De vos (Vulpes vulpes) is sinds enkele jaren terug in Vlaanderen. Op een mum van tijd is hij er in geslaagd het hele grondgebied te veroveren, hij breidde uit tot aan de kust in enkele jaren tijd. 'De groenen hebben ze uitgezet', zegt de ene. 'Bijlange niet, hij is op een natuurlijke manier tot hier geraakt vanuit de Ardennen', zegt een ander.
De waarheid is simpeler. Vroeger werd er zwaar gejaagd op de vos; maar nu er goede vaccins tegen hondsdolheid bestaan, is dat niet meer nodig. De vossenpopulatie is sindsdien flink uitgebreid. De jongste twintig jaar kwam er bovendien veel maïs in het landschap: prima om de uitzwermende vossen in het najaar grote afstanden te laten afleggen. Hij ging de westelijke provincies van Vlaanderen snel bevolken.
Bovendien was de vossenpopulatie in de Kempen en rond het Meerdaalwoud nooit helemaal uitgeroeid. Gevolg: de vos is in Vlaanderen opnieuw aanwezig. Komt straks ook de wolf (Canis lupus) terug? Hij zou, zeggen de verhalen, in aantocht zijn vanuit oostelijke en zuidelijke contreien. En er komt nog meer op ons af: de eerste gevallen van malaria (plasmodium-stam) zijn gesignaleerd in de omgeving van Zaventem (dat zou dus verband houden met de luchthaven) en de jongste jaren vindt men de tijgerspin of wespspin (Argiope bruennichi) almaar meer noordelijk. Wat is hier aan de hand? Zeker geen (her)introductie. Geen redelijke ziel zou het immers in zijn hoofd halen om ergens een mug of een spin te introduceren. Al deze voorbeelden gaan precies niet over (her)introductie. Bij de vos, de wolf, de malaria en de tijgerspin gaat het om relatief natuurlijke fenomenen, waarvan men soms perfect de mechanismen van uitbreiding kan achterhalen, of waarvan men soms niet echt kan zeggen wat zich precies afspeelt en waarom.
(Her)introductie is iets helemaal anders. Een goed voorbeeld daarvan is de herintroductie van de bever (Castor fiber) in de Biesbosch, nabij Dordrecht, in Nederland. Die gebeurde zo'n tien jaar geleden. Men ging er van uit dat het dier zich niet meer op een natuurlijke manier zou kunnen vestigen in de Biesbosch, ook al waren daar alle voorwaarden voorhanden opdat de bever zich zonder veel moeite zou kunnen handhaven. De dichtstbijzijnde populatie was te ver verwijderd (ergens in Midden-Europa) voor een natuurlijke hervestiging. Het dier kwam wel nog tot begin deze eeuw voor in Nederland. Na veel voorbereidende studies werd het herintroductieproject gestart. Vijf koppels werden losgelaten, die zich volledig vrij konden bewegen in een gebied van ongeveer 7.000 ha. Vandaag zijn er meer dan 60 koppels. Nu begint men zich zorgen te maken over het succes van de operatie. De bever staat aan de top van de voedselpiramide en heeft hier weinig natuurlijke vijanden. Daardoor kan hij zich ongestoord voortplanten. Overbevolking, omdat de draagkracht van het gebied niet groot genoeg is om zoveel dieren te verdragen. Hier en daar gaan nu stemmen op om een afschot- of vangplan op te stellen voor als het echt verkeerd begint te lopen...
Een ander, minder drastisch voorbeeld is de reïntroductie van
de slechtvalk (Falco peregrinus) in België. Hier werden niet
de vogels zelf geherintroduceerd, maar op strategische plaatsen (vooral
koeltorens van elektriciteitscentrales) werden speciale nestkasten
bevestigd. Na de jaren 60 kwamen er zo goed als geen slechtvalken
meer tot broeden in ons land. Toch werden er vanaf de jaren 90 opnieuw
meer vogels waargenomen. En dus werd er goede nestgelegenheid aangeboden.
En het project mag succesvol genoemd worden. In het voorbije seizoen
kwamen niet minder dan acht koppels tot broeden, die samen 26 jongen
grootbrachten. En dit pas enkele jaren nadat de eerste kasten opgehangen
werden.
Op dit ogenblik loopt een herintroductieproject in de Pyreneeën
waar de lammergier (Gypaëtus barbatus) nu al sinds vele jaren
de kans krijgt te kweken.
Er zijn ook bij ons plannen om dieren te herintroduceren. Er wordt overwogen de otter (Lutra lutra) in te brengen in het IJzerbekken, in de omgeving van de Blankaart in Woumen. Het pimpernelblauwtje (Maculinea teleius) - een dagvlindersoort - wil men invoeren op plaatsen in Vlaanderen waar getracht wordt de grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) via een aangepast beheer meer kansen te geven. De grote pimpernel is de enige waardplant van deze vlinder. In Nederland wordt erover gedacht de adder (Vipera berus) uit te zetten in verschillende heidegebieden.
Doorgaans is het de bedoeling dat de uitgezette dieren zich zodanig gaan uitbreiden dat ze vanuit hun nieuwe leefplaats gaan uitzwermen in de (soms zeer wijde) omgeving. Bij de bever kan dat niet omdat de omliggende gronden bij de Biesbosch niet geschikt zijn als biotoop, tenzij de dieren in staat zouden zijn vele kilometers af te leggen voor ze een nieuw geschikt gebied zouden vinden, maar die kans lijkt klein. Bij de lammergieren is er misschien wat meer bewegingsruimte, alhoewel tot nu geregeld moet bijgevoederd worden om de dieren in stand te houden.
Bovendien is er nog een niet te onderschatten factor die erg belangrijk is om dit soort initiatieven te doen slagen: de publieke opinie mee hebben. Al te vaak zien we dat een slechte (of geen) communicatie gevoerd werd met de goegemeente, met als gevolg dat niemand begreep wat de bedoeling was en dat, onder meer bij de lammergieren, vooroordelen ervoor zorgden dat de herintroductie moeilijk verliep. De plaatselijke bewoners waren bijvoorbeeld bang dat de gieren hun schapen zouden opeten, zodat op de vogels gejaagd werd. Een goede communicatie is zeer belangrijk. Het project van de slechtvalken lijkt hier heel wat beter geslaagd.
Herintroductie of niet: het is een materie die steeds tot hevige debatten aanleiding geeft. Waarschijnlijk zullen de risico's steeds geval per geval moeten onderzocht worden.
Herman Dierickx