Met de regelmaat van een klok verschijnen tegenwoordig reisgidsen over alle mogelijke bestemmingen. Daartussen vinden we, meer dan vroeger, ook publicaties over interessante natuurregio's. Toch is dat aanbod nog relatief mager. We geven een overzicht van (recente) publicaties die er uit springen, de krenten in de pap. Je kan er om het even wanneer mee op stap gaan want het zijn stuk voor stuk blijvers die de komende jaren niets van hun kwaliteiten zullen inboeten.
Samen met het Nederlandse Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) heeft de Vlinderstichting een monumentaal maar sober gedrukt werk op de markt gebracht met de beste vlindergebieden van Europa. Aan de hand van verschillende criteria hebben de auteurs een selectie gemaakt van 34 vlindersoorten. Afhankelijk van hun voorkomen in Europa hebben ze regio's geselecteerd waar die soorten nog voorkomen. Dat leverde alles samen 431 zones op in een veertigtal Europese landen met een totale oppervlakte van meer dan 21 miljoen hectare (ongeveer 1,8% van de totale Europese landoppervlakte). Voor de vlinderliefhebbers, maar ook voor andere natuurminnende Koevoeters, is dit een schitterend naslagwerk van maar liefst 700 bladzijden. Voor alle duidelijkheid: ons gewest komt niet in het stuk voor (arm Vlaanderen!), Wallonië is vertegenwoordigd met drie hotspots.
Voor de statistici vermelden we nog dat Italië het kampioenschap heeft gewonnen met 32 bijzondere vlieggebieden voor vlinders, gevolgd door Frankrijk met 26. Oekraïne en Hongarije zijn eervol derde met elk 22 zones. In Nederland staat de teller op 3, Duitsland heeft er 19, Groot-Brittannië moet het doen met 6 stuks. Oostenrijk spant de kroon wat de totale interessante vliegoppervlakte betreft: bijna 7 miljoen hectare alpenweiden en aanverwante biotopen staan op de lijst (82% van de totale landoppervlakte). Andorra doet nog beter want 100% van het land (46.800 hectare) werd geselecteerd als bijzondere vlinderspot.
Prime Butterfly Areas in Europe, Van Swaay & Warren, eds, Ministry of Agriculture, Nature Management and Fisheries and De Vlinderstichting; Butterfly Conservation, InsectLife International (Netherlands) (2003); 700 blz; ISBN 90-72578-24-4; € 39. Bestellen kan via info@vlinderstichting.nl
Nóg monumentaler is de unieke publicatie van de belangrijkste vogelgebieden van Europa. Alhoewel intussen al vier jaar oud heeft het werk niets aan actualiteit ingeboet. Ik bespaar je de onuitputtelijke lijsten met technische gegevens, maar dit is een boek (dat uit twee dikke delen bestaat) dat uniek is in zijn soort. Alle waardevolle gebieden voor vogels zijn opgenomen voor alle Europese landen. De uitgever is de voornaamste lobbyist bij de Europese Unie als het op vogelbescherming aankomt. De databanken waarover deze organisatie beschikt zijn legendarisch, en dat is te merken aan deze publicatie. Alles samen meer dan 1.600 bladzijden tabellen, korte gebiedsbesprekingen, de vogelsoorten waarvoor de gebieden in kwestie belangrijk zijn, beschermingsstatus (nationaal en internationaal), bedreigingen, enz. Als je vakantieplannen hebt en je wil aan birdwatching doen of gewoon schitterende natuur zien weet je vanaf nu altijd waarheen: de aankoop van dit boek is een investering voor het leven.
Important Bird Areas in Europe – Priority Sites for Conservation, Birdlife International, (2001),1.650 blz, ISBN 0 946888 36 1; op dit ogenblik afgeprijsd: £ 35 ipv. £ 75 voor beide delen samen, 'a bargain' om het zo te zeggen. Bestellen via www.nhbs.com/distribution/birdlife.pdf.
Crossbill Guides concentreert zich op thematische natuurgidsen. Doel is een volledige beschrijving te geven van een specifiek gebied met internationale uitstraling. Momenteel zijn drie uitgaven beschikbaar: de eerste monografie behandelt de Biebrzavallei in Polen, nummer twee de Coto Donana in Zuid-Spanje en nummer drie tenslotte het Bialowieza-oerwoud, eveneens in Polen. Andere gebieden die in de komende jaren zullen aangepakt worden zijn onder meer Extramadura in Spanje, Gran Paradiso in Italië en de Camargue in Frankrijk. Zowel de Biebrza als de Coto Donana worden beschreven aan de hand van het landschap, de fauna en de flora. Tevens zijn een aantal wandelroutes uitgetekend en besproken. Ik kan me voorstellen dat deze formule een heel mooie toekomst tegemoet gaat. En voor de prijs moet je het ook niet laten.
Biebrza marshes, Crossbill Guides
Foundation, KNNV Uitgeverij (2005); 108 blz; ISBN 90 5011 209 9;
€ 17,95.
Coto Donana, Crossbill Guides Foundation, KNNV Uitgeverij
(2005); 160 blz; ISBN 90 5011 210 2; € 19,95.
Beide gidsen zijn te koop in de betere boekhandel of rechtstreeks
bij www.knnvuitgeverij.nl
Per geografische regio vinden we in dit boek de voornaamste Franse natuurgebieden van nationaal en regionaal belang met vermelding van hun oppervlakte, hun departement, datum van oprichting, beheer, informatiepunt, toegankelijkheid, biotopen, geologie, fauna en flora en een korte algemene beschrijving. Zo passeren een 150-tal gebieden van (inter)nationaal belang de revue, en nog eens evenveel regionaal belangrijke sites. De beschrijving van deze laatste is heel summier. De gebieden zijn genoteerd op een overzichtskaart die is opgemaakt per geografische regio. Namen van grote natuur- of landschapsparken (vb. Mercantour) zijn niet opgenomen. Het gaat dus echt om natuurgebieden in de strikte betekenis. Als je inspiratie zoekt om de Franse natuur eens echt van heel dichtbij te gaan bekijken heb je een erg goed boek gevonden.
A la découverte des Réserves Naturelles de France, Réserves Naturelles de France, Ed. Nathan (2005), 396 blz; ISBN 2.09.278025-5; € 33.
Een goed voorbeeld van een monografie over een uitzonderlijk natuurgebied (zoals er zoveel zijn in dit droomland, zowel monografieën als natuurgebieden) is volgende publicatie, opgedeeld in drie delen. Eerst gaat het over het ontstaan van het moeras in kwestie, marais de Lavours in de Rhônevallei, door decennialange turfstekerij. Daarna krijg je een mooi beeld van de fauna en flora.
Tenslotte gaan de auteurs dieper in op het beheersaspect. Een apart hoofdstuk behandelt het unieke experiment van de 'ontmugging' die tot vandaag nog aan de gang is. Met het inzetten van de Bacillus thuringiensis moeten de beheerders de angst bij de omwonenden wegnemen dat een moeras van bijna 500 hectare een bedreiging voor hun gezondheid kan zijn. Blijkbaar zijn ze gerustgesteld. Bij een bezoek aan het gebied hebben die steekbeesten toch hun weg gevonden naar mijn (blijkbaar lekker) lijfje. Bij navraag kreeg ik het antwoord dat het er zonder bestrijding veel meer zouden geweest zijn. Daarvoor hebben we dan weer alle begrip en bij mijn weten heb ik niets overgehouden aan de slachtpartij. In ieder geval is het een gebied dat erg de moeite loont om te bezoeken als je in de buurt bent. Met dit boek kun je al wat voorsprong nemen en veel voorkennis verzamelen. Het laat je toe de echte natuurwaarden ter plaatse veel beter te kaderen.
Le Marais de Lavours – Entre terre et eau, Entente Interdépartementale Ain, Isère, Rhône, Savoie pour la Démoustication, (1999), 176 blz, ISBN 2-9514167-0-9; € 21; te koop in het lokale bezoekerscentrum of te bestellen bij Réserve Naturelle du Marais de Lavours, BP 2, F-73310 Chindrieux – tel. 00-33-479.54.21.58.
The National Trust heeft een lijst opgemaakt van de voornaamste van al haar bezittingen in de drie vermelde delen van het Verenigd Koninkrijk. Schotland zit er niet bij omdat daar een afzonderlijke National Trust actief is. Met zijn 250.000 hectare gebied in beheer en met bijna 3 miljoen leden is de National Trust de grootste particuliere natuur- en cultuurvereniging van Europa. Het is echt ongelooflijk welke sites ze zoal in eigendom hebben en hoe ze die beheren. Dit boek geeft daar een prima kijk op. Het geeft dus eigenlijk een overzicht van het kruim van de natuur- en cultuurpronkstukken. Als je het Kanaal oversteekt om natuur te gaan bezoeken moet je dit boek meenemen. Het gaat om zoveel moois dat per site slechts een relatief korte beschrijving gegeven is. En dan is het nog een kanjer van meer dan 460 blz. geworden. Alle gebieden staan alfabetisch gerangschikt. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen natuur- en cultuursites. Aan de hand van overzichtelijke kaarten per graafschap vind je alles keurig terug op het terrein.
History and Landscape, Lydia Greeves, The National Trust (2004), 464 blz; ISBN 0 7078 0369 1; £ 30.
Capitool Wandelgidsen heeft een schitterende box uitgegeven dat een boek bevat met bespreking van de landgoederen, rivieren, kastelen, boerderijen en fauna & flora, geklasseerd per provincie. Tegelijk zijn 60 wandelingen toegevoegd op afzonderlijke, losse kaarten. De box is bijzonder verzorgd uitgegeven en levert een prima overzicht van wat Nederland te bieden heeft. Op het eerste zicht lijkt de prijs aan de hoge kant. Maar als je ziet wat je daarvoor krijgt is het een koopje. Verbazend hoe de beschrijvingen van culturele, landschappelijke en ecologische bijzonderheden op een treffende manier een duidelijk algemeen beeld geven. Per kaartblad zijn twee wandelingen opgenomen (recto/verso) met een gedetailleerde beschrijving en overzichtsplan van de trajecten. Eerst is er een 'karakteristiek van de wandeling' waarin de hoogtepunten staan opgesomd. Dan loopt men het traject af met bespreking van de voornaamste bezienswaardigheden, telkens met een aparte rubriek over 'planten en dieren'. Een fraaie kaart (schaal 1:15.000) zet alles levendig in zijn ruimtelijke context. Een stevige, kartonnen koffer vormt een aangepast omhulsel voor dit 'affe' geheel.
De mooiste wandelingen van Nederland, Capitool Wandelgidsen, Van Reemst Uitgeverij (2004, derde, herziene druk), 304 blz + 60 wandelingen; ISBN 90-410-1886-7; € 39,90.
Natuurmonumenten is de grootste natuurvereniging van Nederland. Het heeft zijn 100 jaar oude geschiedenis te boek gesteld: een erg boeiende kroniek met de lotgevallen van een vereniging in een land waar natuur altijd een specifiek thema is geweest. Het geeft ons een beeld van hoe Natuurmonumenten is geworden tot het monument dat er vandaag staat. Bovendien krijgen we een bloemlezing van de soorten sites die de vereniging beheert, waarom ze sommige beheertypes gekozen (en in de loop der tijden aangepast) heeft. De financiële perikelen geven dan weer een duidelijk beeld hoe het er op dat vlak aan toe ging en gaat. Wanneer je een budget beheert van vele miljarden oude Belgische franken is dat geen toeval. Een gevolg van decennialange inspanningen op basis van een doordachte visie en de aanpassing ervan aan de omstandigheden van het moment.
Erg verhelderende lectuur om stil van te worden die inspirerend kan werken voor iedereen die met natuurbescherming te maken heeft. Het boek gaat evenmin heikele thema's uit de weg: zo wordt het contact van de vereniging met de landbouwsector nader bekeken. Tussendoor is de publicatie doorspekt met besprekingen van de voornaamste natuurgebieden. Op het einde staat de volledige lijst met alle gebieden die Natuurmonumenten in beheer had op 1 januari 2004. Toen stond de teller op welgeteld 88.398 hectare.
Wind mee, stroom tegen – 100 jaar Natuurmonumenten; Frits Maas, Terra/Lannoo BV, (2005), 240 blz; ISBN 90-70099-44-6; € 29,95, te bestellen via www.natuurmonumenten.nl.
Staatsbosbeheer is best vergelijkbaar met ons ministerie van Leefmilieu (afdelingen Bos & Groen en Natuur). Regelmatig brengt deze overheidsinstantie boeken uit over de regio's die ze beheert. Meestal mooi uitgegeven en vrij volledig. Het kan gaan om de bespreking van één gebied (bv. het Oranjewoud of de Oostvaardersplassen) maar ook om grotere delen van het land. In de beschrijvingen van het Oranjewoud en de Oostvaardersplassen passeert de volledige geschiedenis van de betreffende gebieden. Zo kun je ook eens de andere kant van de medaille bekijken en zien dat natuurbescherming bij onze noorderburen ook niet altijd van een leien dakje loopt. Opnieuw beschrijven de auteurs een mengeling van culturele en ecologische waarden. Blijkbaar zit deze verwevenheid sterk verankerd in de Nederlandse mentaliteit. Omdat het gaat om de bespreking van telkens één gebied zijn de boekjes niet volumineus te noemen. Dat ligt iets anders bij de boeken die regio's bespreken. Daarin komen we alles te weten over de natuurschatten die in beheer zijn bij Staatsbosbeheer. De geschiedenis van de sites leren we van binnenuit kennen. Als je later één van die gebieden zou bezoeken bekijk je die toch met heel andere ogen. Het geeft je het gevoel dat je dat eigenlijk zou moeten doen voor alle natuuruitstappen. Maar dat zal wel een nobele wens blijven, zeker?
Oranjewoud – Pronkzaal van Friesland,
Staatsbosbeheer, (2004), 68 blz, ISBN 90-809056-1-5.
Oostvaardersplassen – Nieuwe natuur op oude zeebodem,
Staatsbosbeheer, (2004), 80 blz, ISBN 90-805009-5-X.
Aan de monding van Maas en Schelde – Natuurgebieden
in Zuidwest-Nederland, Staatsbosbeheer, (1999), 320 blz,
ISBN 90-90132-83-x; € 18,10.
Van Rottum tot Reest – Natuurgebieden in Groningen
en Drente, Staatsbosbeheer, (1999), 296 blz, ISBN 90-90132-83-x;
€ 18,10.
Van Heuvelrug tot Duin – Natuurgebieden in Zuid-Holland
en Utrecht, Staatsbosbeheer (2000), 240 blz, ISBN 90-901-3906-0;
€ 18,10.
Het land van Peel en Maas – Natuurgebieden in Zuidoost-Nederland,
Staatsbosbeheer (1996), 240 blz, ISBN 90-802976-1-5; € 18,10.
De Gelderse Poort is een begrip in Nederland: een relatief gaaf landschap dat deels doorloopt in Duitsland. Beide betrokken landen doen veel inspanningen om natuur, cultuur en recreatie op elkaar af te stemmen. De hoge natuurwaarden, de merkwaardige geschiedenis en de ambitieuze toekomstplannen worden door de auteurs mooi uit de doeken gedaan. De indrukwekkende foto's ondersteunen de tekst op een schitterende manier. Als je ooit in de driehoek Arnhem – Nijmegen (NL) – Emmerich (D) passeert moet je hier ergens afstappen. Als je er niet passeert moet je er gewoon eens naartoe. Ver is het niet, en wat je te zien krijgt is zo on-Vlaams vanwege zo groot en gedurfd dat je je ogen alleen maar kunt uitkijken.
Het staat bovendien allemaal keurig beschreven in dit boek dat je je op voorhand kunt aanschaffen, kwestie van wat voorkennis op te doen. Alle mogelijke aspecten van dit project staan er haarfijn in uitgelegd, een voorbeeld in zijn genre.
Land van Levende rivieren – De Gelderse Poort, KNNV Uitgeverij en Stichting Ark, (2005), 256 blz, ISBN 90 5011 150 5; € 27,50.
Struinen is een nieuwe manier om natuur te beleven en dit boek staat je bij met raad en daad. Soms blinkt het uit in 'iets te eenvoudig', dikwijls zijn er handige tips waar mensen met minder ervaring zeker hun voordeel kunnen mee doen. Alle aspecten van natuurbeleving komen aan bod: wandelingen uitstippelen op bekend en onbekend terrein, stiltebeleving, dieren benaderen, planten onderzoeken, aandacht voor geuren, enz. Samen met de kinderen kun je je uitleven met een heuse struinkaart die de gebieden toont waar deze vrije vorm van natuurwandelen kan worden beoefend. Het gaat vooral over de Maas tussen Maastricht en Nijmegen, de IJssel tussen Zwolle en Arnhem, verschillende middenstroomse delen van Lek en Waal en benedenstroomse delen van de Maas. Gewoon uitproberen.
Struinen langs de rivier – Ontdek de Nederlandse wildernis, KNNV Uitgeverij en Stichting Ark, (2004), 120 blz, ISBN 90 5011 198 X; € 12,95.
De Biesbosch is tot ver over de grenzen bekend. Maar als je iemand vraagt of hij er al geweest is, volgt meestal een ontkenning. Van diegenen die er wel geweest zijn is het niet altijd evident om duidelijke informatie te krijgen. Het gebied is dan ook erg complex in elkaar gezet. Dit boek is geschreven door een insider die gedurende meer dan vijftig jaar de natuurlijke en andere processen heeft gevolgd. Het biedt dan ook achtergrondinformatie die werkelijk uniek is. Als je toch van plan bent te gaan, lees dan eerst dit boek. Het kan je alleen maar helpen om de situatie ter plaatse beter te begrijpen. Als je het nog niet van plan was kan dit boek je er toe aanzetten. Maar je zou de Biesbosch toch echt eens moeten gaan bekijken.
De Biesbosch een halve eeuw gevolgd, I.S. Zonneveld, Uitgeverij Uniepers Abcoude en Staatsbosbeheer, (2000), 224 blz, ISBN 90 6825 233 X; € 22.
Als je een boek zoekt dat de natuurwaarden in het stedelijk milieu uitbeent, dan heb je het nu gevonden. Naast de geschiedenis van de 100-jarige Amsterdamse KNNV-afdeling (een van de belangrijkste van het land) behandelen de auteurs zowat alle organismengroepen die in de stad voorkomen. Daarnaast gaat het over de natuurschatten van de ondergrond, over parkachtige natuur, de verhouding van stedelijke natuur en de mens. Tenslotte krijgen we een blik in de toekomst (2030). Boeiende lectuur voor de stadsmussen onder ons, of voor diegenen die willen weten hoe natuur zich overeind houdt in iets moeilijkere leefomstandigheden.
De Wilde Stad – 100 jaar natuur van Amsterdam, KNNV Uitgeverij, (2001), 192 blz, ISBN 90 5011 143 2; € 40.
Er zijn nogal wat lezers die de thema's natuur en cultuur graag gecombineerd zien in één boek. Deze uitgave speelt hier bijzonder op in. De tekst behandelt de lotgevallen van de grauwe kiekendief die broedt in Friesland en overwintert in westelijk Afrika. Erg boeiend geschreven, in zeer menselijke taal. De bijhorende pentekeningen en aquarellen zijn werkelijk verbluffend en alleen al daarvoor kun je een aankoop overwegen. Auteur en fotograaf zijn overbekend bij onze noorderburen. Een goede gelegenheid om er mee in contact te komen en je mond te laten openvallen van verbazing over zoveel moois.
De kiekendieven van het Oldambt, Erik Van Ommen en Koos Dijksterhuis, KNNV Uitgeverij, (2004), 112 blz, ISBN 90 5011 190 4; e 27,95.
Herman Dierickx