Je bent hier » Tijdschrift » Ecologisch magazine de Koevoet » De Koevoet 166 lente 2014 » Een doehetzelfexperiment in mobiel wonen

Een doe-het-zelfexperiment in mobiel wonen

Terug

“Dit is wel een huis hè”, riep een meisje ons met een mengeling van verwondering en ongeloof toe toen we kwamen aangewandeld van een uitstap naar het centrum van de stad. Alsof we dat niet wisten. We hadden er de nacht in doorgebracht. Het huis waar het meisje het over had is de Mobi-01 (spreek uit: mobi one): de mobiele woning van Geert en Calanne, de zelfverklaarde Mobiators die de tenten momenteel hebben opgeslagen op het Zeeburgereiland in Amsterdam-Oost. Een radicaal doe-het-zelfexperiment in onafhankelijk wonen zoals ook de bewoners van Earthships dat doen (zie Koevoet 122). Bouwen met afvalmateriaal is bovendien een trend die internationaal steeds meer aandacht trekt.

 

De Mobiators Geert en Calanne

 

De omgeving is nogal grauw en desolaat wanneer we de ring rond Amsterdam verlaten. Vanuit de verte vangen we een eerste glimp van de Mobi-01 op. Een haast kinderlijke opwinding maakt zich van ons meester. Niet alleen is het bijna 20 jaar geleden dat we studiegenoot Geert weerzien. We zijn ook erg benieuwd naar hun zelfgebouwde woning die tussen de ring rond Amsterdam, het water het IJ, een aantal nieuwbouwwoningen en een school in aanbouw staat.

 

Een hartelijk weerzien, een bord warme soep en een homp versgebakken brood later vroegen we ons af hoe dat zo gekomen is? Zeven jaar geleden ondertussen ruilde Geert zijn Oost-Vlaamse roots in voor Amsterdam. Voor Calanne. Zij woonde er al een jaar of vijf. Bleek dat ze naast een flinke planeetvriendelijke knobbel ook een nomadisch bestaan met elkaar gemeen hebben. Geert liet al een behoorlijk omvangrijk adresboek achter zich en Calanne trok vaak met de rugzak door Afrika om aan verschillende bouwprojecten mee te werken. “We wilden vooral het thuisgevoel meenemen”, zegt Calanne over de inspiratie voor hun mobiele en autarkische woning: een zelfvoorzienend en off-grid  huis dat niet is aangesloten op welke nutsvoorziening dan ook. “Geert is Vlaams, ik ben Iers. We zijn niet gebonden aan Amsterdam. We willen hier ook geen grond kopen, in het laagste land ter wereld.”

 

Ze konden uiteindelijk niet beslissen waar ze naartoe wilden, dus dachten ze: laten we maar met het huis beginnen. “We wilden iets spectaculair, iets wat de aandacht trekt. Met een mooie, wat organische vorm.” Het basisontwerp was ruim drie jaar geleden al min of meer klaar en ze wonen er nu meer dan anderhalf jaar in.

Omdat ze voornamelijk overschotten en sloopmateriaal wilden gebruiken, namen ze rustig de tijd voor de bouw. “Als je in een rush bezig bent en met een deadline zit, heb je geen tijd om te wachten tot je bijvoorbeeld de juiste balk vindt. Je gaat hem meteen kopen.”

 

Naast de mobiele gedachte was het voor Geert ook de vervulling van een jongensdroom: wonen in een zelfgemaakt ‘kamp’. Meer dan één heeft hij er in zijn jonge jaren gebouwd maar erin wonen had hij nog nooit gedaan. Bij de inhuldiging van de Mobi-01 was het eindelijk zover. De ene jonge veertiger koopt een motor of een dure racefiets om de midlifecrisis te lijf te gaan, de andere bouwt een kamp en gaat erin wonen.

 

Publiek wonen

Of Calanne – die een master in ecologische architectuur heeft – het ontwerp vooral conceptueel of eerder technisch sterk vindt? “Technisch is het niet zo sterk. Het is hoofdzakelijk lowtech. Het werkt gewoon goed en heeft al een stevige storm overleefd. Alles beweegt dan wel een beetje maar die beweging vangt net een deel van de windkracht op. Het hangt technisch goed aan elkaar, constructief gezien.”Je merkt snel dat Calanne graag en honderduit praat over het project. Een Ierse woordenwaterval met een licht poëtische inborst. Voor ze het goed en wel beseften, werd hun huis dan ook een soort van openbare performance. “Al was die publieksfunctie oorspronkelijk niet de bedoeling. Het is eerder zo gegroeid omdat mensen nieuwsgierig waren en wilden binnenkomen. En wij stelden vast dat we het leuk vinden erover te praten” (lacht).

 

Door erover te praten, stellen ze hun plannen constant in vraag, verzamelen ze andere invalshoeken en doen ze nieuwe ideeën op. Omgekeerd proberen ze evengoed dingen in mensen los te maken en hen te stimuleren het wat milieuvriendelijker aan te doen. Interactie, daar gaat het om. Wederzijdse bestuiving, kennis en informatie delen. Een stimulerende ruilhandel van gedachten. Hoewel ze momenteel op een wat afgelegen plek staan, zijn er toch voldoende passanten. Vooral klanten van het restaurant dat er tegenover ligt.

 

De Mobi-01 is kortom een voortdurend work in progress, dus de vraag wanneer de Mobi-01 klaar zal zijn, kreeg meteen een wedervraag: “Vraag is of het ooit echt klaar zal zijn.” Het is en blijft vooral een pittig doe-het-zelfexperiment in wonen met een zo klein mogelijke impact op de omgeving.

 

Dat ze hun publieksfunctie ernstig nemen, bleek de zondag van ons bezoek. Een groep kinderen uit het nabije IJburg kwam luisteren naar een voorstelling van het project. “Wat is nou het verschil met een caravan?”, klonk het plots. Eén van de volwassen begeleiders – een nuchtere Hollander allicht – vroeg het zich luidop af.

Het antwoord van Calanne liet niet lang op zich wachten: “Een caravan zou nooit dezelfde reacties en nieuwsgierigheid opwekken. Een caravan is gewoon een caravan.” Wat me trouwens opviel aan dat bezoekuur: je zou, zeker in Amsterdam, een stel bijdehante, niet op de mond gevallen keetschoppers verwachten. Niets van dat alles: een troep gedisciplineerde, haast bedremmelde jongelui, dat was het. In de Mobi-01 wonen? Dat zagen ze niet meteen zitten. Het idee om er een weekje te logeren lokte dan weer wel wat instemmend gemompel uit.

 

En de wet, wat zegt die over hun thuis: mogen ze zomaar staan waar ze staan? Dat is geregeld met een zogenaamde objectvergunning. De Mobi-01 wordt beschouwd als een performance. Al is ook daar wat onduidelijkheid over. Voor de ene stadsdienst is het geen probleem, een andere heeft er vragen bij omdat ze in hun object wonen. Calanne: “Tot nu toe deden we op elke plek waar we stonden iets voor de buurt wat groen is, wat helpt om duurzamer en planeetvriendelijker te zijn of gewoon om meer van eenvoudig leven te genieten. In ruil voor een objectvergunning.”

 

De huidige vergunning loopt hoe dan ook eind maart af. Tegen dan hopen ze minstens één van de mogelijkheden die ze onderzoeken voor een volgende standplaats te kunnen verzilveren. IJburg is bijvoorbeeld een optie. Vandaar ook het bezoek van de jongelui. En zo blijft het spannend allemaal.

 

Meer lezen?

Neem een abonnement

of vraag een gratis proefnummer aan

 

Achtergrondafbeelding

016 23 26 49

info@dialoog.be

facebook.com/dialoogvzw