de Koevoet » Archief

terug naar overzicht

 

Meer comfort met minder energie
Keteltemperatuur van verwarmingsinstallaties

In nieuwe laagenergiewoningen wordt veelal gekozen voor verwarmen op lage temperatuur. Dat laat toe om gebruik te maken van zuinige technieken zoals lage temperatuurketels, condenserende ketels, warmtepompen of zelfs zonne-energie. De rookgassen staan hun condensatiewarmte in een condenserende ketel pas af als het retourwater kouder dan 55 °C terugkeert van de radiatoren naar de ketel. De winstfactor van de warmtepomp wordt interessanter naarmate de warmte op lagere temperatuur kan worden geleverd en het rendement van een zonnecollector verbetert als de warmte op lagere temperatuur moet worden afgegeven. In een bestaande situatie kan je dat niet allemaal vrij kiezen zonder de hele CV-installatie buiten te gooien. Toch bestaan er een aantal mogelijkheden om met lagere stooktemperaturen je comfort te verbeteren en het energieverbruik te verlagen.

Een radiator geeft warmte af aan de ruimte omdat hij een hogere temperatuur heeft dan de kamer waarin hij staat. Hoe groter het temperatuurverschil tussen radiator en kamer, hoe meer warmte of vermogen uitgedrukt in Watt, hij zal uitstralen. Bij lagere radiatortemperaturen zal hij minder vermogen uitstralen. Een radiator van 1000 Watt werd bijvoorbeeld berekend voor een regime van 90/70/20. Met andere woorden: hij geeft 1000 Watt warmte af als het water de radiator binnenkomt aan 90 °C en weer verlaat aan 70 °C in een kamer met een temperatuur van 20 °C. Dit maximale vermogen hebben we nodig als het buiten erg koud is, bijvoorbeeld -10 °C. Dat komt echter zelden voor. Is het buiten 0 °C, dan hebben we in diezelfde kamer slechts 600 Watt nodig.

Om te beletten dat de kamer te warm wordt moeten we de radiator terugregelen; dat kan door de ketel even uit te schakelen of de radiatorkraan dicht te draaien. Kort nadien moet die natuurlijk terug open, anders wordt het te koud. Het regelen van de warmte-afgifte van de radiator door de ketel of de radiator steeds opnieuw aan en uit te schakelen is niet interessant. Het is niet erg comfortabel als de radiator het ene moment bloedheet is, en het andere moment weer koud: we krijgen in de kamer steeds schommelende temperaturen. Ook voor de ketel is dat niet goed: die moet telkens opstarten en tot 90 °C worden gestookt, terwijl er in de tussenperioden heel wat warmte verloren gaat via uitstraling in de stookruimte en via de schouw. Zeker bij oude ketels zonder schouwklep.

Een ander regime

Er is echter een interessantere manier om het nodige vermogen te regelen waarbij de temperatuur in de kamer veel gelijkmatiger blijft. Als we de radiator water aanbieden van 60 °C dan zal hij vanzelf minder warmte uitstralen. Voordeel is dat de radiator of de ketel niet steeds moet worden aan- en uitgeschakeld. De radiator blijft de hele tijd op ongeveer dezelfde temperatuur en geeft een veel gelijkmatiger comfort in de leefruimte. Ook de ketel werkt veel gelijkmatiger. Hij werkt langer maar op een lagere temperatuur. Een ketel op lagere temperatuur straalt veel minder warmte uit die verloren gaat in de stookruimte. De stilstandperiodes, waar de ketel zijn warmte nutteloos verliest, zijn veel korter en ook de levensduur van de ketel vaart er wel bij.

Lagere temperaturen betekenen minder uitzetting en krimping bij elke cyclus, waardoor de dichtingen van de ketel minder belast worden. Ook de pomp kan beter blijven werken met een gelijkmatig debiet. De leidingen in de woning staan nu maar op 60 °C en zullen, zelfs als ze geïsoleerd zijn, toch minder warmte verliezen aan kamers waar de warmte niet nodig is. De regelstrategie van de verwarming wordt als volgt: regeling op woningniveau door temperatuurinstelling van de ketel, meestal aangevuld met aan/uit schakeling door de kamerthermostaat, en regeling op kamerniveau door de fijnafstelling met thermostatische kranen.

En wat met oudere ketels?

Er zijn verschillende manieren om dit, ook in oudere woningen, te realiseren. Vroeger was het de gewoonte om de ketel in de tussenseizoenen op een lagere temperatuur in te stellen, bijvoorbeeld op 70 °C, en in hartje winter de ketel op te stoken tot 90 °C door de ketelaquastaat in te stellen. Nog steeds een zinvolle maatregel, maar niet altijd even handig. In plaats van dat manueel te doen kan het ook automatisch met een weersafhankelijke regeling. Die meet de buitentemperatuur en vertelt de ketel op welke temperatuur die moet stoken. Eénmaal instellen en misschien nog eens bijregelen, daarna heb je er geen omkijken meer naar. Heeft je ketel dergelijke regeling niet, dan kan ze misschien worden ingebouwd, afhankelijk van het type en het bouwjaar. Die ingreep kan echter 250 tot 500 € kosten.
Heel makkelijk wordt het als je vaststelt dat de ketelinstelling zelfs op de koudste dag nog te hoog staat. In heel wat woningen blijken de radiatoren overgedimensioneerd te zijn: ze zijn veel groter dan nodig. In plaats van een stuk van de radiator af te slijpen, kan je de temperatuur van de ketel beter verlagen. Soms waren de radiatoren in het verleden maar nipt berekend en was een keteltemperatuur van 90 °C echt wel nodig om de gewenste 1000 Watt te kunnen afgeven.

Misschien heb je ondertussen een aantal isolatie-ingrepen uitgevoerd: isolatie van vloeren, muren of zoldering of het plaatsen van (super)-isolerende dubbele beglazing. Dan heb je in die kamer geen 1000 maar bijvoorbeeld maar 500 Watt meer nodig. Wat oorspronkelijk een nipt berekende radiator was die 90 °C keteltemperatuur vereiste, is nu een overgedimensioneerde radiator geworden die bij 65 °C de gewenste 500 Watt vermogen afstraalt. Het is dus best mogelijk dat je de ketel constant op een lagere temperatuur kan instellen, wat het comfort en ook het energieverbruik ten goede zal komen. Hier moet je een beetje mee experimenteren door geleidelijk de temperatuur te verlagen en op de koudste dag na te gaan of het overal nog voldoende warm is. Is dat niet het geval, dan kan je de keteltemperatuur terug iets verhogen of – beter nog – de ruimte waar je problemen hebt extra isoleren.

Lees er de handleiding van de ketel goed op na om te weten wat de minimale keteltemperatuur is. Vooral bij stookolieketels mogen de rookgassen ook weer niet te koud worden om een goede werking te garanderen. Raadpleeg eventueel de onderhoudstechnieker van de ketel.

Paul Van den Bossche

 

terug naar overzicht


© 2000-2012, Dialoog vzw : Duurzaam Bouwen & Bewust Wonen - Disclaimer
Remylaan 13, 3018 Wijgmaal-Leuven -