terug naar overzicht
artikel in pdf-formaat
Journalist Dirk Barrez werpt zich op als één van de woordvoerders van de antiglobaliseringsbeweging. In zijn boek ‘Ik wil niet sterven aan 21e eeuw’ (1999) maakte hij een vlotte reis langs de wereldproblemen en trachtte een oplossing te formuleren. Via een maandelijkse themabrief pookt hij het heilige vuur op.
De aarde, dat kwetsbare ruimteschip van ons, het huis waarin we leven, staat in brand. En dat heeft, spijtig genoeg, niets te maken met milieupessimisme of doemdenken. We hebben meer dan genoeg aan de harde feiten: de mens verwarmt de aarde op nooit geziene wijze, zorgt voor riskante klimaatwijzigingen, laat planten en dieren minstens honderd maal sneller uitsterven dan normaal, put de natuurlijke hulpbronnen uit en vergeet dat onze economie deel uitmaakt van het ecosysteem aarde. Maar wanneer we ons natuurlijk kapitaal opsouperen en de ecologische productie vermindert (van water, energie, allerlei grondstoffen, voedsel) beleven we uiteindelijk een onvermijdelijke terugval in economische productie, van onze welvaart dus.
Volgens sommige studies leidt economische groei nu al in veel landen tot minder in plaats van meer welvaart. De wetenschapper Hans Bruyninckx spreekt van een sociaal-ecologische ineenstorting tegen 2050 als meest waarschijnlijke scenario. Let op, een scenario, hoe waarschijnlijk ook, is geen voorspelling. Het geeft enkel aan welke koers ons ruimteschip momenteel vliegt. Niemand verplicht ons die koers te blijven aanhouden. We zijn volledig vrij om het stuur te keren, weg van de sociaal-ecologische catastrofe. Maar ondanks alle informatie waarover we soms sinds tientallen jaren beschikken blijven we (voorlopig) kiezen voor een economie die vooral onze toekomstige welvaart vernietigt.
Dat is vreemd omdat we meestal toch proberen vooruit te kijken. We investeren nogal wat in onderwijs en goed opgeleide mensen, we proberen onze levensloop (eerst een job, dan een huis, dan kinderen) wat te plannen, ouderen trachten zelfs de dood een beetje te slim af te zijn met een tijdige schenking aan hun kinderen. Hoe komt het dan dat we er samen zo slecht in slagen om de aarde waarvan we leven te respecteren en om ons voor te bereiden op hoe we morgen onze gezamenlijke welvaartstaart bakken? Is het omdat we ons oor liever te luisteren leggen bij wie beweert dat het allemaal niet zo’n vaart loopt? Of dat het desnoods met wat milieu-investeringen wel goed komt. Maar verstookte olie en uitgestorven soorten komen nooit terug, en een opwarming die uit de hand loopt is niet zomaar terug te draaien. Dan komt bluswerk hopeloos te laat. Als we uitgaan van de werkelijke toestand van onze planeet en wat nadenken, weten we nochtans best waar het naartoe moet. We hebben geen andere keuze dan een echt duurzame economie uit te bouwen. Eerst en vooral moeten we daarbij ons natuurlijk kapitaal in stand houden. De biodiversiteit van planten en dieren moeten we maximaal behouden want ze is wellicht onze beste levensverzekering.
We moeten ook de productiecapaciteit van velden, weiden, bossen en waters bewaren en liefst opnieuw verhogen, gedaan b.v. met het overbevissen van de oceanen. De rest van onze welvaartsproductie mag het natuurlijk kapitaal niet aantasten (onze economie zal dus vooral op hernieuwbare energie moeten steunen) en wetenschap en technologie dragen volop bij aan milieuvriendelijke producten en productiewijzen. Alleen zo krijgen we zicht op een economie die de gerechtvaardigde materiële behoeften van zes en een half miljard wereldburgers duurzaam kan invullen zonder dat ons aardse huis uitbrandt, dus zonder dat we het vermogen van de komende generaties aantasten om aan hun behoeften te voldoen. Kan een ecologisch duurzame economie m.a.w. ook sociaal zijn?
Het is hoog tijd om onze welvaartstaart anders te leren bakken, anders wordt de taart kleiner. We hebben economieën nodig die veel meer inzetten op ons natuurlijk kapitaal en dat optimaal laten renderen. Vergeet niet dat daar ons voedsel vandaan komt, heel wat grondstoffen en zelfs een pak energie. En als we onze natuurlijke productiecapaciteit in stand houden of zelfs doen aangroeien, is die productie steeds hernieuwbaar en dus onuitputtelijk. Vergeet al evenmin dat die natuurlijke productie ook een groot deel van onze industrie doet draaien en daar onmisbaar is. De welvaartstaart anders bakken wil ook zeggen dat we onze economieën veel energie-efficiënter, dus veel energiezuiniger, moeten maken. En die kleinere energiebehoefte is dan vooral in te vullen met allerlei vormen van hernieuwbare energie. Zulk duurzaam recept is best mogelijk als we maar verstandig gebruik maken van wat wetenschap en technologie toch te bieden hebben.
Komen we dan bij die andere grote impotentie van onze huidige economie, de ontstellende vaststelling dat er onvoldoende werk en inkomen is voor zowat de helft van alle mensen. Ik vraag niet beter dan dat de vrije markt, of beter de vrije samenleving, erin slaagt om iedereen aan een job en inkomen te helpen. Het zou mooi zijn, bijna ideaal, indien we allemaal ons eigen werk kunnen creëren en daarvoor nog gewaardeerd worden ook. Maar helaas, samen met u moet ik vaststellen dat tal van ongelijkheden, onrechtvaardigheden en discriminaties dit ideaal doorkruisen. Het is doodjammer, maar een volledig vrije markt is niet in staat om de honderden miljoenen banen te scheppen die de wereld nodig heeft. En dus zit er niets anders op dan die vrije markt een stevig handje te helpen.
Ik weet wel, het is niet modieus en zelfs politiek incorrect, zoals dat al een poosje (en veel te lang) heet. Maar wanneer de markt het niet doet, dragen onze politici en overheden de verantwoordelijkheid om de nodige nuttige jobs te creëren. Jobs komen immers niet vanzelf, ook niet wanneer mensen goed zijn opgeleid. We moeten trouwens dringend af van die leugen: goede opleiding is wel noodzakelijk, maar op zichzelf niet voldoende om aan werk te geraken.
Laten we nu de noodzaak van een ecologisch duurzame economie koppelen aan de roep naar werk en inkomen. Dan mag de wereld wel ingewikkeld zijn, maar soms is de oplossing van een dilemma niet eens zo moeilijk. Want die ombouw van onze huidige economie naar ecologische duurzaamheid is één grote schreeuw om werk. Er zijn vele handen nodig om de hele wereld rond ons al vernietigde natuurlijke kapitaal te herstellen, evenzo voor een milieuvriendelijke voedseleconomie die alle mensen voldoende en gezond eten verschaft. Leefbare steden uitbouwen en renoveren, energiezuinige woningbouw, heel onze transporteconomie herdenken en hertimmeren, meer welvaart produceren met minder energie, de economie dematerialiseren, voor al die ambities moeten er dringend meer hersens en handen aan het werk.
Er is één grote ‘maar’, de al genoemde impotentie van de vrije markt, zowel om snel een ecologische duurzame economie op poten te zetten als om voldoende nuttig en goed betaald werk te verschaffen. Dus hebben ook onze politici en overheden iets te doen. Zij kunnen de markt aan het werk zetten om deze doelstellingen dichterbij te brengen. Door de markt in de richting van ecologische duurzaamheid te sturen met bijvoorbeeld regelgeving, fiscale bestraffing of aanmoediging, subsidies of andere steun zorgen ze onrechtstreeks ook voor werk, veel werk.
En als het niet lukt via de markt, moeten overheden zelf jobs creëren, daar is echt niets mis mee indien het gaat om maatschappelijk nuttig werk dat ons helpt aan een duurzame economie. Of wil iemand beweren dat de aankoop van een Ferrari door iemand met teveel geld maatschappelijk zinvoller is dan belastinggeld te investeren in publiek transport dat gebruikmaakt van hernieuwbare energie? Zijn villa’s van vijf miljoen euro en meer in reusachtige privé parken te verkiezen boven publieke woningmaatschappijen die tochtige en vochtige huizen in oude stadswijken omtoveren in aangename en goed geïsoleerde woningen, op wandelafstand van alle voorzieningen? Is financiële miljardenspeculatie die de gewone economie hindert of zelfs kapot maakt soms beter dan een transfer van inkomen naar de armsten van de wereld zodat ze niet van ondervoeding creperen, gezond aan het werk kunnen gaan en hun kinderen van onderwijs kunnen genieten? Het is dus tijd om de demagogie te ontmaskeren die elk economisch overheidsinitiatief als verwerpelijk afschildert en volhoudt dat werk creëren nooit een taak is voor overheden.
Dirk Barrez
Bron: PALA nieuwsbrief over onze globaliserende wereld, september 2005.
Voor gratis abonneren en forum surf naar www.stichtingglobalsociety.org