

Wat zijn de gevolgen voor de eigenaars van pv-zonnepanelen als de digitale meter er komt?

Vanaf juli 2019 worden de digitale meters uitgerold in Vlaanderen. In tegenstelling tot de oude elektriciteitsmeter draait de digitale meter niet terug maar registreert de injectie op het net en de afname van het net afzonderlijk.

 

Eigenaars van zonnepanelen (met installatie voor 31/12/2020) krijgen de keuze tussen twee mogelijkheden:

 

  1. Ze behouden de huidige tarifering (principe van de terugdraaiende teller + prosumententarief) gedurende 15 jaar vanaf de indienstname van de installatie.
  2. Het principe van de terugdraaiende teller (compensatie) is enkel van toepassing op de elektriciteitskosten. Het prosumententarief wordt vervangen door een distributienettarief gerekend op de werkelijk afgenomen elektriciteit (bruto-afname).

 

Stel dat je 3000 kWh per jaar verbruikt en 3000 kWh produceert met je pv-panelen. Van deze laatste verbruik je slechts zo’n 30% op het moment van productie, 70% heb je op het net gezet en er later weer afgehaald. Je netto-afname is 0 kWh, je bruto-afname is echter 70%, dus ongeveer 2100 kWh. Op deze bruto-afname zullen distributienettarieven gerekend worden. Met deze nieuwe tarifering wil de VREG onder meer de prosumenten aanzetten tot een bewuster verbruik van de zelf opgewekte elektriciteit en (piek)belasting van het net beperken.

 

Of de uiteindelijke kost van deze nieuwe tarifering hoger of lager ligt dan je huidige prosumententarief, zal afhangen van de mate van zelfconsumptie (het aandeel van de zelf opgewekte elektriciteit die je ogenblikkelijk verbruikt). Hoe hoger je zelfconsumptie, hoe lager de distributiekosten en dus hoe lager je elektriciteitsfactuur.

 

Op de VREG-website vind je meer info en een simulator die aangeeft wat de nieuwe tarifering in jouw situatie kan betekenen.

 

Vanaf 01-01-2021 zou er nog een andere regeling komen, die voorziet in het verkopen van je zelf opgewekte elektriciteit op het net. Meer details zijn nog niet beschikbaar.

 

Naar boven


Vragen over oververhitting

Wie oververhitting wil tegengaan, beperkt beter de beglazing?

Ja, heel wat zonnewarmte sluipt binnen via de beglazing van je woning. Daarom beperk je beter de glasoppervlakte. Voldoende zuidgeoriënteerd glas is belangrijk om in de winter te genieten van gratis zonnewarmte, om zicht te hebben en om in elke ruimte voldoende daglicht binnen te laten. Maar glas heeft dus ook een keerzijde: risico op oververhitting. We streven bijgevolg naar een evenwicht tussen gewenste zonnewinsten in de winter en ongewenste in de zomer, voldoende daglicht, zicht en privacy.

 

Naar boven

 

Is een automatische zonnewering effectiever dan een handmatig bediende?

Automatische bediening vraagt geen enkele tussenkomst van de bewoner waardoor deze ook niet kan vergeten om de zonnewering  te sluiten. De sturing gebeurt met behulp van minstens één zonnesensor. Je bent dus altijd zeker dat de zonnewering omlaag is als het nodig is, waardoor de kans op oververhitting kleiner wordt. De sturing bepaalt dus wel degelijk mee hoe effectief een zonnewering in werkelijkheid zal zijn.

 

Naar boven

 

Hou je ramen en deuren beter altijd dicht op warme zomerdagen?

Overdag is het inderdaad aangewezen om ramen en deuren te sluiten. De temperatuur buiten zal hoger zijn dan de binnentemperatuur, die warmte probeer je zoveel mogelijk buiten te houden. Echter zodra ‘s avonds de buitentemperatuur lager wordt dan de temperatuur in het gebouw, open je beter ramen en deuren om de koele buitenlucht binnen te laten. Idealiter pas je de ganse nacht dergelijke intensieve ventilatie toe, maar zorg er wel voor dat dit op een inbraakveilige manier kan gebeuren

 

Naar boven

 

Hoe dikker je isoleert, hoe groter de kans op oververhitting?

Een beter thermisch geïsoleerd gebouw zal in de zomer de warmte die overdag is binnengekomen inderdaad minder snel laten ontsnappen ’s nachts, als het buiten koeler is dan binnen. Maar dit nadeel weegt niet op tegen de positieve effecten van een goede thermische isolatie in de wintersituatie, temeer omdat het veel efficiënter is de warmte ’s nachts af te voeren via natuurlijke intensieve ventilatie (opengaande ramen) én overdag de warmte buiten te houden (buitenzonwering op de beglaasde oppervlakken), dan te rekenen op warmteverlies door de wanden.

 

Naar boven

 

Achtergrondafbeelding

016 23 26 49

info@dialoog.be

facebook.com/dialoogvzw