Biggetjes worden onverdoofd gecastreerd. Varkens zitten in veel te krappe hokken zonder stro. Veel zeugen staan in stalen boxen waarin ze zich niet kunnen omdraaien. Kippen zitten opeengepakt. Hun snavel wordt afgehakt of afgebrand. Voor kalkoenen geldt hetzelfde. Eenden hebben geen water om in te zwemmen. Konijnen zitten in draadgazen kooitjes. De bio-industrie betekent dierenleed pur sang en liefst goed doorbakken. De Stichting Varkens in Nood stak met enkele Bekende Nederlanders de koppen bijeen en kwam op de proppen met een campagne die het volk op de naakte waarheid van de bio-industrie wil wijzen. Verleiden en dan shockeren.
De bio-industrie probeert zoveel mogelijk vlees, melk en eieren te produceren. In zo weinig mogelijk tijd. Op een zo klein mogelijk oppervlakte. Tegen zo laag mogelijke kosten. De dieren betalen daarvoor de prijs. Zij hebben een abominabel leven in krappe hokken of overvolle stallen. Een leven vol stress en verveling. Bovendien leidt deze gigantische productie tot milieuproblemen. Het mestoverschot is een bekend voorbeeld. Gevolg: vervuiling van water en lucht. Kwetsbare plant- en diersoorten verdwijnen. Niet alleen hier, ook in ontwikkelingslanden veroorzaakt de vleesindustrie grote schade. Al die dieren eten namelijk ontzettend veel voer. En dat voer wordt voor een groot deel verbouwd in landen als Brazilië, Thailand en Maleisië. Om het veevoer te kunnen verbouwen, worden enorme stukken tropisch regenwoud gekapt of afgebrand. Daarbij wijst steeds meer onderzoek uit dat veel vlees helemaal niet gezond is. Een voeding met weinig of geen vlees vermindert aanzienlijk de kans op hart- en vaatziekten.
Van nature
Een kip is een bosvogel die leeft in kleine groepjes bestaande uit
een haan, enkele hennen en kuikens. In de groep bestaat een rangorde:
de dieren kennen elkaar en respecteren de sterkste van de groep.
De haan verdedigt zijn hennen en zijn territorium tegen indringers
en waarschuwt voor gevaar. Kippen houden van scharrelen, pikken en
het nemen van stofbaden. Hennen hebben de behoefte om hun eieren
in een beschutte ruimte te leggen. Ze zijn kortom gesteld op privacy.
Kippen kunnen zeker vijftien jaar oud worden.
Bio-industrie
Legbatterijhennen zitten in kleine, draadgazen kooien met per dier
een oppervlak kleiner dan een A4'tje. Te klein om hun vleugels
uit te slaan. Hun snavels worden veelal gekapt of afgebrand. Nesten
maken of stofbaden nemen zit er niet in. Scharrelhennen zitten
in grote stallen met per dier een ruimte vergelijkbaar met een
A3'tje. Hun snavels worden gekapt of afgebrand. Ze hebben wel zitstokken
en legnesten. Een derde van de stal is bedekt met stro zodat ze
kunnen scharrelen maar naar buiten kunnen ze niet. Omdat de natuurlijke
rangorde ontbreekt, evenals privacy, hebben de dieren last van
sociale stress. Leghennen verdwijnen na ruim een jaar in de soep.
Haantjes worden direct na het uitkomen van het ei vergast of in
de shredder vermalen. Bedrijfstechnisch zijn ze nutteloos, omdat
ze nu eenmaal geen eieren kunnen leggen.
Vleeskuikens zitten in grote hoeveelheden in stallen opeengepakt. Ze zijn zodanig doorgefokt dat ze zo snel groeien dat ze na gemiddeld 42 dagen 'slachtrijp' zijn. Overigens veroorzaakt deze ongehoord snelle groei vaak hartproblemen. Vleeskuikens lopen het risico letterlijk dood te groeien, vandaar de term 'plofkip'. Jaarlijks sterven miljoenen vleeskuikens voordat ze de slachtleeftijd hebben bereikt. De snelle groei veroorzaakt chronische pijn aan hun poten. Vleeskuikens lopen vaak botbreuken op doordat ze ruw worden opgepakt en vervoerd naar het slachthuis. De ouderdieren van deze vleeskuikens hebben uiteraard hetzelfde genetisch materiaal en dus ook de eigenschap dat ze dreigen dood te groeien. Ze worden daarom hun hele leven op een hongerrantsoen gezet. Dat vertraagt hun groei zodanig dat ze voor nakomelingen kunnen zorgen.
Biologisch
Biologische leghennen hebben bijna veertig keer zoveel ruimte als
scharrelkippen. Zitstokken, nesten en de mogelijkheid voor stofbaden
zijn aanwezig.
Biologische vleeskippen hebben bijna dezelfde ruimte, strooisel en
de mogelijkheid om een stofbad te nemen. Ze groeien trager dan hun
soortgenoten in de bio-industrie waardoor ze veel minder welzijnsproblemen
hebben. Na 80 dagen worden ze geslacht.
Van nature
Een varken is een intelligent, zindelijk, sociaal dier dat zijn voedsel
zoekt door met zijn gevoelige snuit in de grond te wroeten. Varkens
houden van modderbaden. Als een zeug drachtig is, zondert ze zich
af van de groep en bouwt een nest om haar jongen te werpen. Onder
optimale omstandigheden kunnen varkens zo’n dertien jaar oud
worden.
In de bio-industrie
Afhankelijk van hun gewicht hebben ‘gewone’ mestvarkens
0,3 tot 0,65 m² ruimte ter beschikking. Bij nieuwe stallen en
vanaf 2013 is dit 0,4 tot 1 m². Zij staan op kale roosters en
beton. Basisbehoeften als wroeten kunnen ze niet bevredigen. Ze vervelen
zich rot. Staarten worden (onverdoofd) afgesneden, hoektanden vaak
afgeslepen of geknipt, mannetjes worden onverdoofd gecastreerd. Na
21-28 dagen worden biggetjes bij hun moeder weggehaald.
Zeugen staan individueel in metalen boxen waarin zij letterlijk hun
kont niet kunnen keren. Pas over tien jaar is groepshuisvesting verplicht – gelukkig
schakelen steeds meer varkensboeren nu al naar groepshuisvesting
over. Mestvarkens wacht na 180 dagen het slachthuis, zeugen na ruim
twee jaar.
Elk jaar worden enkele miljoenen biggen en vele honderduizenden slachtvarkens onder soms zeer penibele omstandigheden levend naar Italië en vooral Spanje getransporteerd.
Biologisch
Biologische mestvarkens hebben de beschikking over drie keer zoveel
ruimte als hun collega’s in de bio-industrie. Ze hebben strooisel,
een schuurpaal en de mogelijkheid te wroeten. Hun staarten worden
niet gecoupeerd en hun tanden niet geknipt. Wel mogen biggen helaas
worden gecastreerd. Ze blijven 40 dagen bij hun moeder. Zeugen
worden in groepen gehuisvest en krijgen vaak gelegenheid buiten
in het weiland te grazen. Biologische varkens krijgen (grotendeels)
onbespoten biologisch voedsel.
Alle informatie: www.eetgeendierenleed.nl