de Koevoet ging op bezoek bij Björn en Hilde. Het leverde een herkenbaar en inspirerend bouwverhaal op.
Met kompasWe hadden nooit aan bouwen gedacht. We waren altijd al op zoek naar een koopwoning, met als criterium dat het in Leuven moest zijn. Niet omwille van de studies, zoals vele anderen. We zijn hier gewoon komen aanwaaien voor het werk, en wilden hier ook niet meer weg. We wilden ons richten op een stad, niet op een gemeente, waar je voor veel de auto moet nemen. Daar hebben we heel lang naar gezocht. We hadden toen één kindje. Dan bleek er een tweeling op komst, wat nog iets meer druk op de ketel zette. Ons huurhuis dreigde te klein te worden.
Uiteindelijk zijn we in augustus 1999 toevallig op een bouwgrond uitgekomen, kort bij de school waar Hilde werkt. Ik werkte hier drie kilometer vandaan en ben dadelijk komen kijken. Ik had altijd een kompas op zak, omdat ik dikwijls onder de middag met mijn fiets huizen ging bekijken. Toen ik toekwam was onmiddellijk duidelijk dat de oriëntatie snor zat. En het bleek dat de prijs aanvaardbaar was, namelijk 25 are voor 62.000 EUR. We hebben nadien 11 are (natuurgebied) doorverkocht aan de buren die geïnteresseerd waren. We waren toch niet op zoek naar zoiets groot. Als we dan bouwen, dan trekken we maximaal de kaart voor een energiezuinige woning. Dat was de voorwaarde, de conditio sine qua non. Het feit dat we dat stuk grond al onmiddellijk konden doorverkopen, maakte dat we minder moesten gaan lenen en we hebben beslist dat geld in energiezuinige toepassingen te steken. Die grond alleen al bracht meer op dan een zonneboiler en een ventilatiesysteem samen zouden kosten. Voor een natuurgebied ging de prijs zeer hoog, vooral omdat het aan de woningen grensde.
Het ontwerpDe akte is verleden 25 november 1999, een maand nadat de tweeling geboren is, en we zijn hier effectief ingetrokken 25 november 2000. De bouwvergunning was aangevraagd voordat de akte verleden was. De opmaak van de plannen is onmiddellijk gebeurd na de ondertekening van het compromis in augustus. We hadden in onze zoektocht naar koopwoningen reeds een architect onder de arm genomen. Daar moesten we dus niet meer naar op zoek en we hadden reeds de verkavelingsvoorschriften. Het is een straat die er al honderd jaar ligt en waar een 4-tal huisjes bijkwamen. In een klassieke verkaveling zouden we niet willen wonen. Er is daar helemaal geen sociale menging. Iedereen heeft ongeveer hetzelfde inkomen (tweeverdieners), er is dezelfde leeftijdsopbouw, dezelfde grootte van huizen; overdag is iedereen meestal weg en is de wijk dood. Komt nog bij dat je meestal afgelegen ligt. Hier is de kerktoren vlakbij, de winkels, de banken. Mijn vrouw gaat ‘s morgens te voet met de kindjes naar school. Zij geeft daar les en de kindjes gaan daar naar de kribbe en de kleuterschool.
We hadden 10 meter aan straat, half-open te bebouwen. We mochten 105 m² bouwen op het gelijkvloers. Met ruitjespapier hebben we geprobeerd de woning in te delen. Een car-port naast het huis mocht niet. Stedenbouwkundige voorwaarden maken het soms de energiezuinige – maar ook de andere – bouwers moeilijk. Je kan moeilijk zeggen ‘dan maar geen garage en de auto altijd buiten’. Nu hebben we een garage die in het huis is opgenomen, wat energetisch niet de beste oplossing is.
De architect heeft ons plan realistisch op papier gezet met nog 2 varianten, onder andere één met een vide, wat we verloren ruimte vonden aangezien we 4 kindjes wilden. Op de zolder mochten we geen kamers maken. We hebben dan ook geen vaste trap naar de zolder. Die wordt gebruikt als stockage-ruimte en als technische ruimte (zonneboiler en aardgaswandketel).
Uiteindelijk hebben we ons toch aan ons eigen plan gehouden. Wij weten het best hoe wij willen wonen. Living, eetkamer, keuken, computerhoek is allemaal één geheel. ‘s Avonds alleen in een bureautje moeten werken, dat is niet interessant. Die keuze is niet louter gemaakt vanuit het criterium van energiezuinig bouwen, maar het is zeker energiezuiniger aangezien we maar 1 ruimte moeten verwarmen. Tot op heden is dit, samen met de badkamer, de enige ruimte in gans het huis die verwarmd wordt.
Al de leeffuncties situeren zich aan de zuidzijde. Aan de noordzijde situeert zich de garage met de berging. Tussen de leeffunctie en de garage-berging ligt de hal met vestiaire en trap. Bezoekers komen langs de zijgevel binnen, zelf gebruiken we altijd de deur aan de noordgevel, dus via de garage. Ik zet mijn fiets weg, kom via een deur in de vestiaire en dan via een derde deur in de living.
Isolatie en ventilatieHet dak is van buiten naar binnen als volgt opgebouwd: dakpannen (klei), panlatten, tengellatten, celit onderdak, dakspanten afgewerkt met pro-clima en daartussen geïsoleerd met papiervlokken. Aan de ene zijde is dit 18 cm omdat de spanten 18 waren en aan de andere zijde van het dak gaat dit naar de 25 cm.
De leidingen van de zonneboiler zijn op de spanten gelegd. Het is heel veel werk om het dampscherm correct te plaatsen. De zoldervloer zelf hebben we ook geïsoleerd. Hierop liggen de buizen van de ventilatie. Tijdens het bouwen raakten we overtuigd dat er meer actieve ventilatie zou moeten komen. Eerst dachten we aan de klassieke roosters in de ramen. Toen bleek dat een mechanische ventilatie met warmteterugwinning een beter rendement heeft dan een zonneboiler, die er sowieso al ging komen. Tijdens de ruwbouwfase hebben we dan besloten dit systeem te plaatsen (Terhmad-Brink). De zoldervloer was de meest voor de hand liggende plaats voor het leidingnet. Om de ventilatiebuizen (15 cm plus isolatiemantel) weg te werken, hebben we een zwevende vloer gemaakt. Planken van 18 op hun kant, voetjes tegen gevezen, tegen de planken nog panlatten met daar boven op kokosstroken om contactgeluiden te vermijden. Daartussen hebben werden papiervlokken geblazen en bovenop kwamen OSB-platen. Die geven met hun tand- en groefverbinding een goede stabiliteit (je mag de platen niet vastnieten op de draagstructuur eronder, want anders heb je terug contactgeluiden). Op het gelijkvloers hebben we ook zo’n vloerconstructie toegepast, alleen zonder de kokos en met de OSB-platen wel vastgevezen aan de draagstructuur. Hier zijn namelijk geen onderburen.
De
vloer beneden is dus ook met isofloc geïsoleerd. Onder de beton zit 10 cm drukvaste geëxtrudeerde
polystyreen-isolatie, om de woning af te scheiden van de ondergrond.
Van de garage door de overloop boven tot
op de zolder (technische ruimte) hebben we een doorvoerschacht aangebracht, afgekeken van de industriebouw. Als we in
de toekomst nog leidingen willen bijplaatsen, kan dit zonder veel kappen en breken. Ook naar elke kamer zijn twee
wachtleidingen getrokken. Daarnaast is er een wachtleiding geplaatst voor de toekomstige fotovoltaïsche installatie.
Daar is nu nog geen budget voor.
In het budget (zie verder) zit de aankoop van de ventilatie (2.677 EUR, excl. btw) mee gerekend bij sanitair en verwarming.
De plaatsing ervan hebben we volledig zelf gedaan. Voor ons is een ventilatiesysteem geen meerkost, maar een must.
Doordat we actief ventileren, moeten de ramen niet open kunnen. Vaste ramen kosten minder en zijn inbraakveiliger. Die
minkost moet je aftrekken van het ventilatiesysteem.
Verder hebben we een vergrote zonnecollector gekocht. Die
hebben we niet zelf geplaatst. Als de collector, wat toch een duur ding is, stuk zou vallen, dan zijn wij niet
verzekerd. Onze dakwerker wel. Het aansluiten van de collector heeft de loodgieter gedaan.
De muurisolatie werd in twee lagen met een overlap geplaatst. De binnenmuur werd sneller opgetrokken dan de buitenmuur, zodat ik altijd kon zien of de isolatie goed geplaatst werd.
Als zonnewering wilden we een dakoversteek van 100 cm. Stedenbouwkundig mocht slechts een maximum dakoversteek van 50 cm was enkel toegelaten en we wilden er één van 100 cm. Als alternatief hebben we nu een pergola gebouwd met fsc gelabeld hout, die begroeid gaat worden met een druivelaar. Natuurlijke zonnewering (en huiswijn) in de zomer, maar de winterzon kan binnen. Voor het plat dak hebben we gewerkt met een ‘warm dak’: boven de beton roofing als dampscherm, 18 cm drukvaste rotswol en dan daarover de EPDM met grindballast. Een groendak kan nog geplaatst worden maar dit zouden we pas overwegen als de stad Leuven subsidies geeft.
Warmte en waterAls verwarming hebben we geopteerd voor muurverwarming, aangesloten op een condenserende gasketel. We hebben gewerkt met kalkzandstenen elementen van 60 x 90 cm die voorgeslepen waren. Vooral de living is voorzien van muurverwarming, maar ook een stukje in de hal, de overloop op de verdieping en de badkamer. Dit zijn allemaal aparte kringen die je afzonderlijk kan bedienen. Er is één thermostatische kraan aan de collector die de temperatuur van het geheel regelt. De buizen zijn starre buizen (aluminum-vernet-polyethyleen).
De muurverwarming wordt aangevuld met enkele radiatoren. In de badkamer en in het toilet beneden staat bijvoorbeeld een radiator. Die in het toilet staat nooit aan. De loodgieter dacht dat dit nodig was om de wc te behoeden voor bevriezen. In de kamers boven zijn wachtleidingen voorzien voor radiatoren.
Onze loodgieter is er één uit de duizend. Hij ging helemaal mee in ons verhaal, het was voor hem een primeur. Hij had nog nooit een zonneboiler geïnstalleerd, nog nooit een condenserende ketel, nog nooit muurverwarming, en zeker nog nooit een douchewater-warmtewisselaar ineengestoken. Ik had het idee uit de Waterwegwijzer voor Architecten. Douchewater van 38°C loopt van je lichaam het putje in, en wat met de restwarmte? Een douchewater-warmtewisselaar recupereert een deel van die warmte. Op basis van een Nederlandse studie had ik zicht op praktijkresultaten en hoe het ding er uit zou moeten zien. De loodgieter heeft het aan kostprijs gemaakt, louter uit interesse. Het heeft mij enkel het materiaal gekost, zijnde 50 Euro (2.000,- BEF). Als we nu een douche nemen dan warmt eerst de binnenste buis op waar het afvalwater doorgaat, en die warmte wordt afgegeven aan het toegevoerd koud water. Ik heb wel de indruk dat het in huishoudelijke toepassingen niet echt rendeert. Je moet namelijk 7 minuten staan douchen voor dat er warmte-overdracht plaatsvindt. Wellicht is de materiaalkeuze hier cruciaal (wij hebben met een inwendige koperen buis gewerkt).
Afgerond spreken we over volgende kosten:
In totaal komt het project op 223.100 EUR (incl. btw, notaris en architect). Zelf vinden we dit best veel. Zonder de grond en architect komen we op ongeveer 161.130 EUR, wat een normaal budget is voor een nieuwbouw. We zitten eigenlijk 49.600 EUR boven ons oorspronkelijk budget. Bovenop de eerste raming komen er steeds extra kosten bij en je kan ook niet voor 100% lenen (bijv. akte- en architectkosten). Als je daarentegen ziet wat een koopwoning kost of wat je moet betalen om hier in de buurt een huis op een bouwgrond neer te zetten, dan valt dit nog zeer goed mee. De keuken is nog niet ingericht, we hebben een voorlopige oplossing met goedkope meubeltjes. Dat was een bewuste keuze : je kan in een nieuwbouw direct je droomkeuken plaatsen, maar als je dan moet besparen op de dikte van je isolatie, een goede afwerking van je dak, enz. dan maak je volgens ons een verkeerde keuze. We kunnen wellicht binnen vijf jaar ook die ‘droomkeuken’ plaatsen, maar anderen kunnen niet zomaar nog eens 2 cm isolatie, een winddicht dak of toch nog een ventilatie met warmteterugwinning bij creëren. Het geld was op, dus staat de keuken er nog niet.
Vragen hoe snel energiebesparende investeringen zich terugverdienen vind ik een verkeerde vraag. Over de tuning van auto’s (spoilers, brede banden, verlaagde velgen) vraagt ook niemand hoe snel zich dat terugverdient. Dat verdient zich nooit terug. Als je daarentegen investeert in een zonne-boiler, dan wil iedereen weten hoe snel het oplevert. De terugverdientijd zou ca. 15 jaar zijn, en de afbetaling van het huis is 20 jaar. Je hebt dus al terugverdient vooraleer het huis afbetaald is. Het zou mij meer kosten aan meettoestellen aan te brengen om te weten wat het mij opbrengt. Ik voel wel dat het werkt. Zo heb ik de kamerthermostaat zo geprogrameerd dat ik geen warmwater nodig heb voor 6 uur ’s avonds. We gaan pas daarna in bad. Is dat dan om 6 uur ’s avonds geen 60 °C dan springt die ketel bij. In de zomer is dit meestal al voor 6 uur 80° C. In de winter zit soms ook nog op 40°C. Het werkt dus, maar hoeveel ik daar nu op jaarbasis uithaal, daar heb ik geen idee van. Je moet voor jezelf uitmaken: kan ik mij zo’n investering veroorloven of niet, en wat is voor mij economisch nog rendabel. Want je kan een veel grotere collector en een veel grotere boiler plaatsen, maar om van 55% dekking naar 70% dekking te gaan moet je al dubbel zoveel geld neertellen en dat zagen we niet dadelijk zitten.
De grootste besparingen zitten in het concept. Een energiezuinige woning krijg je niet door gewoon te bouwen en er een zonnecollector op te plakken. Het gaat om bufferen, zoneren, oriënteren, compacteren en vuistregels respecteren: niet meer dan 15% glas aan de noordkant, niet meer dan 50% aan de zuidkant, kiezen voor super-isolerend glas.
Je moet trouwens onderscheid maken tussen structurele aanpassingen en de besparingen door bewonersgedrag. Structureel is bijvoorbeeld de regenwaterinstallatie, waar twee superzuinige Gustavsbergtoiletten en een wasmachine op aangesloten zijn. Als bewonersgedrag opteren we ervoor onze tuin niet te sproeien. De regenwaterput loopt dikwijls over omdat er te weinig gebruik van gemaakt wordt. Ons waterverbruik is 37 liter per persoon per dag en daar zit reeds warm water in. Door het lage verbruik valt er een deel van het potentieel rendement van de zonneboiler weg. Zo’n zonneboiler zou optimaal renderen als hij overvraagd wordt.
We zitten hier op 100 meter van een spoorweg (met veel goederenverkeer), op 400 m van een autostrade en er vliegen vliegtuigen over voor Zaventem. Uit oogpunt van geluidsisolatie hebben we geprobeerd zo massief mogelijk te bouwen (kalkzandsteen). Dan zit je natuurlijk nog met een zwakke plek: de ramen. Hier hebben we superisolerend glas toegepast in een geluidswerende versie. Er zou 46 db afgaan met de keuze van dat type van glas. Als je met actieve ventilatie werkt, moet je geen raam openzetten om verse lucht te hebben. Zo kunnen we een ongestoorde nachtrust hebben.
Houtskelet is een lichtere constructie en zou qua geluidsiolatie minder scoren dan een massiefbouw. Verder bleek houtskelet niet mogelijk aangezien we met een koppelwoning zitten. De grond was niet zo draagkrachtig (Puttebroekstraat). Als de buurman dan iets zwaars zou bouwen, en wij iets licht, dan zou alles misschien kunnen kantelen. De architect wou die verantwoordelijkheid niet nemen. De scheidingsmuur met de gebuur is ook geisoleerd, wat niet gebruikelijk is in gemeenschappelijke muren. Daar zit ook de muurverwarming, juist omdat op die plaats sowieso geen ramen konden zitten. Hier zit er 7 cm muurisolatie, op de andere plaatsen 14 cm. Twee jaar later werd er nog niet tegengebouwd.
We hebben gebouwd in grondbalans: alle grond die uitgegraven werd voor de fundering is ter plaatse gebleven. In ons geval hebben we daar een deel van de tuinaanleg mee gedaan. We hebben grote bloembakken gemaakt die ineens de tuin meer vorm geven. De tuin is maar 10 meter breed en 140 meter diep. We hadden het geluk dat enkele vrienden tuin- en landschapsarchitect zijn. Zij hebben samen de tuin ontworpen. Als je door de tuin wandelt, moet je van links naar rechts slalommen. Je kan de tuin ook niet in één keer overzien. Er is geen einde, want daar heb je een boshoekje met een cirkelvormig pad. Je kan nooit zeggen, hier is het gedaan, hier gaan we terug; je bent eigenlijk al aan het terugwandelen voor dat je aan het einde bent gekomen. Een beetje Zen-filosofie van “tuin zonder einde”. Naar achter toe wordt de tuin als maar extensiever. Dat wil zeggen: hoe meer je naar achter gaat, hoe minder je moet werken. Mijn favoriete plekje is dan ook achteraan. Er is een zitbank onder een mirabellenboom, hoogstamfruit, een hooiland, een poel en daarachter een vogelbos, omdat je in een bos nog minder moet werken. Gans achteraan is er een marterhoop. Al het snoeihout gaat hier op, het wordt niet verhakselt. Dit is dan ideaal voor marters, maar het zullen eerder egeltjes en padden zijn die er in kruipen.
De ventilatie werkte op het moment van het interview. Er was absoluut geen geluidshinder waar te nemen in de leefruimte. Boven werd iets meer geluidshinder ervaren aangezien de ventilator tegen de muur hangt en niet voorzien is van een rubberen sokkel. Ook omdat het trapgat naar de zolder nog niet afgewerkt was en er nog geen deuren aan de slaapkamers stonden.
De aansluiting naar de buizen zelf is wel met een speciale flexibele aansluiting gedaan, zodat trillingen niet worden
doorgegeven. Wat we nu nog horen is dus enkel de motor.
Een mogelijk nadeel is de open keuken. Om geen reukhinder te hebben,
werd een sterke dampkap aangeschaft niet echt energiezuinig is. De bewoners zijn duidelijk tevreden over de woning.
Beiden hadden een BouwTeam gevolgd.
Dominic Van Clé