In Vlaanderen regent het zo’n tweehonderd dagen per jaar. Deze regen levert ons op jaarbasis ongeveer 780 liter gratis water per vierkante meter. Daarnaast hebben we alsmaar meer verharde oppervlakken waardoor steeds minder regenwater de bodem kan doordringen. Resultaat: de zuiveringsstations kunnen de toevoer niet aan waardoor ongezuiverd water geloosd moet worden in de natuur. Zonde van de moeite. Betere infiltratie organiseren helpt de zaak een heel eind verder.
Hemelwater wordt vaak nog rechtstreeks van het dak naar de riool gevoerd. Dit is niet enkel een verspilling van bruikbaar water, het zorgt er ook voor dat de zuiveringsinstallaties bij elk onweer grote hoeveelheden sterk verdund afvalwater te verwerken krijgen. Dit verdunde afvalwater verlaagt het rendement en zorgt voor een overdimensionering van waterzuiveringsstations. Omdat de watertoevoer niet altijd verwerkt kan worden, is men genoodzaakt ongezuiverd afvalwater in rivieren te lozen. Daarom is men sinds kort bij nieuwbouwwoningen verplicht het regenwater gescheiden af te voeren. Sinds 1996 moeten de Vlaamse gemeenten bij de aanleg van nieuwe riolen het regenwater en het afvalwater gescheiden afvoeren (of juister, de overheid betaalt 75% van de kosten als ze dat doen). Het zal nog vele jaren duren eer alle oude gemengde riolen vervangen zijn.
Gescheiden afvoer verandert echter niets aan de hoeveelheid water die moet worden afgevoerd. Als die hoeveelheid even groot blijft - of blijft stijgen - dan komen onze beken en rivieren nog steeds in de problemen. We zullen dus de druk op de waterlopen moeten verlagen. Als particulier kan je je steentje bijdragen door zelf verharde oppervlakken zoveel mogelijk te beperken. Zo zijn er verscheidene toepassingen voor een oprit die niet in een modderpoel verandert bij hevig regenweer en tegelijk toelaat dat hemelwater in de bodem kan sijpelen. Zo kan je er bijvoorbeeld ook voor zorgen dat het water niet afgevoerd dient te worden. Je kan een regenwaterpijp in je tuin laten uitkomen. Dit kan zelfs leiden tot een interessante biotoop op het laagste punt van je tuintje. Als particulier kan je de keuze maken uit een onmiddellijke infiltratie in de ondergrond, een open voorziening of een ondergrondse infiltratievoorziening. Dat vraagt enige toelichting.
Onmiddellijke infiltratie in de ondergrond kan in verschillende uitvoeringen gebeuren:
Onmiddellijke infiltratie in de ondergrond vraagt een ondergrond die voldoende doorlatend is, zodat het regenwater niet te lang blijft staan. De grondwatertafel moet bovendien op minimum 0,7 meter gesitueerd zijn. Indien de doorsijpeling niet snel genoeg kan gebeuren, ontstaat er een plasvorming, wat een bijkomende afwatering noodzakelijk maakt. Je kan ook best vermijden dat de verharding zwaar belast wordt. Zware belasting laat de grond compacteren en zal de doorlatendheid verminderen. Je dient ook rekening te houden met onkruid wat je best niet met pesticiden bestrijdt omwille van de vervuiling van het grondwater. Je kan het onkruid manueel verwijderen, afbranden of met biologisch afbreekbare producten te lijf gaan (voor tips hieromtrent verwijzen we naar Velt op tel. 03 281 74 75 of naar de site van het Vlaams Gewest www.zonderisgezonder.be). Onder bepaalde omstandigheden kan water onder de doorlatende laag opvriezen en de verharding beschadigen. Een oplossing hiervoor is het aanbrengen van een niet-vorstgevoelige onderfundering.
Bij een open voorziening kan je de keuze maken tussen een infiltratiekom of een wadi. Hierbij wordt de afvoer van het verhard oppervlak naar de infiltratievoorziening best bovengronds gehouden via open goten. Als je beschikt over voldoende ruimte, is een infiltratiekom het makkelijkst uit te voeren. Deze kom is tot 30 cm diep met een oppervlak bestaande uit een humushoudende laag begroeid met gras. Door het gras regelmatig te maaien blijft het oppervlak gevrijwaard van bladeren. Indien het systeem ondergronds gevoed wordt, voorzie je best een systeem om bladeren tegen te houden. Een te grote stroming aan het inlaatpunt moet vermeden worden, eventueel voorzie je een verdeelgoot. De infiltratiekom op zich moet dan weer volledig vlak liggen.
Bij een hellende tuin kan je wel verscheidene kommen achter elkaar leggen op verschillende niveaus. Om een goede doorlaatbaarheid te garanderen, moet de grondwatertafel 1 meter onder de bodem van de infiltratiekom liggen. Een wadi installeer je wanneer de ondergrond onvoldoende doorsijpeling garandeert, maar de grondwatertafel toch diep genoeg gelegen is. Een wadi vereist dat je onder de infiltratiekom filterbedmateriaal aanbrengt. Dit filterbed doorbreekt de minder doorlatende laag of kan een extra berging voorzien. Om de infiltratiecapaciteit dan nog te verhogen, kan je een drainageleiding aanbrengen in het ondergronds filterbed. Op deze manier bekom je een ondiepe infiltratiekom die ondergronds gedraineerd wordt. Deze drainage leidt best naar een gracht, beek of in laatste instantie de regenwaterriool. Het filterbed is dan opgebouwd uit een drainagebuis, omhuld met grove kiezel en een geotextiel. Men kan hiervoor ook gebruik maken van geprefabriceerde blokken met een groot poriënvolume.
In de nabijheid van bomen en onder opritten voorziet men beter een ondoorlatende leiding dan een drainageleiding om beschadigingen aan het drainagesysteem te voorkomen en om de watervoorziening van de boom niet in het gedrang te brengen. Als je er de ruimte voor hebt, is infiltratie in een kom of wadi de meest voor de hand liggende oplossing. Je krijgt dan wel een vochtige zone in je tuin, maar er staat slechts gedurende beperkte tijd water in. Indien dit niet je voorkeur wegdraagt, kan je overgaan tot het plaatsen van een ondergronds infiltratiesysteem.
Bij zo'n ondergrondse infiltratievoorziening zorgt een infiltratieput of een infiltratiebuis dat het water rechtstreeks naar de infiltratievoorziening in de ondergrond wordt geleid. Voor dit systeem moet het grondwater minimum 1 meter onder je ondergronds systeem gelegen zijn. Deze put neemt een kleine oppervlakte in beslag, maar kan veel water bergen. Onder en rond deze put wordt grind of een ander granulaat aangebracht om de doorlaatbaarheid te blijven verzekeren. Als de grondwatertafel hoger is, opteer je beter voor een infiltratiebuis. Dit is een drainerende buis omhuld met kiezel en geotextiel. Hoe minder hoog de infiltratiebuis is, hoe groter ze wordt in de oppervlakte. Bij de hoogste waterstand krijg je als het ware een infiltratiebed. Deze infiltratiebuizen of infiltratiebedden bestaan uit een drainagevolume, omgeven door grind en geotextiel. Dit geotextiel zorgt ervoor dat het systeem niet dichtslibt.
Ondergrondse systemen moeten net als bij een wadi een minimale afstand houden van bomen die gelijk is aan de straal van de omtrek van de kruin. Dit vermijdt dat je de boom zou gaan draineren en voorkomt dat de drainage doorboord wordt door de wortels. Een alternatief is dat je in de nabijheid van een boom een ondoorlatende buis voorziet. De markt in Vlaanderen beschikt vandaag over een ruime keuze aan geprefabriceerde elementen en poreuze buizen die over een grotere draagkracht beschikken dan infiltratiebuizen of –bedden. Deze kunnen dus licht overbouwd worden. De klassieke buizen en bedden laten een overbouw niet toe. Bovendien wordt aangeraden een minimum afstand van 6 meter te bewaren van je kelder indien er gevaar bestaat voor wateroverlast bij ondergrondse systemen.
Een infiltratiesysteem biedt als algemeen voordeel dat het een belangrijke bijdrage levert aan het streven naar samenhang en samenwerking in de waterketen. Daarnaast zorgt infiltratie voor een vermindering in de verontreiniging van oppervlaktewater, het verlaagt piekdebieten, het verhoogt het zuiveringsrendement van rioolwaterzuiveringsinstallaties, beperkt indringing van zout water en verbetert de conservering van water. Het infiltreren van regenwater kan je probleemloos combineren met het plaatsen van een regenton. Het water wordt van op het dak opgevangen in de ton en stroomt van daaruit naar de infiltratievoorziening. Het voordeel hierbij is dat je regenton reeds voorzien is van een blad- en/of zandvang en dat je je regenwater ook nog eens kan gaan benutten om bv. de auto te wassen.
Berging- en infiltratievoorzieningen moeten zo gedimensioneerd worden dat ze gemiddeld maximum éénmaal per jaar overlopen. Wanneer dit kan leiden tot een overstroming van de tuin, voorzie je best een overloop die uitmondt in een gracht of de regenwaterriool. Zware machines moeten vermeden worden bij de uitvoering van de werken om de grond niet te compacteren. Daarnaast mag de infiltratievoorziening pas in gebruik worden genomen, eens de werf is opgeruimd en geen water meer kan afspoelen van onbegroeide oppervlakten; dit voorkomt de dichtslibbing van het systeem. Er zijn verschillende methoden om regenwater af te koppelen zodat het niet rechtstreeks in de riool verdwijnt.
Welke methode je ook kiest, belangrijk is steeds te zorgen voor voldoende bergingsruimte voor hemelwater. Ook bij hevige regenval moet het systeem in staat zijn het water te verwerken. De berging slaat het water tijdelijk op, waarna het gebruikt kan worden of rustig in de bodem kan wegzakken. Welke methode voor je tuin geschikt is, hangt af van de beschikbare oppervlakte en de functie van de tuin. Bij oppervlakte-infiltratie heb je de meeste ruimte bovengronds nodig, bij ondergrondse infiltratie de minste. Dan zit de infiltratievoorziening immers onzichtbaar onder de grond. Uiteraard biedt infiltratie niet in iedere situatie de oplossing voor problemen. Het infiltreren kent ook beperkingen en nadelen, zoals de kans op verontreiniging van grondwater en bodem, de gevoeligheid voor calamiteiten en de kans op overlast door hogere grondwaterstanden. Zo kunnen diffuse bronnen zoals zink van dakgoten rechtstreeks in de bodem sijpelen met alle milieuconsequenties vandien.
Uiteraard kan afkoppeling van regenwater een meerwaarde bieden aan de woonomgeving. Zo kunnen wadi's de belevingswaarde verhogen van een wijk. In sommige gevallen is het zelfs raadzaam om de werkzaamheden - zoals de aanleg van een doorlatende verharding - te laten samengaan met thema's die er ogenschijnlijk niets mee te maken hebben. Denk aan de combinatie met verkeersveiligheidsmaatregelen. Om politiek én maatschappelijk een draagvlak te creëren voor het anders omgaan met hemelwater moeten mensen er niet alleen kennis van hebben, maar er uiteindelijk ook zichtbaar de vruchten van kunnen plukken.
Birgit Van Campenhout
Meer informatie
Steunpunt Duurzaam Water, T 0800 99004 of www.waterloketvlaanderen.be (bereken
zelf je infiltratievoorziening en doe de infiltratietest)
Bronnen
Waterwegwijzer voor architecten, VMM.
www.waterbewust.nl
www.technopolis.be