“De beste manier om respect voor een cultuur te tonen is to leave it the hell alone”, aldus de ongespleten tong van Sherman Alexie, één van de beste hedendaagse auteurs van de Verenigde Staten. Hij werd in 1966 geboren in het Spokane/ Coeur d’Alene reservaat in Washington en heeft een hekel aan wannabe-Indianen. Die zogenaamde Amerikaanse progressieven die zijn cultuur komen stelen, zich optutten met turkoois en in een zweethut kruipen. Ze vormen een virus, veel gevaarlijker dan de doorsnee Republikein die als vijand tenminste herkenbaar is. De progressieven maken zijn cultuur toegankelijk voor iedereen zodat Indiaan-zijn een product wordt. “Het is de laatste fase van kolonisatie”, zegt hij, “wanneer de kolonisten de cultuur van de gekoloniseerden compleet absorberen. Ze zouden zich beter in de eigen cultuur verdiepen maar daarvoor zijn ze te bang.”
Toch is Alexie als ‘moderne’ Indiaan slachtoffer van eenzelfde schizofrenie. Zoals veel Indianen is hij te ver van zijn roots verwijderd om nog echt traditioneel te zijn en is er nog geen map ontworpen om de toekomst van zijn verloren gelopen volk uit te stippelen. Trouwens wat is Indiaan-zijn? Veel blanke en Indaanse schrijvers houden volgens Alexie de mythe in stand van een vreedzaam en spiritueel volk. “Het percentage echt spiritueel begaafde mensen is bij ons even groot als bij andere volkeren. Eén procent van één procent.” Dat hij dit hardop durft zeggen wordt hem door sommige Indianen van het ‘rez’ (populaire term voor ‘reservation’ of ‘reservaat’) erg kwalijk genomen. “Door die valse perceptie van vreedzaamheid en spiritualiteit krijgen we immers geld, aandacht en een blanke in ons bed”, legt Alexie uit. “Blanke auteurs die infiltreren in het rez hebben het meestal enkel over magie en schoonheid. Geen woord over de derdewereldomstandigheden, de auto-ongelukken, de verkrachtingen, het alcoholisme, het kindermisbruik. Nooit gaat het in dat soort literatuur over de gemiddelde Indiaan die zijn plaats in de wereld probeert te vinden.”
Alexie’s oeuvre (waaronder romans, kortverhalen, filmscripts en poëzie) worstelt juist wel met die zoektocht naar vermeende of verloren authenticiteit en is daarom universeel herkenbaar voor een wereld die opschuift naar multi-culti. Zijn laatst verschenen kortverhalenbundel ‘The toughest Indian in the world’ - vertaald als ‘Indianenverhalen’ - is een complexe verzameling van gevoelens en emoties die bij het huidig Amerikaans-Indiaans zijn komen kijken. Van sex met blanke vrouwen tot een herbeleving van de holocaust, de Indiaanse wel te verstaan. Tot zijn 24ste had Alexie enkel relaties met blanke vrouwen. Voor hem betekende het net zoveel als het halen van een diploma aan de universiteit. Alexie begeerde de wereld van de blanken. Hij wilde hun vrouwen, hun banen, hun eten, hun privileges, hun veiligheid. “Toen ik de eerste keer met een Indiaanse sliep en al dat bruin zag, overal, ging er een knop om”, herinnert Alexie zich. “Wow, dacht ik, dit heb ik al die tijd gemist.”
Intussen is Alexie ook met een Indiaanse vrouw getrouwd. Dit in tegenstelling tot de hoofdpersonages uit zijn kortverhalen, die na wat sexueel geëxperimenteer met rasgenoten, terugkeren naar hun blanke partner. En dat houdt het mooi in evenwicht. Alexie is niet pro of contra interraciale relaties. Meer nog, ook homosexuele verhoudingen kleuren de maatschappij. De strafste Indiaan, uit de gelijknamige verhalenbundel, is niet toevalllig een prijsvechter, een stoere kerel en een zelfverzekerd homo. Want Alexie vindt homofobie nog erger dan raciale fobie. “Ik ben meer stads geworden en spendeer ook meer tijd in de kunstwereld, waarvan een groot stuk homo is”, verklaart Alexie. “Het is dus maar normaal dat de karakters in mijn fictie groeien met mijn ervaringen. En één van die dingen, één van die ‘haten’, die me het meest stoort is homofobie. Dus wil ik mijn fictie gebruiken om dat direct aan te boren.”
Daarbovenop heeft Alexie nog een stel controversiële helden. John Wayne, Walt Whitman en Kurt Cobain, verwacht je niet dadelijk in het fanboek van een jongen van het rez. “Ik kon me niet vereenzelvigen met die gewelddadige sociopaten met hun oorlogsverf op en schaamlap voor. En John Wayne won tenminste altijd.” Al even Amerikaans is zijn uitgesproken liefde voor het basketbal. In het gedicht ‘Defending Walt Whitman’ voert hij de 19e eeuwse vader van de Amerikaanse dichtkunst op in een partijtje basket met de Indiaantjes van het rez. De oude Whitman loopt verloren in het veld en verstoort de ‘defending’ en ‘offending’ posities danig, gebiologeerd als hij is door al die soepele bewegingen. Whitman mag al lang vergeten zijn bij de jeugd, Alexie stijgt in hun achting. “Als ik wil gelezen worden door de Indiaanse tieners, moet ik deel uitmaken van de popcultuur.” Zelf dweept hij met Kurt Cobain, de gekwelde zanger van de grunge groep Nirvana die zich op het hoogtepunt van zijn carrière een kogel door het hoofd joeg. Cobain kwam ook uit Seattle (het Spokane reservaat bevindt zich op enkele honderden stoffige mijlen) en werkte zich uit een arbeidersmilieu op tot één van de grootse iconen van zijn tijd.
“Hij heeft ons allemaal gered,” zegt Alexie. “Hij kwam en hij plaatste een bom onder die hele shit die gaande was.” Net zoals Cobain gebruikt Alexie sarcasme en bijtende humor als wapen. Cobain zingt ironisch ‘and I don’t have a gun’, Alexie is de man ‘who would steal horses’. Volgens Alexie is humor een uitstekend verdedigingsmiddel: “Het is het beste wapen dat de onderdrukte heeft. Als je lacht weet de onderdrukker niet wat te doen”. Tijdens een TV-debat over rassenvraagstukken fluisterde ex-president Clinton in zijn oor “You’re fucking funny.” Alexie herinnert zich de anecdote met plezier: “Als ik had zitten razen en tieren was ik gewoon een boze indiaan geweest. Gemakkelijk te negeren. Maar ik was in zijn gedachten. Dàt is de kracht van humor.” Nog meer dan humor, is de tederheid en menselijkheid waarmee Alexie zijn karakters bezielt, ontwapenend. Het zijn mensen die getuigen van een grote capaciteit tot liefhebben, haten, lachen en huilen. Mensen van vlees en bloed. De weg naar het reservaat ligt om de hoek.
Emmy Vandenbosch
Bronvermelding
Crazy Horse en John Wayne, Hélène Schilders, De Morgen,
boekenbijlage 29 augustus 2001.
Officiële Sherman Alexie website http://www.fallsapart.com/
What It Means to Be Sherman Alexie, Russ Spencer, http://bookmagazine.com/archive/issue11/alexie.shtml
On “How to Write the Great American Indian Novel”, Beth
Anne Palatnik, Modern American Poetry, 2001, http://www.english.uiuc.edu/maps/poets/a_f/alexie/howtowrite.htm