terug naar overzicht
artikel in pdf-formaat
De schatkamer van de natuur, zo zou je biodiversiteit kunnen omschrijven. De verscheidenheid aan soorten dieren en planten biedt ons niet alleen mateloze verwondering om hun schoonheid maar ook levensnoodzakelijke zuurstof, voedsel, geneesmiddelen, vezels en materialen. Bovendien levert ze een schijnbaar onuitputtelijke bron van kennis over het leven op aarde. De rijkdom aan soorten die in een bepaalde regio aanwezig is, bepaalt in grote mate de kracht van het hele ecosysteem. Haal daar één element uit weg en de samenhang verandert onvermijdelijk. Dat hoeft niet dramatisch te zijn want evolutie veronderstelt nu eenmaal verandering. Soorten komen en gaan.
Wat ons de laatste decennia overkomt is een massale verdwijning van soorten. In die mate dat wetenschappers spreken van de zesde uitstervingsgolf sinds het begin der tijden. Soorten sterven uit aan een snelheid die, alle verhoudingen in acht genomen, te vergelijken is met een ritje op de roetsjbaan. Deze keer is het geen meteorieteninslag of ijstijd die er met de zeis doorgaat. Het zal u allicht niet verbazen dat de mens die verantwoordelijkheid draagt. Onze soort ontwikkelt zich tegen ongekende snelheid en zet de planeet onder gigantische druk.
Niks nieuws dus. Belangrijker dan deze vaststelling is de vraag: valt er nog iets aan te doen? Moeten we alle soorten per se willen redden terwijl de wetenschap de meeste soorten nog niet eens beschreven heeft? We zouden op zijn minst kunnen proberen wat uit te kijken want een uitgestorven soort keert niet meer terug. Haar genetische code zullen we nooit kunnen ontcijferen. Of het moest met een wel heel spectaculaire goocheltruc zijn. Weg is weg. Foetsie.
2010 is niet zomaar door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het internationale jaar van de biodiversiteit. De achteruitgang een halt toeroepen is de eerste betrachting. Of om het in meer populaire economische termen te zeggen: het bloeden moet stoppen. Ons natuurlijk kapitaal verschrompelt en we staan er naar te kijken.
Hoe is de situatie bij ons? De hoge bevolkingsdichtheid (in Vlaanderen: 460 inwoners per vierkante kilometer), gecombineerd met een dicht wegennet en een uitgebreide bebouwde oppervlakte maakt dat de biotopen en natuurgebieden in ons land aan de kleine kant zijn. Versnippering van leefgebieden komt de overlevingskansen van een soort niet ten goede. Pluspunt is dan weer dat onze landschappen erg verscheiden zijn wat diezelfde kansen verhoogt. De sterk verbeterde waterkwaliteit maakt van zowel de Schelde, de Maas als de IJzer aantrekkelijkerivieren. We hebben nog troeven.
Wereldwijd sporen overheden dit jaar hun burgers aan om meer oog te hebben voor de natuurlijke omgeving. Om de soortenrijkdom in eigen land te beschermen zou het zeker helpen indien meer mensen de lokale fauna en flora leren kennen. Onbekend is onbemind. Dat bracht natuurliefhebber en auteur Herman Dierickx op het lumineuze idee om honderd soorten te selecteren en voor te stellen. De sublieme foto's van compagnon Marc Slootmaekers maken de klus helemaal af.
In België leven meer dan 40.000 verschillende soorten planten en dieren. Eigenlijk zijn het er naar schatting 55.000 maar dan tellen we de niet-beschreven soorten erbij. Geen simpele zaak om er daar 100 uit te kiezen die het brede publiek kunnen aanspreken. Per soortengroep (van amfibieën en reptielen tot zwammen en zoogdieren) wordt een mix van alom bekende en zo goed als zeker nog-nooit-van-gehoorde planten en dieren voorgesteld. Of had u al van beenbreek, vuurwants, goudveil of middelste zaagbek gehoord? Het kan natuurlijk aan mij liggen maar ik kon ze niet direct voor mijn geestesoog tevoorschijn toveren. De kennismaking was dan ook des te aangenamer. In de hoop dat u hetzelfde gevoel overvalt, presenteren we nkele verrassende gasten die u misschien wel in de tuin of ergens onderweg kunt spotten. Veel geluk!
Geert Van Geeteruyen
De vuursalamanderDeze zwartgele amfibie valt niet alleen op door zijn kleurenpatroon maar is ook niet van de kleinste. Hij kan tot 22 centimeter uitgroeien en heeft een voorkeur voor bossen met veel eik, beuk en haagbeuk. In Wallonië kan hij je pad kruisen ten zuiden van Samber en Maas, in Vlaanderen beperkt zijn biotoop zich tot de Vlaamse Ardennen en de Voerstreek met nog levensvatbare populaties in het Meerdaalwoud en het Zoniënwoud. De vuursalamander wordt het meest bedreigd door de verharding, verbreding en het frequenter gebruik van boswegen. Tegen een jeep of asfaltlaag is hij weerloos.
Het in ons land tot
voor kort meest voorkomende zevenstippelig lieveheersbeestje moet sinds enkele jaren de duimen leggen voor het
Aziatisch veelkleurig lieveheersbeestje. Deze laatste is een exoot die werd geïntroduceerd door planten- en
fruitkwekers die op natuurlijke wijze de plaag van de bladluizen wilden bestrijden. Minder pesticiden, weet je wel
Met de extreme vraatzucht van de soort hadden ze geen rekening gehouden. Ze eten niet alleen de bladluizen op
maar ook de larven van de inheemse lieveheersbeestjes en andere insecten en zelfs vlinderrupsen. Resultaat: de
inheemse soorten komen zwaar in de verdrukking terwijl de Aziatische soort floreert als geen ander. Een rampscenario
op vlak van biodiversiteit. Toch iets meer nadenken vooraleer tot dergelijke ingrepen wordt overgegaan? Zie ook
het verhaal van de halsbandparkiet die vanuit de Brusselse parken de rest van het land inpalmt en daarbij
nestgelegenheid van eekhoorns en andere holenbroeders zoals de boomkruiper afpakt. De directeur van de plaatselijke
dierentuin ging er bij de sluiting van zijn zaak van uit dat de parkiet de Belgische winter niet zou overleven en
liet enkele exemplaren de vleugels uitslaan in de vrije natuur. Een pijnlijke misrekening.
De duizendpootDeze vinnige ongewervelde zal het nooit ver schoppen in lijstjes met populaire soorten. Daarvoor is hij iets te glibberig en, als familie van spin en schorpioen, angstaanjagend voor wie zijn charme niet apprecieert. Vooraan beschikt hij over twee omgevormde poten waarmee hij slakken, wormen en pissebedden met gif inspuit vooraleer ze te verknippen en op te peuzelen. Hij houdt van vochtige, donkere ruimtes. Je vindt hem onder stenen en takken of in kelders. Eveneens verwant aan de miljoenpoot die zich, zoals te verwachten was, nog net iets sneller uit de voeten kan maken.
Beenbreek
behoort tot de familie van de lelieachtigen. De knalgele bloemen verschijnen van juni tot augustus, de helrode
vruchten trekken de aandacht tot oktober. Omdat de plant houdt van zure en natte milieus kom je hem enkel tegen
in de Kempen en de hoge Ardennen. Zijn naam dankt hij aan zijn reputatie bij de boeren. Die gingen ervan uit dat
koeien hun poten braken over de plant. Toch geen geringe prestatie. Het ware verhaal klinkt eenvoudiger. De plant
gedijt enkel op gronden waar weinig kalk in de grond zit. Koeien hebben die kalk nodig om een stevig skelet te
behouden. Bij gebrek aan die kalktoevoer lijden ze meer dan gemiddeld aan botbreuken. Bovendien liggen de vochtige
gronden waar beenbreek zich vertoont er dikwijls oneffen bij wat de kans op ongevallen verhoogt. Een mooi staaltje
van naamgeving. Waar beenbreek voorkomt kan je er ook van uit gaan dat de bodem en de vegetatie er in goede
gezondheid verkeren. Hij is wel zo kieskeurig om zich enkel daar te vestigen waar de omstandigheden optimaal zijn.
Het baardmannetjeEen zeldzame verschijning in ons land maar des te opmerkelijker mocht je hem herkennen: het baardmannetje houdt zich schuil in jonge, uitgestrekte rietmoerassen die we nog enkel aan de kust en in de polders terugvinden. Momenteel beperkt zijn aanwezigheid zich tot een twintigtal broedkoppels maar dat kan sterk verschillen naargelang het seizoen. Hij vliegt snel en behendig en zijn pastelkleurig verenkleed past perfect bij de droge rietstengels. Niet makkelijk om te spotten. Enkel het mannetje beschikt over een 'baard' tussen oog en snavel. Bij strenge winters trekt de vogel naar het zuiden. Als de vorst niet te hard toeslaat, blijft hij op zijn bekende plek en voedt zich met rietzaden.
“Zoveel schoonheid
heb ik nooit gezien …” Wie het geluk heeft een ijsvogel in zijn gezichtsveld te ontwaren, kan die dag
wel tegen een stootje. Een zeldzame, veelkleurige, wonderlijke verschijning die zich meestal in de buurt van water
ophoudt om vis te vangen. Met zijn lange scherpe bek duikt hij als een kamikazepiloot naar zijn prooi. Eén van de
meest geliefde vliegbewegingen om in slow motion te verwerken in een documentaire. Wanneer tijdens een strenge
winter het oppervlaktewater dichtvriest is hij één van de eerste slachtoffers. De laatste jaren heeft
hij het dus niet onder de markt gehad. Gelukkig staat hij er om bekend zich qua aantallen snel te kunnen herpakken
bij de eerstvolgende zachte winters. Nesten bouwt hij in steile oeverwanden waarin een tot een meter lange pijp
wordt uitgegraven. De ijsvogel broedt soms drie keer op een jaar met een gemiddelde van zeven jongen per broedsel.
Vlieg, jongen, vlieg.
JudasoorEen zwam met een verhaal. De legende luidt dat Judas zich wou verhangen nadat hij Jezus had verraden. De vlierstruik die hij daarvoor had uitgekozen bleek echter niet sterk genoeg zodat de tak afbrak. Het oor van Judas werd wel afgerukt en bleef aan de tak hangen. Deze zwam komt inderdaad bijna uitsluitend voor op vlierstruiken en lijkt van ver op een mensenoor. Zijn aanwezigheid duidt op de slechte gezondheid van de struik in kwestie. Hij is het hele jaar door waar te nemen. Na een lange periode van droogte lijkt het er op dat de zwam het loodje heeft gelegd maar dat is buiten zijn weerbaarheid gerekend. Bij de eerste fikse regenbui floept hij weer tevoorschijn. Typisch voor trilzwammen. Per uitzondering ook waarneembaar op takken van beuk, esdoorn of robinia.
Reeën zijn van nature
nacht- en schemerdieren die zich in uitgestrekte bossen schuilhouden. Door hun uitgebreide bescherming als jachtwild
hebben ze zich aanzienlijk kunnen verspreiden en kan je ze ook overdag in kleinere bospercelen waarnemen. Hun
aantallen gaan de laatste jaren in sterk stijgende lijn. Bijna automatisch betekent dit dat er regelmatig
verkeersslachtoffers te betreuren zijn, zowel bij de reeënpopulatie als bij de automobilisten. Voorzichtig
rijden loont. In de winter trekken de kuddes rond met hinden en jongen, zonder de mannetjes. Die verliezen vanaf
oktober hun hoorntjes. Bij het begin van de lente groeien die terug aan en vervoegen ze opnieuw de kudde.
Ook berucht omwille van hun intrigerende oogopslag.
Biodiversiteit in Belgiö,
Herman Dierickx en Marc Slootmaekers, Davidsfonds, Leuven, 2010, 194 blz., isbn 978 90 5826 678 1,
45 euro. (drietalig)
Foto's © Marc Slootmaekers