Je bent hier » Tijdschrift » Archief » Archief natuur » Winter in de siertuin

Winter in de siertuin

Terug

Traditiegetrouw is het heel kalm in de tuin rond de winterperiode. Behalve vetbollen hangen voor de vogels en af en toe een plat schoteltje met lauw water aanvoeren is er niet veel te doen. Alhoewel? De winter is de ideale periode om allerlei tuinmeubilair voor vogels en insecten te installeren zodat de dieren eraan wennen tegen wanneer ze beginnen te nestelen in de vroege lente.

 

Winter in de siertuin

 

Nestkasten behoren bij uitstek tot het geschikte tuinmeubilair. Afhankelijk van de vogelsoort die je wilt aantrekken, heb je keuze uit verschillende types. In plaats van te kiezen voor het klassieke bakje met de ronde invliegopening van 26 tot 32 millimeter dat je misschien al in de tuin hebt hangen (en dat je nu wat kunt herstellen mocht dat nodig zijn), kun je het eens proberen met een halfopen model. Die zijn onder meer aangewezen voor grauwe vliegenvanger, roodborst, witte kwikstaart of zwarte roodstaart, tenminste als je ze op een hoogte van een twee- tot drietal meter hangt en als er geen katten of marters bij kunnen.

 

Op www.natuurpunt.be vind je goeie informatie over hoe zo'n nestkastje er best uitziet, waar je het kunt hangen en waar je op moet letten. Je kunt het kopen in de handel of zelf maken. Gebruik in dat laatste geval altijd onbehandeld hout van bijvoorbeeld tweede of derde keuze beuk en eik, of overschotten van esdoorn, wilg, els of populier. Vermijd liefst naaldhout omdat het wat kleeft en dat hebben vogels niet graag.

 

Hang een halfopen nestkast altijd tussen weelderige vegetatie als klimop, wilde wingerd, blauwe regen en andere gevel-, boom- of verandabegroeiing. De vermelde vogels broeden niet of zeer zelden in open en bloot hangende kastjes. De hoogte van het voorste plankje, waarachter de vogels broeden, is bepalend voor de soort die er haar intrek neemt. Die informatie vind je gemakkelijk op internet, bij Natuurpunt of bij Vogelbescherming Vlaanderen.

 

Nestkasten en insectenhotel

Een klassieker bij de nestkastenfrustratie is dat “er niets in komt”. Ervaring leert dat geduld een mooie deugd is. Bijna alle kastjes die ik ooit bewoond wist, hingen minstens drie jaar op dezelfde plek. De gefrustreerde eigenaars vroegen me of ze ze niet beter verwijderden of elders hingen, maar dat heb ik afgeraden. Bijna altijd kwam er bewoning, soms zelfs vijf jaar nadat de hokjes voor het eerst werden opgehangen. Blijkbaar hebben de vogels liefst verweerde kastjes waar het nieuwe duidelijk af is.

 

Het nest van het eerste broedsel kun je laten zitten of wegnemen een week nadat de jongen zijn uitgevlogen. Veel zangvogeltjes leggen immers een tweede broedsel kort nadat de jongen van het eerste nest de deur uit zijn. Dat doen ze in hetzelfde nest als dat nog proper genoeg is of ze bouwen gewoon een nieuw als er in het oude nog onbevruchte eieren of dode jongen liggen.

 

Een ander leuk winters werkje is een insectenhotel bouwen. Dat groeide dit jaar uit tot een echte hype. Veel tuineigenaars zijn aangenaam verrast dat zo'n eenvoudige woonst zoveel insecten aantrekt. De eerste bijen zijn al actief vanaf maart en alle insectensoorten die zich in zo'n huisje willen vestigen, verkiezen de verweerde boven de nieuwe variant. Als je ze in december plaatst, heb je meer kans op bewoning in de lente, dan wanneer je dat pas in maart doet. Over de technische details van die constructie ben je al veel te weten gekomen (zie Koevoet 157), dus die uitleg gaan we hier niet herhalen. Laat vooral je fantasie de vrije loop als je bijvoorbeeld een beestentoren wilt maken die meer dieren aantrekt dan enkel solitaire bijen.

 

Houtmijt, takkenhoop en stenen

Maar de winter is er ook om het zogenaamde obligate natuurmeubilair op te stellen. Daar hoort onder andere een (droge of halfnatte) houtmijt bij. Je kunt ze tot anderhalve meter hoog stapelen en zo lang maken dat je houtvoorraad er helemaal in kan. Laat minstens een drietal meter (liefst meer) onaangeroerd. Die reserveer je voor allerlei insecten, zoogdieren en vogels die er hun voedsel of misschien zelfs nestgelegenheid vinden. Als je hen verstoort, ben je ze kwijt. Laat die sectie dus vanzelf in elkaar stuiken, waarna je over een tijdsspanne van drie jaar een volledig nieuwe mijt kunt maken, die dan weer een twintigtal jaar meegaat. Drie jaar is een goeie termijn, want als je alles ineens opruimt en vernieuwt zijn alle soorten verdwenen.

 

Als je de vervanging geleidelijk doet, hebben de aanwezige soorten de tijd om zich te verplaatsen naar de nieuwe mijtdelen die gerust (liefst zelfs) nog delen van de oude mijt mogen bevatten. Behalve een houtmijt kun je ook nog een hoop met redelijk dikke (snoei)takken maken die je jaren aan een stuk laat liggen. Daarin en -onder vinden weer andere soorten een onderkomen. En vermits je in de buurt ervan niet (veel) zal maaien, wordt het een wat ruiger hoekje met een massa bloeiende planten waar veel insecten op afkomen. Zo'n maatregelen kosten helemaal niets en ze zijn erg efficiënt om diersoorten van allerlei slag aan te trekken.

 

Dat geldt ook voor het stapelen van (grote) stenen, plaveien of keien. Afhankelijk van de samenstelling worden ze gekoloniseerd door andere soorten planten en dieren. Zand- en kalksteen bieden de beste resultaten, maar ook andere soorten natuursteen doen het goed. Daar komen algauw (korst)mossen op en daarmee ook heel wat insecten. Naarmate de stenen ouder worden, breidt het assortiment geleidelijk aan uit.

 

Bakstenen en andere kunstmatige stenen zijn minder aangewezen omdat de kolonisatietijd veel langer duurt. Maar ook ónder stenen heerst dikwijls een drukte van jewelste. Duizend- en miljoenpoten vinden dat in ieder geval het einde. En ook allerlei kevers zijn vast geïnteresseerd. Bovendien heb je nog wolzwevers, zandbijen en graafwespen die zo'n stenig terrein aan een kritisch onderzoek zullen onderwerpen. Belangrijk is wel dat je de omgeving van die stenen met rust laat. Hoe langer ze er roerloos bij liggen, hoe meer kans dat de kolonisatie vlot verloopt en duurzaam is.

 

Meer lezen?

Neem een abonnement

of vraag een gratis proefnummer aan

 

Achtergrondafbeelding

016 23 26 49

info@dialoog.be

facebook.com/dialoogvzw